Onderzoek

De circulaire transitie: nog een lange weg te gaan

3 juli 2015 12:23

De afgelopen jaren is het begrip circulaire economie steeds populairder geworden. Volgens onze inschattingen kan het in Nederland de komende jaren meer dan 80.000 banen opleveren. Veelbelovend, maar de weg is nog lang.

Mature men at online shop. He is owner of small online shop. Receiving orders and packing boxes for delivery.

Auteur: Hans Stegeman

Het begrip ‘circulaire economie’ is de afgelopen jaren steeds populairder geworden. Enerzijds komt dit door bedrijven die circulaire bedrijfsconcepten succesvol in de praktijk brengen. Anderzijds doordat de circulaire economie veelbelovend is als manier waarop de hele economie anders kan worden ingericht. Volgens onze inschattingen kan de overgang naar een circulaire economie in ons land de komende jaren meer dan 80.000 banen opleveren. Veelbelovend, maar de weg is nog lang.[1]

[1] Dit is een sterk ingekorte versie van de Special ‘De potentie van de circulaire economie.

Wat is nu die circulaire economie?

De circulaire economie is eigenlijk een misleidende term. Het ‘circulaire’ gaat niet over het macro-economische proces (dat is immers al een kringloop), maar over het circulair maken van de grondstoffen- en goederenkringlopen. Het is daarmee geen nieuw economisch model, maar vooral het nuttig en goed doordenken en inrichten van een doelmatige economie gericht op het efficiënte gebruik van grondstoffen en het verminderen en uiteindelijk elimineren van afvalstromen. Daarmee is circulaire economie vooral een manier om een ander doel te realiseren, bijvoorbeeld duurzame vooruitgang of groene groei.

Het hergebruik van grondstoffen en producten wordt zoveel mogelijk gestimuleerd en de waardevernietiging zoveel mogelijk beperkt. Het idee van de circulaire economie laat zich het eenvoudigst beschrijven aan de hand van figuur 1.

Figuur 1: Lineaire productie, circulaire grondstoffenloops

Bron: EMF, Rabobank

De centrale as van het schema geeft het lineaire productieproces weer, waarbij ontwerp, productie, consumptie en afvoer in één lijn staan. De pijlen geven de circulaire mogelijkheden weer met betrekking tot het hergebruik, het recyclen of upcyclen van grondstoffen, restafval, materialen of producten. Deze geven dus aan wat de stappen zijn op weg naar een circulair systeem. Sommige biologische en technische materialen worden in verschillende fasen in de keten benut als input voor de productie, biologische materialen worden vaker benut en recycling is in een aantal landen inmiddels behoorlijk ver gevorderd. De binnenste cirkels van de biologische kringloop vormen de weergave van verschillende vormen van cascadering, ofwel getrapte waardebenutting. Dit zijn eigenlijk opeenvolgende ‘watervallen’ die telkens weer waarde toevoegen aan producten (upcyclen) waardoor (onderdelen van) goederen weer te gebruiken zijn. De bedoeling is om uiteindelijk de laatste pijl (afval) volledig weg te halen.

Figuur 2: Circulaire productie door circulaire bedrijfsmodellen

Bron: Rabobank op basis van Accenture (2014)

Circulaire bedrijfsmodellen

Al deze manieren om grondstoffen beter te benutten, producten langer mee te laten gaan ofwel beter te benutten leiden tot een aantal mogelijke bedrijfsmodellen. De basis van die bedrijfsmodellen is een verdienmodel, dat wil zeggen een privaat rendement voor de ondernemer. Het maatschappelijke rendement hoeft daarbij zelfs helemaal geen rol te spelen. De verdienmodellen hangen samen met beheer en onderhoud, reparatie, hergebruik en distributie, refurbishment (benutten van onderdelen in nieuwe apparatuur) en ten slotte recycling van zoveel mogelijk grondstoffen. De bedrijfsmodellen zijn uiteindelijk de drijvende kracht achter het creëren van de circulaire feedbackloops.

Om een en ander te verduidelijken, hebben we in figuur 2 de productieketen uit figuur 1 in een cirkel gezet. Idealiter sluit die cirkel. Dan zijn al het afval en alle reststoffen weer grondstof voor een nieuwe cyclus. Op basis van voorbeelden en analyses is er een aantal vormen van bedrijfsmodellen te onderscheiden:

A. Circulaire inputmodellen: Deze bedrijfsmodellen richten zich op het creëren van grondstoffen en inputs die passen bij de circulaire economie: volledig hernieuwbare brandstoffen en het vervaardigen van biologisch afbreekbare en recyclebare inputs. Het verdienmodel bestaat eruit dat alternatieve grondstoffen betaalbaarder of beter zijn dan traditionele grondstoffen.

