
Al jaren sparen mijn lief en ik muntjes uit verre landen. Niet uit verzameldrift, meer als aandenken aan de reizen die we gemaakt hebben. Een nieuw -verrassend- bestedingsdoel diende zich onlangs aan: zoontje Emil gebruikt de valuta graag als wisselgeld als hij winkeltje speelt. Een paar dagen geleden zag ik hem echter zitten met een peinzende blik, gebogen over al die verschillende muntjes.
Het valt ook niet mee. Stel dat de euro breekt. Wat moet je dan doen? Hoe gaan we dan betalen? Of gaan we ruilen? En waarmee dan, aangezien de gemiddelde burger al generaties lang niets meer met zijn handen maakt? Vermoedelijk zijn dit vragen waar kleine Emil, als Nederlands staatsburger, zich niet over hoeft te gaan buigen. Laten we optimistisch blijven. Ik heb geen zin om met de wolven in het bos mee te huilen, dat maakt het alleen maar erger. Maar de scenario's over dergelijke gebeurtenissen vliegen dagelijks door mijn hoofd, moet ik u zeggen.
Steeds als ik dergelijke scenario's doordenk en naar vergelijken zoek, kom ik op Argentinië uit. Dat land had in de jaren '90 de 'Convertibilidad': een set afspraken die de wisselkoers van de peso wettelijk ankerde aan de Amerikaanse dollar in een verhouding één-op-één. Dit systeem temperde inflatie en wisselkoersonzekerheid, maar het vereiste een ijzeren discipline in overheidsinkomsten en -uitgaven en monetair beleid. In 2001 had het land na jaren van hyperinflatie en crisis tien jaar geleefd onder de Convertibilidad, inderdaad een periode van relatieve economische voorspoed en rust.
Uiteindelijk mocht het niet baten. Gebrek aan beleidsdiscipline ondermijnde het systeem en in 2001 was het land al vierjaar in recessie. De peso stond op knallen. In oktober 2001 gaf Domingo Cavallo, de architect van de Convertibilidad en dat jaar opnieuw binnengehaald als de redder in nood, een vlammende speech tegenover een gehoor van pers en grootindustriëlen. De peso, en daarmee Argentinië, zouden gered worden, hoe dan ook! Groot enthousiasme was zijn deel, maar in januari 2002 spatte zijn droom alsnog uiteen. De dollarkoppeling werd losgelaten en de peso kelderde in korte tijd van 1 naar 4 tegen de dollar. De recessie duurde nog enkele jaren en de spaargelden van de Argentijnen waren (opnieuw) verdampt.
Er brak een periode aan waarin er qua geld noodgedwongen een ongekende creativiteit ontstond. Dat klinkt wellicht cru, maar toch. De regeringen van Argentijnse deelstaten betaalden hun ambtenaren in lokaal gedrukt geld, waarmee lokale belasting en nutsbedrijven betaald werden. Mensen begonnen in lokale systemen allerlei goederen, diensten en 'I-owe-you's' met elkaar te ruilen. Leuk was anders, maar deze systemen maakten het wel mogelijk om op een minimaal niveau te blijven functioneren. Na twee jaar trad het herstel in en verloren de lokale muntsystemen hun noodzaak en geloofwaardigheid. De nationale munt nam zijn plaats weer in.
Misschien is het wel goed dat de kleine Emil nu al leert om te gaan met al die verschillende muntsoorten. Je weet maar nooit hoe Europa er voor staat als hij gaat Interrailen…
Publicatiedatum 08-12-2011