Uw bankzaken regelen via de computer?
Rabobank Rijnstreek wil haar bedrijfsvoering zoveel mogelijk duurzaam en maatschappelijk verantwoord inrichten. In ons beleid vestigen we de aandacht op een minimaal verbruik van gas, energie, water en papier, duurzame mobiliteit en duurzame inkoop.

Bij het ontwerp van ons adviescentrum en de toepassing van materialen is nadrukkelijk rekening gehouden met het aspect duurzaamheid. We hebben gekozen voor materialen die lang meegaan en zuinig met energie omgaan. Bij duurzaamheid past ook dat we efficiënt omgaan met de ruimte en het gebouw flexibel hebben ingericht.
Nagenoeg alle toegepaste materialen kunnen worden hergebruikt. Door het open en transparante karakter van het gebouw, komt er veel daglicht tot diep in het gebouw binnen. Dit bespaart de behoefte aan kunstlicht. Bovendien is in het gebouw overal duurzame verlichting toegepast die daglicht- en bewegingsafhankelijk wordt geschakeld. De bank blijft ruim 37% onder de wettelijke norm van de EPC (Energie Prestatie Coëfficiënt). Door een innovatief klimaatsysteem is er geen cv en gasinstallatie nodig.
Van de stroom die wij inkopen, wordt 100% opgewekt door windmolens. Ook is de gehele productieketen van papier voor onze bank FSC-gecertificeerd. Alle producten en diensten die wij afnemen, proberen wij zoveel mogelijk af te nemen bij leveranciers die eveneens maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Medewerkers zijn de kritische succesfactor in onze organisatie. Daarom investeert de Rabobank veel in haar medewerkers, met goede arbeidsvoorwaarden en opleidingen. Daarnaast vinden wij de balans tussen werk en privé belangrijk. Onze coöperatieve bank is ontstaan vanuit onze leden. Daarom vinden wij het belangrijk dat ons personeelsbestand een goede afspiegeling is van de diversiteit in onze omgeving.
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen vraagt ook om investeringen in kennisoverdracht. Daarom biedt Rabobank Rijnstreek MBO en HBO studenten de kans om stage te lopen. Ook stelt Rabobank Rijnstreek haar medewerkers in de gelegenheid om workshops te geven op basisscholen over het omgaan met geld.