B. Afvalwaardemodellen: Recycling en upcycling spelen in deze modellen een cruciale rol. Door het creëren van een markt voor afval wordt een verdienmodel gerealiseerd: een kostenpost die verandert in een winstgevend bedrijf. Dit kan ertoe leiden dat afval van een productieproces wel wat waard is als grondstof voor een ander productieproces. Dit model is nuttig voor bedrijven die grote afvalstromen hebben, of voor bedrijven waarvan het restafval van producten kan worden verwerkt tot nieuwe grondstoffen.

C. Levensduurmodellen: Het verlengen van de levensduur kan op een aantal manieren: reparatie, upgrading, herfabricage, of opnieuw marketen van eenzelfde product. Het verdienmodel heeft een aantal kanten. Deels zit het in diensten (reparatie, vervanging, aanpassing), deels gaat het erom dat de (rest-) waarde nogmaals commercieel wordt benut (zoals bij opnieuw verkopen).

D. Platformmodellen: Een belangrijke manier om spullen beter te benutten, is goederen die niet worden gebruikt aan anderen ter beschikking te stellen. Dit kan van consument naar consument op tijdelijke basis en wel of niet tegen vergoeding (deelmodellen), door diensten te verhuren waardoor bestaande goederen worden ingezet (op- en afroepeconomie), of door spullen die niet (meer) worden gebruikt van eigenaar te laten wisselen (tweedehandsmarkt).
Het verdienmodel bestaat daarbij soms uit de intermediairfunctie (vraag en aanbod tegen betaling bij elkaar brengen), soms uit de restwaarde van de goederen, soms uit het aanbieden van (nieuwe) diensten om bestaande goederen beter te benutten.

E. Product-als-dienstmodellen: In plaats van goederen te verkopen, blijft het bedrijf eigenaar van het product. Het wordt ter beschikking gesteld aan een of meer gebruikers, of door een leasecontract, of door een huurprijs per gebruik. Alternatieven zijn hier te over te bedenken.

Van micro naar macro

Macro-economisch kan het succes van circulaire bedrijfsmodellen niet één-op-één worden vertaald naar economische groei en banen. Zo staan tegenover de circulaire winnaars de lineaire verliezers: bedrijven die nagenoeg dezelfde producten maken, maar niet-duurzaam. Ook leiden niet alle positieve effecten tot economische groei. De maatschappelijke winst die ontstaat doordat we minder goederen en diensten produceren, leidt juist tot minder economische groei, wel tot een beter milieu. Dus bij circulair denken moeten we ook het huidige denken over economische groei loslaten. Niet dat die er niet is; het effect is alleen niet één-op-één. De echte baten van de circulaire economie kunnen we echter het beste meten aan de hand van een breder welvaartsbegrip. Daarin moet het nut dat wordt ontleend aan het gebruik van goederen meer centraal staan en niet het alleen maar het produceren van nieuwe spullen zonder dat we nagaan óf die ooit een bestemming krijgen.

Figuur 3: Macro-economie, welzijn en milieu

Bron: OESO

De weg naar een circulaire economie is vergroening van de economie (PBL, 2013). Vergroening is het (aanmerkelijk) zuiniger omspringen met natuurlijke hulpbronnen en het beperken van de aantasting van ons leefmilieu. Door vergroening van de economie wordt ‘de goede vooruitgang’ ontkoppeld van de negatieve milieueffecten die vooruitgang met zich meebrengt (figuur 3; OESO, 2015). In de praktijk betekent het meten van deze ontkoppeling de relatie leggen tussen economische groei of vooruitgang en relevante variabelen voor milieueffecten. We maken hier expliciet het verschil tussen aan de ene kant economische activiteit gemeten op basis van het BBP en aan de andere kant welzijn, waarbij we uitgaan van een breder welvaartsbegrip. Het is immers goed mogelijk dat de overgang naar een circulaire economie leidt tot minder verbruik van grondstoffen en minder milieu-impact én tot een lager BBP vanwege een lagere productie. Als dan alleen wordt gekeken naar de relaties tussen BBP, grondstofgebruik en milieubelasting, kan dat de werkelijke ontkoppeling onderschatten.

