Update

Het pensioenakkoord: wat weten we nu?

23 juni 2020 12:18

Het pensioenakkoord dat in juni 2019 is gesloten was een akkoord op hoofdlijnen. Het akkoord is nu, in 2020, verder uitgewerkt. De belangrijkste wijziging is dat de dekkingsgraden gaan verdwijnen. De achterbannen van de vakbonden hebben nog allemaal niet ingestemd: bij de FNV is de stemming uitgesteld tot 4 juli. Stemt de achterban voor, dan volgt de behandeling in de Tweede en Eerste Kamer. Het pensioenakkoord is een soort combi-deal met afspraken over de AOW-leeftijd, vroegpensioen en zelfstandigen.

Meteen de diepte in?Lees de volledige studie

Wat verandert er aan het pensioen van werknemers?

In de meeste huidige pensioenregelingen (maar niet allemaal) wordt nu gewerkt met een belofte, maar geen harde garantie. Zodra je begint met werken en pensioenpremie betaalt, wordt al gemikt op een streefbedrag van hoeveel pensioen je later - veel later – levenslang krijgt. De dekkingsgraad is de rekensom waarmee pensioenfondsen uitrekenen of ze nú genoeg in kas hebben om dat streefbedrag nu en in de toekomst te kunnen betalen. Het probleem bij het huidige systeem is dat, wanneer de rente erg laag is, je voor pensioenen in de toekomst veel geld moet reserveren.

Die belofte wordt nu helemaal losgelaten. De premie staat voortaan centraal. Er wordt gewoon afgesproken hoeveel premie er wordt ingelegd en het pensioenfonds probeert die pot zo goed mogelijk te laten groeien. Je krijgt wel een overzicht van wat jouw aandeel in de pensioenpot waard is en hoeveel jaarlijkse uitkering je daarvoor kan verwachten, maar dat is meer een verwachting (‘projectierendement’) dan een belofte.

Dat is nog wel een flinke verbouwing, waar pensioenfondsen ook de tijd voor krijgen. Uiterlijk 1 januari 2026 moet iedereen zijn overgestapt.

Figuur 1: het oude en het nieuwe pensioencontract

Wordt het pensioen daarmee onzekerder?

Dat is maar hoe je er naar kijkt. Winsten en verliezen worden eerder uitgedeeld. Het pensioen gaat meer meebewegen met de beurs, maar de schokken kunnen worden uitgesmeerd over de tijd en over de deelnemers. Jonge deelnemers krijgen meer rendement en risico en oudere deelnemers minder. Daarnaast komt er een stroppenpot (de ‘solidariteitsreserve’).

En hoe zit het met de huidige pot geld, gaat die ook over?

In principe is het de bedoeling dat iedereen overstapt, inclusief de gepensioneerden. Maar afzonderlijke pensioenfondsen mogen er ook voor kiezen om dat niet te doen. Het vermogen dat gepensioneerden en werknemers al hebben opgebouwd blijft dan in het oude systeem en alleen de nieuwe premies en de nieuwe opbouw gaan in het nieuwe systeem.

Moet iedereen switchen? Er zijn toch mensen die nu al een ‘premieregeling’ hebben?

Dat klopt. De meeste werknemers hebben nog een regeling met een belofte daarin. Dat gaat om (bedrijfstak)pensioenfondsen zoals het ABP en PFZW en om verschillende ondernemingspensioenfondsen. In totaal vallen ruim 5 miljoen werknemers onder zo’n regeling.

Maar er zijn ook bedrijven die nu al een premieregeling hebben. Dat gaat om minder mensen, maar in totaal toch ook bijna anderhalf miljoen werknemers. Daar is de verbouwing kleiner. Het belangrijkste verschil is dat in deze regeling de premie nu meestal stijgt met de leeftijd en straks niet meer.

Dat kan voor sommige werknemers ongunstig uitpakken en daarom mogen bedrijven met een premieregeling ervoor kiezen om de huidige werknemers in de bestaande regeling houden. Voor hun nieuwe werknemers moeten zij wel een vast premiepercentage aanbieden. In dat geval moet de werkgever dus werken met twee verschillende regelingen.

Ook het nabestaandenpensioen verandert?

Ja! Die verandering gaat om het nabestaandenpensioen als je overlijdt vóór je pensioendatum. Je moet er niet aan denken, maar het kan gebeuren. Je partner of je kinderen krijgen dan meestal een pensioen, maar op dit moment kan de hoogte nogal verschillen. Het hangt er bijvoorbeeld vanaf hoeveel pensioen je in het verleden hebt opgebouwd, of hoeveel je in de toekomst nog kan opbouwen.

Dit wordt een stuk eenvoudiger: het pensioen voor je nabestaanden wordt rechtstreeks gekoppeld aan het loon dat je voor overlijden kreeg. Voor je partner maximaal 50 procent van je loon als levenslange uitkering, voor weeskinderen tot 25 jaar maximaal 40 procent en voor halfwezen (dus als de andere ouder nog leeft) maximaal 20 procent.

Wanneer ben je eigenlijk ‘partner’?

Als je getrouwd bent dan ‘weet’ je pensioenfonds dat. Maar als je niet getrouwd bent dan moet je je partner meestal zelf aanmelden bij je pensioenfonds; als je dat niet doet dan is er een grote kans dat je partner helemaal niets krijgt als je overlijdt. Op je pensioenoverzicht is te zien of je partner al bij het pensioenfonds geregistreerd staat.

Het pensioenakkoord is een soort combi-deal, hoe zit het met de andere onderdelen?

Er zitten ook afspraken in over de AOW, vroegpensioen en zelfstandigen. Die gaan eigenlijk gewoon door zoals vorig jaar al was afgesproken. Nog even samengevat:

AOW: minder snelle stijging van de AOW-leeftijd door een minder sterke koppeling aan de levensverwachting.Bedrag ineens: als je met pensioen gaat, mag je in één keer een bedrag van maximaal 10 procent van je opgebouwde pensioen(kapitaal) opnemen. Dat kan naar verwachting vanaf 2022.Vroegpensioen: tijdelijk (jaren 2021-2025) minder boete (‘RVU-heffing’) op een vertrekvergoeding in de laatste 3 jaar voor de AOW-leeftijd. Ook is er vanaf 2021 meer ruimte voor verlofsparen: van 50 naar 100 weken.Zelfstandigen worden niet verplicht om pensioen op te bouwen, maar wel om zich te verzekeren tegen langdurige arbeidsongeschiktheid. Er is al wel een voorstel van hoe dat eruit moet zien, maar dat moet nu nog als wetsvoorstel goedgekeurd worden.