Vrouwen en man in overleg in huisartspraktijk

Overdracht in de praktijk

Adviezen voor huisartsen, tandartsen en apothekers

Onderzoek naar praktijkoverdracht

Dagelijks dragen huisartsen, tandartsen en apothekers hun praktijk over aan een opvolger. Maar wat zijn de verwachtingen van 'starters' en 'stoppers'? In opdracht van de Rabobank onderzocht het NIVEL hoe deze drie grote beroepsgroepen binnen de eerste lijn denken over de voorbereiding en het proces van praktijkovername vanuit starters- en stoppersperspectief.

De opvallendste resultaten van de drie beroepsgroepen worden in dit artikel uiteengezet. Zo ontdek je als huisarts, apotheker of tandarts wat de belangrijkste trends zijn in jouw vakgebied. Ben je startende of stoppende ondernemer? Doe dan je voordeel met onze tips en adviezen voor een succesvolle praktijkoverdracht.

Huisartsen

Het artsenberoep is nog altijd populair, maar specialisatievoorkeuren van geneeskundestudenten verschuiven naar sociaalgeneeskundige en generalistische specialismen, omdat de populaire opleidingsplaatsen schaarser worden. Al langer is de instroom in de paramedische en verpleegkundige opleidingen wisselend of dalend en wordt deze sterk beïnvloed door soms dreigende overschotten, soms dreigende tekorten. De vergrijzing van veel medische beroepsgroepen zal een flinke uitstroom veroorzaken, vooral onder medisch specialisten en artsen.

Veel startende huisartsen stellen specifieke eisen, die vaak ook te maken hebben met de persoonlijke situatie. Zo zegt een van de huisartsen uit het onderzoek: "Ik heb zeker wel voorkeuren voor welke praktijk ik wil overnemen. Sommige eisen zijn hard, sommige meer flexibel. Maar het is ook goed als er iets op mijn pad komt waar ik een eigen draai aan kan geven. Zoals samen een grote solopraktijk overnemen, of helpen met al bestaande plannen voor een HOED, voor over een paar jaar. Een praktijk aan huis is voor mij geen optie. Ik waardeer het dat ik na sluitingstijd van de praktijk ook echt vrij ben."

Startende huisartsen geven ook aan dat hun voorkeuren kunnen veranderen, afhankelijk van het aanbod. Zoals deze huisarts het omschrijft: "In de zoektocht naar een praktijk had ik eerst veel eisen en een redelijk beeld van de ideale praktijk. Gaandeweg werden die eisen wat afgezwakt. Dit kwam deels doordat ik toen beter wist wat ik wilde: geen plattelandspraktijk, maar ook geen stadpraktijk. Dit kwam onder andere door het aanbod. Er waren relatief weinig vacante praktijken. Daardoor kijk je vooral naar wat er is en probeer je daarin je selectie te maken."

Tandartsen

Praktijkhoudende tandartsen die aan de focusgroep deelnamen stellen bepaalde eisen aan hun opvolger, vooral als het gaat om een eigen kleine praktijk. Maar zij zijn, net als huisartsen, bereid hun voorkeur aan te passen aan het aanbod.

Een tandarts uit het onderzoek: "Ik heb een bepaalde manier van werken en omgang met patiënten. Daardoor wordt mijn praktijk ook gewaardeerd. Een opvolger moet wel min of meer dezelfde lijn voeren, anders lopen de patiënten weg." Maar diezelfde wens wordt ook genuanceerder uitgesproken: "Ik heb een kleine praktijk waar volgens mij maar plaats is voor één tandarts. Het zou wenselijk zijn als de manier van met patiënten omgaan overeen komt met die van mij. Maar je weet uiteindelijk niet hoe het loopt als je weg bent. Ik denk dat een opvolger ook de ruimte moet krijgen om zijn eigen draai aan het geheel te geven. Het zal waarschijnlijk sowieso een afscheidsproces zijn met goede en minder goede momenten. Zo’n praktijk is toch een beetje een kind van je geworden."

Net als huisartsen en apothekers geven tandartsen aan zelf de benodigde expertise te missen in het overnameproces en niet zonder ondersteuning te kunnen. Eén tandarts vergeleek het overnameproces met het kopen van een huis: "Je doet het maar een of enkele keren in je leven en het gaat om veel geld én je toekomst. Er zijn specialisten die daar dagelijks mee te maken hebben." Tandartsen vinden advies daarom meer dan welkom, omdat zij zelf de expertise missen. Een andere tandarts geeft aan: "Bij de start heb ik me laten adviseren door de Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Tandheelkunde (NMT) en mijn accountant. Over 'de cijfertjes' leerde ik toen ook niets op de universiteit. Inmiddels weet ik daar wel veel van, maar mijn voorkeur bij praktijkoverdracht gaat toch uit naar advies en ondersteuning van een accountant of fiscalist en het NMT. Ieder zijn vak."