Waarom circulair en Nederland bij elkaar passen

Nederland is al op weg naar een circulaire economie. De verduurzaming van de economie is echter nog niet op alle fronten meetbaar of zichtbaar. Er is een aantal redenen waarom de circulaire economie juist in Nederland een succes zou moeten kunnen worden:

1. Nederland is afhankelijk van de import van grondstoffen. Stijgende, volatiele grondstofprijzen en grondstofafhankelijkheid zijn belangrijke redenen om het grondstoffenverbruik terug te brengen;

2. Nederland is in de productie zeer efficiënt in het gebruik van grondstoffen. Dit is een indicatie dat de Nederlandse economie al redelijk op weg is circulair te zijn als het gaat om productieprocessen. Die kennis zou verder moeten worden uitgebouwd en gedeeld;

3. Innovatie, vooral in processen, bedrijfsmodellen, maar ook in producten is cruciaal. Op een aantal van dat soort aspecten scoort Nederland goed, maar het kan beter;

4. Het relatief hoge welvaartsniveau en het hiermee samenhangende consumptiepatroon zorgen ervoor dat Nederland bij lange na nog niet circulair is. Want weliswaar zijn we in onze eigen productie steeds efficiënter geworden, we gebruiken wel steeds meer grondstoffen bij onze consumptie;

5. De overheid moedigt de circulaire economie aan, maar vooral in woord. Als dat nu ook in daad gebeurt, bijvoorbeeld met de juiste prikkels op het gebied van belastingen, (de-) regulering en het faciliteren met kennis en netwerken, kan dit ook een positieve bijdrage leveren aan de circulaire economie in Nederland;

6. Als Nederland de kennis rondom het inrichten van succesvolle businessmodellen weet uit te bouwen kan die kennis op zichzelf weer een exportproduct zijn.

Bovenstaande overwegingen kunnen de komende jaren positief uitvallen, maar dat vergt wel meer dan de huidige ontwikkelingen richting een circulaire economie. Belangrijk daarbij is ook de houding van consumenten ten opzichte van de circulaire economie. Als zij uiteindelijk nog steeds veel blijven consumeren, bijvoorbeeld doordat ze nu meer tweedehands producten kunnen betalen, schiet de circulaire inrichting haar doel voorbij.

Macro-economische effecten

Het inschatten van de macro-economische effecten van de circulaire economie is met grote onzekerheid omgeven. Grotere onzekerheid dan bij een normaal macro-economisch scenario. Want niet alleen de ‘normale’ macro-economische variabelen wijzigen, het gaat uiteindelijk om een transitie van het hele systeem. Daarbij moeten zeer veel veronderstellingen worden gedaan, bijvoorbeeld over welke grondstoffenbesparing haalbaar zou kunnen zijn, in welke mate nieuwe producten en bedrijfsmodellen succesvol zullen zijn, hoe deze wijzigingen op elkaar inwerken en uiteindelijk wat daarvan de effecten zullen zijn op economische groei, maatschappelijke waarde, banen en milieu. Een haast onmogelijke opgave. Op basis van het werk van anderen hebben wij ook voor Nederland drie tentatieve scenario’s geschetst (zie kader), waarbij we telkens hebben gekeken naar de ontwikkeling van maatschappelijke waarde, BBP-toename en werkgelegenheid. Met maatschappelijke opbrengst wordt de waarde bedoeld die een circulaire transitie oplevert: de economische waarde van besparingen op grondstofstromen, maar ook nieuwe economische activiteit. In figuren 4 en 5 staan de resultaten weergegeven.

Drie circulaire scenario’s

Op basis van werk van anderen (TNO, 2013; EMF, 2015), hebben we drie tentatieve scenario’s geschetst voor Nederland voor de komende vijftien jaar.

Linear bow: In dit scenario gebeurt er niet zo heel veel ten opzichte van de huidige situatie. Een kleine ombuiging van het lineaire model. Overheidsbeleid is niet gericht op duurzaamheid, grondstofprijzen zijn nog relatief laag en grondstofzekerheid is niet echt iets om wakker van te liggen, en de financiële sector is al helemaal niet met het financieren van de circulaire economie bezig. Innovatieve ideeën krijgen mede hierdoor geen tractie.

Circular go: Nederland slaat de weg in van het circulairder maken van feedbackloops, maar dit gaat met kleine stapjes. De grondstofprijzen zijn hoger dan op dit moment, overheidsbeleid blijft zoals het is, goede circulaire bedrijfsmodellen weten financiering te vinden (de financiële sector is accomoderend, maar geen voortrekker) en het sentiment blijft ongeveer zoals het nu is: een klein groepje mensen dat gelooft in een duurzaamheidsomslag, terwijl een groot deel van de bevolking andere zaken aan zijn hoofd heeft. Dit alles leidt tot een beperkte mate van innovatie: geen radicale doorbraken in materiaalgebruik, geen massale verandering van bussinessmodellen.

Circular flow: Een volledige transitie naar een circulaire economie. De kracht hierachter is een overheidsbeleid dat is gericht op een succesvolle vervolmaking van de circulaire economie. Ook is het de ambitie om Nederland tot de hotspot te maken van de internationale circulaire beweging. Subsidie op vervuilende energiebronnen wordt afgebouwd, belasting op arbeid (met name aan de onderkant) verlaagd en er volgen (belasting-)prikkels om duurzamer te gaan produceren en te consumeren. Wat daarbij hoort, is een financiële sector die niet alleen circulaire bedrijfsmodellen wil accomoderen, maar ook verder wil helpen.

