Kwartaalbericht Pluimveehouderij 1e Kwartaal 2017

Samenvatting: na omschakeling tijd voor optimalisatie

De verwachtingen voor de Nederlandse vleeskuikenhouderij voor de eerste helft van 2017 zijn gematigd positief. Door de nasleep van de vogelgriep ligt er druk op de afzet van pluimveevlees, vanwege exportbelemmeringen vanuit diverse belangrijke productiegebieden. Toch zorgt de gunstige koers van de euro voor een competitief aanbod op kostprijsniveau. Daarnaast blijft het aanbod vanuit Europa groeien. De markt in Noordwest-Europa staat onder toenemende druk vanwege de daling van de Britse pond en goedkope filets, deze ontwikkeling vraagt om ketenoptimalisatie.

Omschakeling naar concepten nadert voltooiing
Door de inspanningen van de Nederlandse sector is er in recordtempo invulling gegeven aan de specifieke vraag naar concepten in de Nederlandse markt, zoals de Goed Nest Kip en de Nieuwe Standaard Kip. Signalen uit de markt wijzen erop dat toetreding van producenten tot deze concepten tijdelijk haast onmogelijk is, enkel in het scharrelsegment lijkt nog ruimte te zijn. Hierdoor komt de afzetzekerheid in het geding. Ook bij deze markt volgen de prijsontwikkelingen het reguliere segment, daarom is optimalisatie noodzakelijk. De kostprijs wordt hierdoor weer relevant. Door nieuwe eisen binnen het concept of onvoldoende technische resultaten zullen sommige ondernemers afvallen. De markt van nieuwe concepten kan verder groeien als bijvoorbeeld ook Food Service meer met concepten gaan werken.

Vermeerdering komt in rustiger vaarwater
De markt voor broedeieren heeft zich sneller hersteld dan verwacht vanwege het terugbrengen van het aantal vermeerderingsdieren in Nederland en de gevolgen van ruimingen in met name Polen. Tevens zal de hogere vraag in het voorjaar bijdragen aan het herstel. De situatie geeft de sector gelegenheid om afzet te bestendigen. De productie in Polen zal weer op gang komen, zorg daarom dat u verzekerd bent van voldoende afzetmogelijkheden via toekomstbestendige relaties.

Terugblik 2016: goede start met een lastige finish

Vogelgriep bepalend voor heel Europa
De Europese pluimvee-industrie is in 2016 breed geraakt door een golf van vogelgriepuitbraken. De meeste landen zijn getroffen, inclusief de belangrijke productiegebieden Nederland, Nedersaksen, Zuidwest-Frankrijk en centraal Polen. Door deze uitbraken kunnen veel landen tijdelijk niet exporteren buiten de EU. Desondanks zijn de exporten uit de EU in 2016 met 8% gestegen naar een niveau boven 1,6 miljoen ton. Zelfs in december bedroeg de export nog 120.000 ton.

Ontwikkelingen in 2016 t.o.v. 2015, afgerond op hele getallen

Herstel naar betere markt
Aan het eind van het jaar klommen de prijzen weer uit het dal tot het niveau van februari 2016. Dit zorgde voor enig herstel van marges na een matig derde en vierde kwartaal. De belangrijkste redenen voor dit herstel zijn de doorlopende export vanwege de zwakke koers van de euro en de afnemende productiegroei als gevolg van de vogelgriepuitbraken.

Ontwikkeling import naar EU

Het herstel naar een betere marktbalans vond plaats ondanks de toegenomen importstromen in de EU.

  • In 2016 is er 899.000 ton pluimveevlees geïmporteerd, een stijging van 2,8%.
  • Uit Brazilië wordt het meeste pluimveevlees geïmporteerd (415.000 ton, 2% meer dan in 2015).
  • Het aandeel van pluimveevlees uit Thailand groeit stevig door (270.000 ton, + 7%).
  • Oekraïne (48.000 ton, +2%) en Chili (29.000 ton, +30%) exporteren steeds meer naar de EU, al worden deze importstromen beperkt door quota’s.

Nederlandse pluimveesector volgt Europa
De Nederlandse pluimveesector kende in 2016 een voortvarende start met een stabiele Basis Contact Prijs (BCP), deze lag tot eind juni op ongeveer € 0,66. Sindsdien daalde deze prijs, in december zelfs tot € 0,55. Een deel van deze daling is opgevangen door hogere toeslagen op de BCP en een lagere prijs voor de eendagskuikens. Desondanks daalden de voerwinsten stevig aan het eind van het jaar. Dit beeld werd nog versterkt door de voerprijzen, deze daalden in de eerste helft van 2016 licht en liepen vanaf de zomer weer op met 5% tot € 31,65 per 100 kilogram (bron: Boerderij.nl).

Dalende voerwinst
De voerwinstniveaus per m² bij vleeskuikens zijn volgens de eerste verwachtingen in 2016 met zo’n 9% gedaald ten opzicht van voorgaand jaar naar ongeveer € 70. Dat ligt nog steeds boven het langjarig gemiddelde, na een jarenlange stijging is dit een indicatie van gewijzigde marktomstandigheden.

Jaar om snel te vergeten voor de vermeerderingssector
Voor de vermeerderingssector is 2016 een bijzonder jaar geweest. Na een jarenlange stevige marktpositie door alsmaar groeiende vraag naar broedeieren raakte deze markt in de zomer volledig uit balans. De vraag daalde door de introductie van nieuwe marktconcepten zoals traaggroeiende vleeskuikens, terwijl het aanbod gelijk bleef of zelfs groeide. Dit leidde tot een ongekende prijsval (zie Grafiek 1). Een deel van de broedeieren is naar de verwerkende industrie gegaan.