Apothekers

De apothekers in de focusgroepen lijken meer dan de huisartsen en tandartsen op zoek te zijn naar ondersteuning. Een praktijkzoekende apotheker die deelnam aan het onderzoek, zegt: "Het is moeilijk om een goede adviseur te vinden waar je een klik mee hebt en om te beoordelen hoe goed hij of zij onderlegd is. Daar ben ik in het verleden wel in teleurgesteld. En accountants werpen zich vaak op als adviseur. Ik zie liever dat een onderhandelingspartij wordt 'verplicht' om zich door een onafhankelijk adviseur te laten vertegenwoordigen."

Verder speelt het strategisch-zakelijk perspectief een grote rol voor veel apothekers: "Een AHOED of een apotheek in een gezondheidscentrum heeft sterk de voorkeur, omdat dat de concurrentiepositie verbetert. Ook voor grote apotheekketens wordt het moeilijker om daarmee te concurreren. Bedrijfseconomisch maakt het niet zoveel uit of het om een AHOED of een gezondheidscentrum gaat. Huisartsen zijn immers de belangrijkste partners van de apotheker. Uiteraard kun je ook een solistische apotheek overnemen en daarna proberen een AHOED of gezondheidscentrum op te zetten, maar dat is soms moeilijk te realiseren."

En: "Een apotheek in een gezondheidscentrum in een landelijk gebied dichtbij mijn woonplaats heeft zeker de voorkeur. De vraag is wel hoe vaak zo’n apotheek wordt aangeboden. Ik ben bereid concessies te doen als de praktijk die ik overneem financieel gezond (te maken) is. Zodra er een aantrekkelijke praktijk voorbijkomt kan de keuze snel gemaakt zijn."

Conclusies uit het onderzoek

Voor alle beroepsgroepen in de zorg geldt: doorstroom is in vergelijking met andere sectoren gering. Zorgprofessionals blijven hun vak en sector tamelijk trouw. Wel heeft de feminisering en de trend tot het werken in loondienst het parttime werken bijzonder snel doen groeien. Maar een trend tot sneller of eerder uittreden lijkt nog niet zichtbaar. De verwachting is dat de werkdruk en taakcombinatie in de toekomst de loopbaan van zorgprofessionals kan verkorten, of een switch naar een andere sector kan stimuleren.

Voorkom een mismatch

Minder dan bij tandartsen en apothekers, dreigt er bij huisartsen een mismatch te ontstaan tussen stoppende en startende praktijkhouders. De stopper is vaker man, fulltime werkend en meestal woonachtig op het praktijkadres. De starter is vaker vrouw, met voorkeur voor een parttime baan en met mogelijk minder interesse in wonen in of bij het praktijkpand. Wat zijn voor kopers en verkopers tips om zo’n mismatch te voorkomen? Marleen Jansen, sectormanager gezondheidszorg: "Als koper kun je op tijd beginnen met het (ver)koopproces, door vooraf in diverse praktijken te gaan werken. Zo vorm je alvast een beeld van de regio en het soort praktijk dat bij je past. Tegelijkertijd bouw je aan jouw netwerk in de regio naar keuze, waardoor je sneller en beter geïnformeerd wordt. Het is niet vreemd als zo’n voorbereiding enkele jaren in beslag neemt."

Ook geeft Jansen aan dat tijd nemen voor het aangaan van verplichtingen noodzakelijk is. "Bekijk bijvoorbeeld het werkgebied met betrekking tot de zorgvraag op de website van NIVEL, of via de gegevens van de Regionale Ondersteuningsstructuur (ROS). Let ook goed op de rol van collega’s, die van het ziekenhuis en natuurlijk de werksituatie van een eventuele partner. En breng samen met een accountant of adviseur in kaart wat de financiële mogelijkheden zijn op basis van jouw privé-situatie. Vraag altijd recente jaarcijfers op om te beoordelen hoe de financiële situatie is van de over te nemen praktijk. Maak een tweetal begrotingen: de eerste op basis van de bestaande omzet, kosten en rente- en afschrijvingskosten, de tweede op basis van de minimaal benodigde omzet. Zo houd je zicht op het risico."

Bekijk het werkgebied op Nivel.nl

"Vraag altijd recente jaarcijfers op om de financiële situatie te beoordelen."

Verkopers daarentegen dienen voor een up-to-date praktijk te zorgen, die past bij de standaarden van hun beroep en dat van hun collega’s. "In zo'n praktijk zijn medewerkers enthousiast en gemotiveerd om te werken", zegt Jansen. "Blijf daarom investeren in huisvesting en vernieuwing. Zorg verder dat je jonge mensen aanneemt als waarnemer (bijvoorbeeld via Waarneembemiddeling) of 'HIDHA' (Huisarts In Dienst van een andere Huisarts) om de praktijk van binnen te leren kennen. En schenk op tijd aandacht aan jouw privé-situatie, zoals inkomen, huisvesting en toekomstige activiteiten."

