Update

Samenwerking houdt vleeskalverhouderij ondanks crisis sterk

19 augustus 2020 10:13

Door ontwikkelingen zoals de coronacrisis en veranderend consumentengedrag is er in Europa minder vraag naar (kalfs)vlees. Het totale aanbod van kalfsvlees is nu groter dan de vraag, waardoor de opbrengsten dalen. Door te innoveren, samen te werken en te integreren binnen de keten kan de kalfsvleessector hier weerstand aan bieden. Daarnaast liggen er kansen in verkoop aan regio’s buiten Europa. Lees meer in dit artikel.

Koeien in stal

Gevolg coronacrisis: lagere opbrengstprijzen

De Europese foodservice-sector (restaurants, catering, hotels, etc.) is normaal gesproken de grootste afnemer van kalfsvlees, maar door de coronacrisis daalde de vraag sterk. Het in vrieshuizen opgeslagen kalfsvlees komt het komende half jaar weer op de markt, waardoor het aanbod van kalfsvlees groter is dan de vraag. Opbrengstprijzen liggen halverwege 2020 wel 25% tot 30% onder het ‘normale’ niveau, waardoor de productie van kalfsvlees verliesgevend is. Het is daarom belangrijk om de komende tijd goed zicht te houden op de financiële situatie van het eigen bedrijf en tijdig actie te ondernemen als de financiële gezondheid in gevaar komt.

De kalfsvleesketen speelt in op de verminderde vraag door de productie zo ver mogelijk te verlagen. In Nederland is de productie van kalfsvlees (het geslachte gewicht) in de eerste helft 2020 met 8% gedaald ten opzichte van dezelfde periode in 2019. Daarnaast is het geslachte gewicht per kalf afgenomen met 5,5%, onder meer doordat kalveren eerder zijn geslacht. Deze ontwikkeling is een sterke trendbreuk met de afgelopen jaren, toen de productie bleef stijgen. Het aantal vleeskalveren steeg tussen 2017 en 2019 van ruim 103.000 naar 1.066.000.

Integratie en samenwerking

In de vleeskalverhouderij maken we onderscheid tussen de blankvleessector (kalveren die 6 tot 8 maanden leven) en de rosésector (kalveren die 8 tot 12 maanden leven). De rosésector heeft naar verhouding meer ‘vrije mesters’: ondernemers die de dieren volledig voor eigen rekening en risico houden. In de blankvleessector wordt daarentegen steeds meer samengewerkt binnen de keten (integratie). Zo worden er kalveren door melkveebedrijven bij de kalverhouder gestald. De houder ontvangt dan een vergoeding voor arbeid, stalruimte en mest. De integratie levert het kalf en het voer, en zorgt voor de afvoer van de slachtrijpe kalveren.

“Door betere samenwerking staat de kalfsvleessector sterk ten opzichte van Europese concurrenten.”

Deze handige constructie zorgt ervoor dat de sector sterk staat ten opzichte van Europese concurrenten. Doordat er ook wordt geïntegreerd in buitenlandse ketens spreiden bedrijven hun risico’s. Op dit moment is de Nederlandse sector voor kalverhouderijen kostprijsleider in de Europese Unie, en de verwachting is dat de sector de succesformule van samenwerken en integreren verder uitbreidt.

Uitdagingen liggen in milieu en dierenwelzijn

Ondanks de sterke positie van de vleeskalverhouderij zijn er ook uitdagingen. Door de stijgende aandacht voor milieu en dierenwelzijn vanuit de overheid en de samenleving is erverandering nodig. De sector moet aan de slag om langeafstandstransporten te verminderen, het antibioticagebruik verder te verlagen en te zorgen voor minder uitstoot van geur, ammoniak en fijnstof.

Het rapport ‘2025: De Nederlandse vleessector in balans’, van de Centrale Organisatie voor de Vleessector, geeft vleesbedrijven handvatten voor deze uitdagingen. Verder stelde de kalversector in 2019 een plan op als invulling van de wens vanuit de overheid voor kringlooplandbouw. Daarin staan doelen als ‘tweederde van de stallen emissievrij in 2028’ en ‘meer leefruimte per kalf (1,8 naar 2,0 m2)’. Deze doelen brengen een investeringsinspanning mee die niet iedere kalverhouder wil of kan verrichten. Mede hierdoor zal het aantal bedrijven de komende jaren dalen. Bedrijven van voldoende omvang met een hoog diergezondheidsniveau en goede technische resultaten, hebben perspectief en blijven aantrekkelijke partners om mee samen te werken.

Geen groei, toch sterke internationale positie

Groei van de sector vindt in Nederland voorlopig niet plaats. Door de hierboven genoemde uitdagingen vindt er eerder een lichte krimp plaats. Samenwerken en afstemmen binnen de keten helpt om de vraag te doen stijgen, door nieuwe doelgroepen aan te spreken (denk aan consumenten die behoefte hebben aan kwalitatief hoogwaardig voedsel) en tot nieuwe vormen van verkoop te komen (buiten de retail om). Een andere kans is het aanboren van nieuwe markten buiten Europa, zoals China, Japan en Amerika. Op deze manier wordt de vooraanstaande internationale positie van de Nederlandse vleeskalverhouderij verder versterkt.

De Rabobank is nauw betrokken bij de veehouderij. Benieuwd hoe jouw kalverhouderij klaar is voor de toekomst? Neem gerust contact met ons op.