Verpleeghuiszorg - het geld komt, nu de mensen nog!

De zorg moet beter. Voor de verpleeghuiszorg is er sinds begin dit jaar zelfs een wettelijk kwaliteitskader. Om hieraan te kunnen voldoen zijn wel extra mensen nodig; volgens het Centraal Planbureau moeten er in 2022 zo’n 40.000 extra voltijdsmedewerkers zijn. Het geld is afgelopen Prinsjesdag in de Miljoenennota met één pennenstreek geregeld, maar de mensen vinden is nog niet zo eenvoudig. Als verpleeghuizen meer verpleegkundigen en verzorgenden gaan aantrekken, dreigt er een tekort bij ziekenhuizen of in de thuiszorg. Dit laat zien dat de hele zorgsector het personeelsbeleid tegen het licht moet houden. Wat is op de korte termijn mogelijk?

Bekijk het Kwaliteitskader

Lees de Macro Economische Verkenning van het Centraal Planbureau

Download de ‘Miljoenennota 2018'

Het onbenutte arbeidspotentieel in de zorg

Wanneer we naar de cijfers kijken, dan valt het extreem grote aandeel parttimers op. Slechts 15% van alle verpleegkundigen op mbo-niveau en 9% van alle verzorgenden werkt voltijds. Dat wil overigens niet zeggen dat er niet hárd wordt gewerkt – de werkdruk wordt juist vaak als (te) hoog ervaren. Het grote aandeel parttimers wordt door velen eenvoudig afgedaan door te wijzen op de vele vrouwen die in de zorg werken. Dat is te kort door de bocht. In andere bedrijfstakken werken vrouwen met hetzelfde opleidingsniveau namelijk twee keer zo vaak voltijds. Daarnaast werken ook mannen in verzorgende en verplegende beroepen overwegend in deeltijd; slechts 41% van hen werkt voltijds. Deze gegevens laten zien dat er iets bijzonder aan de hand is.

Download het Motivaction onderzoek ‘Verpleeghuiszorg in Nederland’

Meer werkuren de oplossing?

Stel nu eens dat de helft van alle 370.000 parttimers in verpleegkundige of verzorgende beroepen twee uur per week extra zou willen werken (of een kwart van hen vier uur), dan levert dat in één klap maar liefst 10.000 Fte’s op.

Hoeveel verpleegkundigen en verzorgenden ook daadwerkelijk bereid zijn om meer uren te maken is niet bekend. Uit cijfers over de gehele beroepsbevolking blijkt wel dat de groep parttimers die meer uren wil werken veel groter is dan de groep die juist minder uren wil werken, zowel bij mannen als bij vrouwen. In de praktijk is het voor medewerkers niet altijd eenvoudig om het aantal uren uit te breiden. Vaak heeft dat te maken met het privéleven van de werknemer. Het is ook mogelijk dat de organisatie zelf drempels opwerpt.

Obstakels opwerpen of drempels verlagen?

Soms dicteert het rooster de maximale contractomvang. Zo wordt in sommige organisaties gewerkt met korte diensten van maar drie uur. Er ligt daarom een kans in het verminderen van dit soort rooster-technische beperkingen. Zorginstellingen met meerdere vestigingen kunnen hun medewerkers bijvoorbeeld stimuleren om op een locatie dichter bij huis te werken. Zij kunnen hun medewerkers de mogelijkheid bieden om eerst een tijdje op proef bij een andere locatie aan de slag te gaan. De zo uitgespaarde reistijd kan dan worden benut als werktijd.

Contracten en administratie hebben invloed

Een aantal medewerkers kan wellicht over de streep worden getrokken met een vast contract. Een bescheiden 4% van alle verzorgenden en verpleegkundigen als zelfstandige. Vooral de groep werknemers met een flexibel contract is de afgelopen jaren sterk gestegen.

Inmiddels heeft circa 20% van alle verzorgenden en mbo-verpleegkundigen een flexibel contract, zoals een tijdelijk of oproepcontract, tegenover slechts 10% van de gespecialiseerde (hbo-)verpleegkundigen. Bij toenemende personeelstekorten is de vraag of zo’n grote flexibele schil nog wel nodig is. Tenslotte kan binnen de huidige gewerkte uren de aandacht en tijd voor bewoners worden vergroot door het terugdringen van administratieve rompslomp. Bijvoorbeeld door rapportages te vereenvoudigen, medewerkers beter te begeleiden zodat zij administratieve taken efficiënter kunnen uitvoeren, of juist bewust groepen medewerkers te ontzien. Dit kan ook een manier zijn om de werkdruk te verminderen en het werkplezier te vergroten. Ook kabinet Rutte-III stuurt in het regeerakkoord aan op een andere manier van werken en organiseren in de zorg: met minder regels en meer vertrouwen in zorgprofessionals.

Lees het Regeerakkoord

Het slechten van deze drempels vraagt wel wat van het management. Daar staat heel wat tegenover: op deze manier is het wellicht mogelijk om op korte termijn duizenden extra Fte’s te realiseren. Daarmee kan de sector tijd winnen om te werken aan verbeteringen voor de lange termijn, zoals het vergroten van de instroom in zorgopleidingen.

Contact

Rabobank