Lees meer op Waarneembemiddeling.nl

Ook bij tandartsen zal de snelle uitstroom van mannelijke praktijkhouders een grotere mismatch veroorzaken met de instroom van vrouwelijke opvolgers. Dorpspraktijken of praktijken in klein-stedelijke gebieden zijn zowel in trek onder een groot deel van de startende huisartsen als tandartsen. Bij apothekers valt op dat de meeste starters bij voorkeur een praktijk in een gezondheidscentrum wil overnemen.

Tegenstrijdige belangen

Soms sluiten de wensen van starters en stoppers ook niet goed op elkaar aan. De startende huisartsen willen over het algemeen een praktijk samen met één of meerdere partners overnemen, terwijl de voorkeur van stoppers is hun praktijk aan slechts één kandidaat over te dragen. Tussen startende en stoppende apothekers is dit verschil wat kleiner. Bij tandartsen zien we juist een tegenovergestelde voorkeur voor starters en stoppers. De onderstaande grafiek toont deze verschillen aan.

Verhouding starters stoppers

Startende apothekers blijken een uitgesproken voorkeur te hebben voor een apotheek in een gezondheidscentrum, voor een (qua volume) standaardpraktijk, en niet in klein stedelijk gebied. De figuur hieronder toont dit aan. Vanwaar die voorkeur? Jansen: "In een gezondheidscentrum werken vaak minstens drie huisartsen met minimaal 6.000 patiënten. Een rendabele apotheek heeft de voorkeur voor grotere werkgebieden, bijvoorbeeld met 10.000 inwoners. In dorpen of klein stedelijk gebied zijn dan voor de apotheker andere distributievormen geschikter, zoals uitgiftepunten, een internetapotheek of apotheekhoudende huisarts."

Voorkeur

Hulp van beroepsorganisaties en bureaus

Voor startende en stoppende praktijkhouders die mogelijk met een mismatch te maken krijgen, zijn er specialistische beroepsorganisaties en bureaus die hen bij elkaar kunnen brengen. Jansen: "Beroepsorganisaties LHV en KNMT bieden informatie aan kopers en verkopers. Een goed voorbeeld is de training Praktijkstart van de LHV. Daarnaast verzorgen enkele opleidingen trainingen. Bijvoorbeeld de verdiepingscursus praktijkmanagement van de Huisartsopleiding Groningen, ondersteund door de Rabobank. En de Universiteit van Amsterdam biedt 'management games' voor tandartsen. Maar het belangrijkst zijn wat mij betreft de accountantskantoren die gespecialiseerd zijn in de gezondheidszorg."

Ondernemingsplan

Een concrete actie om het overnameproces voor te bereiden betreft het opstellen van een ondernemingsplan. Voor alle drie de beroepsgroepen geldt dat de praktijk-zoekende generatie dit veel vaker doet of zegt te doen, dan de praktijk-overdragende generatie deed ten tijde van praktijkovername. Hoe komt dit? Jansen: "De praktijk van vandaag is wezenlijk anders dan dertig jaar geleden. Een sterk doorgezette trend is dat praktijken steeds omvangrijker en kapitaalintensiever worden. Er is meer personeel in dienst en meer ICT- en overhead nodig, waardoor praktijkgebouwen dus noodzakelijk groter zijn. Maar ook de strategische keuzes zijn zwaarder. Denk alleen al aan samenwerking met de eigen branche, eerste lijn of een ziekenhuis. Ook de toegenomen dienstverlening speelt een belangrijke rol. Dit leidt dus tot grotere bedrijven, waarvoor van de medisch professional veel meer ondernemerschap vereist is dan dertig jaar geleden."

Lees meer over het schrijven van een ondernemingsplan

Tips voor praktijken in krimpregio’s

In krimpregio’s is het vaak een stuk lastiger om een praktijk over te dragen. Ook de werklocatie van partner en schoolgaande kinderen kunnen ervoor zorgen dat in sommige gebieden in Nederland onbedoeld grote en lokale mismatches ontstaan. Het aantrekkelijker maken van vestigingen in bepaalde krimpregio’s voor starters in de eerste lijn kan helpen. Niet alleen met financiële prikkels, maar bijvoorbeeld ook doordat huisartsen, apothekers en tandartsen intensieve samenwerkingen met collega’s starten binnen een dergelijke regio. Dit kan de aantrekkelijkheid flink verhogen om startende praktijkhouders professionele ontwikkelingsmogelijkheden te bieden, ook op parttime basis.

Lees het uitgebreide onderzoeksrapport op Nivel.nl

Contact

Wil je als ondernemer in de gezondheidszorg en (potentiële) starter of stopper meer weten over praktijkoverdracht? Neem dan contact op met onze sectormanagers. Zij helpen je graag met het uitstippelen van je strategie en het maken van de beste keuzes.

Marleen Jansen

Marleen Jansen

  • Sectorspecialist
  • Gezondheidszorg