De effecten op de economische groei zijn in alle scenario’s minder positief dan de effecten op de maatschappelijke waarde. Dit komt doordat een aantal positieve effecten op bijvoorbeeld grondstoffengebruik en de langere levensduur van producten in de berekening van het BBP niet worden meegenomen. De effecten op de werkgelegenheid zijn vooral in het laatste scenario zeer positief met een verwachte creatie van meer dan 80.000 banen. Twee effecten spelen daarbij ten opzichte van de andere scenario’s een grote rol: ten eerste worden er in verhouding meer banen gecreëerd door een overstap op arbeidsintensievere businessmodellen, zoals producten als diensten en meer reparatiediensten. Dit kan ook doordat de lasten op arbeid in dit scenario fors omlaag gaan. Ten tweede krijgt de exportsector een boost doordat met de kennis en expertise over de circulaire economie in het buitenland geld wordt verdiend.

Figuur 4: Effect op maatschappelijke waarde en BBP in drie scenario’s

Bron: CBS

Figuur 5: Effect op werkgelegenheid in drie scenario’s

Bron: CBS

Hoe komen we daar?

Dit laatste scenario is een aanlokkelijk perspectief. Hogere economische groei, meer maatschappelijke waarde en meer banen. Maar het is geen vanzelfsprekendheid dat we hier ook op uitkomen. Het betekent vooral dat alle actoren in de samenleving een verantwoordelijkheid hebben en dat zij deze ook daadwerkelijk moeten nemen.

Ten eerste moeten bedrijven circulair willen innoveren. Want de meeste verdienmodellen zijn erg innovatief, en dus onzeker. En dat is niet voor iedereen even gemakkelijk, zeker als je huidige verdienmodel op basis van niet-duurzame grondstoffen, producten of diensten nog rendabel is. Dat geldt ook voor een groot deel van onze exportsector: deze gebruikt relatief veel energie en materialen.

Consumenten spelen evenzeer een belangrijke rol. Zij moeten die circulaire producten en diensten uiteindelijk kopen. En zo lang zij massaal niet-duurzame producten kopen, heeft de circulaire ondernemer het nog steeds moeilijk. Ook zal de consument zich echt duurzaam moeten gaan gedragen. Zo lang AirBnB vooral een goedkoper alternatief is voor een hotel, waardoor een stedentrip met het vliegtuig twee keer per jaar in plaats van één keer per jaar plaats kan vinden, is er voor het milieu niets gewonnen.

En daar hebben we dan weer de overheid bij nodig. Het gaat erom de juiste prikkels af te geven voor zowel bedrijven als consumenten. Dit kan door milieuonvriendelijke activiteiten te belasten, en in ieder geval geen subsidie te geven op vervuilende energiebronnen. De lasten op arbeid goedkoper maken, vooral aan de onderkant, helpt reparatie-activiteiten en andere soorten dienstverlening in een circulaire economie. Bedrijfsmodellen moeten uiteindelijk ook zonder subsidie rendabel kunnen zijn. Als laatste dient regelgeving te worden aangepast aan circulaire bedrijfsmodellen. Dit betreft vaak het aanpassen van bestaande regelgeving.

Tot slot heeft ook de financiële sector een belangrijke taak, zowel in de primaire rol (financier van circulaire ondernemers) als in de secundaire rol van netwerkpartner en kennisleverancier. Samenwerking in de keten is voor veel circulaire ondernemers van cruciaal belang, en de financiële sector kan daarbij helpen. Door andere dan financiële waarden expliciet te betrekken in financieringsaanvragen kunnen circulaire bedrijfsmodellen bij banken wellicht voorrang krijgen.

Dit artikel is geschreven door Hans Stegeman.

Literatuur

Accenture (2014), Circular Advantage: Innovative Business Models en Technologies to Create Value in a World Without Limits to Growth. Accenture Technology.

Ellen MacArthur Foundation (2012), Towards the Circular Economy: Economic and business rationale for an accelerated transition, EMF.

Ellen MacArthur Foundation (2015), Growth Within: A Circular Economy Vision for a Competitive Europe, EMF.

OESO (2015), Material Resources, Productivity and the Environment, OESO Green Growth Studies, OESO Publishing, Paris.

Planbureau voor de Leefomgeving (2013). Vergroenen en verdienen: op zoek naar kansen voor de Nederlandse economie. Signalenrapport. PBL: Den Haag.

TNO (2013), Kansen voor de circulaire economie, TNO-rapport TNO 2013 R10864, TNO: Delft.