Update

Ondanks corona positieve eerste helft 2020 voor legpluimvee

28 augustus 2020 12:34

Legpluimveebedrijven richten zich op het fokken en houden van pluimvee, en het opfokken of houden van leghennen. De vraag naar eieren groeit de komende jaren flink in in de EU doordat eieren passen in een gezond en afwisselend voedingspatroon, ze goedkoop zijn en vanuit ieder geloof gegeten mogen worden. Wat betekent dit voor de toekomst van de legpluimveebedrijven op korte en lange termijn? We praten je bij.

Kippen in stal

Economische ontwikkelingen legpluimveehouderijen

De laatste jaren stijgt de vraag naar en de productie van eieren. In de EU worden jaarlijks gemiddeld 213 eieren per persoon gegeten en in Nederland 205 en dat aantal blijft stijgen. Hiervan wordt 65% tot 70% van de eieren zo uit de dop gegeten, het overige gedeelte wordt in gerechten bereid. Ondanks de coronacrisis kijkt de legpluimveesector terug op een positieve eerste helft van 2020. De weggevallen vraag in foodservice en de verwerkende industrie is bijna volledig opgevangen door de hogere verkopen in de detailhandel. Steeds meer mensen kochten eieren voor thuisconsumptie.

De Nederlandse legpluimveehouderij bestond in 2019 uit 867 legpluimveebedrijven met 33,4 miljoen leghennen, die jaarlijks ongeveer 10,5 miljard eieren produceren. Daarnaast waren er 142 opfokbedrijven met 10,9 miljoen opfokplaatsen. De verwachtingen voor de komende periode zijn goed doordat de vraag naar eieren gelijk blijft. Bovendien zal het aanbod gematigd groeien doordat bedrijven niet kunnen uitbreiden door (milieu)beperkingen. Iets wat voor meerdere Europese landen geldt.

Nederlandse export van eieren groeit, maar heeft uitdagingen

De Nederlandse export van consumptie-eieren was in 2018 508 miljoen euro, waarvan 95% binnen de EU blijft. Duitsland is de belangrijkste exportbestemming. Daar neemt de vraag naar vrije-uitloop en biologische eieren (net als lokale/regionale eieren) langzaam toe. Nederland kan deels in die behoefte voorzien, maar merkt ook concurrentie vanuit Duitsland zelf. Zij gaan zelf ook meer eieren in het hoge segment produceren.

De komende jaren neemt het aandeel kooiproductie verder af. Door de margedruk in de Europese markt voor kooieieren, zien we dat de productie verplaatst naar andere landen zoals Spanje, Frankrijk en Polen. Dit zorgt voor hogere concurrentie in de Europese markt voor scharreleieren.

Veranderende wensen consument van invloed op pluimveehouderijen

De consument is vandaag de dag steeds kritischer op wat ze wel en niet eet. Zo ook op eieren. In Noordwest-Europa zien we dat consumenten bewegen van scharrel plus naar vrije-uitloop en biologische eieren. De retailverkopen nemen toe. De scharrelhouderij kan zijn positie binnen de rest van Europa verstevigen door in te spelen op deze cage-free trend (kooivrij fokken).

“Doordat er meer veehouderijbedrijven zijn, is de maatschappelijke weerstand ook gegroeid.”

Daarnaast stijgt de aandacht voor het dierenwelzijn. Doordat er steeds meer veehouderijbedrijven zijn, is de weerstand vanuit de maatschappij gegroeid. Het is belangrijk dat je als ondernemer in de pluimvee transparant bent over je manier van werken. Bovendien moet de uitstoot van ammoniak en fijnstof verlaagd worden nu de impact op de volksgezondheid bewezen is. De overheid heeft daar ook strengere regels voor benoemd. In 2027 moet de fijnstofuitstoot met 50% zijn gereduceerd. Bij nieuwe bedrijven is dit zelfs 70%.

Consumenten kiezen ook steeds vaker voor lokaal en dichtbij. In de Nederlandse retail is scharrel één ster beter leven vanaf 2020 de standaard.

Innovatie in de legpluimveehouderij

Innovatie op het gebied van techniek en automatisering is steeds belangrijker in de legpluimveehouderij. We zien daarin ontwikkelingen die vooral bijdragen aan (nog) betere procesbesturing van het klimaat, voer, licht, eierverzameling en mestverwerking.

Daarnaast is innovatie in de techniek van fijnstofvermindering noodzakelijk. Er zijn inmiddels een aantal technieken goedgekeurd die fijnstof aanpakken bij de bron. Ook zien we dat steeds meer ondernemers kiezen voor duurzame energiebronnen zoals zonne-energie.

De Rabobank heeft vertrouwen in het voortbestaan van pluimveehouderijen mits ze duurzaam en ondernemend zijn. Je moet als vakman veerkrachtig zijn en kunnen meebewegen met de veranderingen in de markt.