Dalende indicatieve voerwinst
De indicatieve voerwinsten (basis NOP-notering) voor de vermeerderingssector over 2016 daalden met 27% tot € 9 per opgehokt moederdier. Afhankelijk van de afzetstrategie en afspraken kan de voerwinst fors fluctueren. Er trad versneld marktherstel op voor de export van broedeieren. Dit werd veroorzaakt door de daling van het aantal moederdieren en exportreductie vanuit Polen door vogelgriepuitbraken. Het herstel werd licht gehinderd door de gevolgen van vogelgriep in Nederland.

Productie Nederlandse sector blijft toenemen
De productie van de Nederlands industrie groeide van september tot en met november 2016 met ruim 11% ten opzichte van dezelfde periode in 2015. Hiermee overschrijdt de productie in 2016 mogelijk voor de eerste keer de grens van 1 miljoen ton geslacht gewicht. Dit is opvallend gezien de afname van het aantal vleeskuikens in 2016 (-1,4%) tot 48,4 miljoen kuikens en de groei van het aandeel conceptvleeskuikens tot 35% van het totale aantal. De groei wordt vooral veroorzaakt door de stijgende import van levende kuikens die in Nederland worden geslacht.

Vooruitzicht: Herstel aanbod na vogelgriepuitbraken bepalend

Het vooruitzicht voor de Europese vleespluimveesector is gematigd positief. Het naderende voorjaar sluit een periode van vogeltrek af, waarmee ook het risico op vogelgriep zal afnemen. Dit opent de toegang tot markten die nu tijdelijk zijn gesloten als gevolg van de vogelgriepuitbraken. Dat is gunstig omdat de zomermaanden veelal de beste maanden zijn voor de pluimvee-industrie. De aanhoudend zwakke euro maakt het aanbod uit de EU concurrerend in exportmarkten. Anderzijds blijven de voerprijzen relatief hoog vanwege de sterke importafhankelijkhei d. Daarnaast heeft de daling van de waarde van de Britse pond een negatieve invloed op de export naar het Verenigd Koninkrijk.

Grondstofprijzen

De prijzen van de agrarische grondstoffen ervaren lichte opwaartse druk (zie Grafiek 2). Toch zijn prijsstijgingen de komende maanden niet waarschijnlijk vanwege de hoge wereldwijde voorraden van graan, maïs en soja. In de tweede helft van 2017 verwachten we een lichte stijging door lagere tarweproductie in de VS en slechte weersomstandigheden in Argentinië. In de EU kunnen prijsschommelingen optreden vanwege veranderende wisselkoersen. Door de hoge waarde van de dollar ten opzichte van de euro is soja importeren duurder.

Verwachtingen Rabobank

Markt meer gedifferentieerd
In Noordwest-Europa neemt het aandeel van concepten voor vleeskuikens de komende jaren toe. Nederland is hier voorloper. Deze ontwikkeling verandert handelsvoorwaarden en marktcondities zoals de input van genetica en grondstoffen. Binnen Europa zal dit vanwege de kostprijsvoordelen leiden tot verdere groei van het reguliere segment in Oost- en Centraal Europa. Slechts een deel van de Nederlandse vleeskuikenhouders is in staat om internationaal voldoende competitief te zijn op kostprijsniveau. De Nederlandse sector kan haar toekomstperspectief verstevigen door via strakke regie en afstemming in de keten gerichter op de marktvraag in te spelen.

Exportbeperkingen bepalen verder marktherstel
Het heropenen van belangrijke afzetmarkten is belangrijk voor verder prijsherstel van de Nederlandse pluimvee-industrie. Deze markten blijven gesloten tot minimaal drie maanden nadat Nederland vogelgriepvrij is. Markten blijven soms nog langer gesloten. Daarom zal de discipline om de markt in balans te houden cruciaal zijn, zeker tijdens het eerste en tweede kwartaal. Als de industrie niet te veel gaat produceren, zijn de vooruitzichten gematigd positief. Dit geldt zowel voor de vleeskuiken- als de vermeerderingssector.

Concepten gaan nieuwe fase in
De grote stroomversnelling van omschakelingen is achter de rug. De Nederlandse retail is grotendeels voorzien in hun specifieke vraag naar conceptvleeskuikens. De groei van concepten gaat vanaf nu meer gefaseerd plaatsvinden. Toetreding tot een concept is hierdoor geen vanzelfsprekendheid meer. Pluimveehouders die om willen omschakelen moeten zorgen voor afzetgaranties. Daarmee komt dit segment in een nieuwe fase terecht. Een periode van optimalisatie zal zich aandienen. Hiermee komt, naast de specifieke concept eisen, onder andere de kostprijs weer nadrukkelijker in beeld.

Invloed van kostprijs op concepten
In de laatste thema-update ‘Focus op verandering’ voorspelde Rabobank al dat de kostprijs ook binnen concepten relevant zal zijn. Daarnaast vraagt het van de producenten voor concepten ook flexibiliteit om aan nieuwe voorwaarden te blijven voldoen. De Rabobank verwacht dat dit een voortdurend fenomeen zal zijn, retailers willen zich immers blijven onderscheiden. Denk hierbij aan de eis van ‘early feeding’ bij vleeskuikens. Sinds januari is dit verplicht voor scharrelkippen met één ster van het Beter Leven-keurmerk die door Albert Heijn worden verkocht.

Contact

Wilt u meer informatie over de laatste stand van zaken in de pluimveehouderij? Neem dan contact op met onze sectorspectialist.

Contact

Rabobank