Prinsjesdag 2017

Het gaat goed met Nederland, bleek uit de troonrede van koning Willem-Alexander. De economie groeit flink, steeds meer mensen vinden een baan en de overheid heeft eindelijk weer wat financiële ademruimte.

Prinsjesdag vond plaats in een tijd van kabinetsvorming. De wetsvoorstellen bevatten daarom minimale maatregelen.

Wonen

Wat verandert er in 2018 voor mensen met een eigen woning?

Restschulden ontstaan vanaf 1 januari 2018

Als uw hypotheek hoger is dan de verkoopopbrengst van uw huis, krijgt u te maken met een restschuld bij verkoop van uw huis. De restschuld is het deel van uw hypotheek dat na verkoop van het huis niet kan worden afgelost met de verkoopopbrengst. U mag de hypotheekrente over de restschuld maximaal vijftien jaar aftrekken voor de belasting. Dit geldt alleen als de restschuld ontstaat doordat u uw huis verkoopt en overdraagt bij de notaris in de periode van 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017. Ontstaat de restschuld vanaf 1 januari 2018? Dan valt de restschuld in box 3 en mag u de hypotheekrente niet aftrekken voor de belasting. De netto-lasten van de restschuld zijn dan hoger.

Gevolgen van deze wijziging

Heeft u vanaf 1 januari 2018 met een nieuwe restschuld te maken? Dan zijn de netto-lasten hoger, doordat de regeling voor restschulden per 1 januari 2018 vervalt. Heeft u in de periode van 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017 al een restschuld? Dan blijft de rente over de restschuld vanaf het moment van ontstaan van de restschuld maximaal vijftien jaar aftrekbaar in box 1.

Lees meer over restschuld

De maximale hypotheekrenteaftrek wordt verder verlaagd

Per 1 januari 2018 wordt het maximale belastingpercentage waartegen aftrek van kosten voor de eigen woning mogelijk is, verder verlaagd van 50% naar 49,5%. Dit geldt alleen voor de aftrekbare kosten voor de eigen woning, zoals (hypotheek)rente en rente van schulden aangegaan voor de afkoop van de rechten van erfpacht, opstal en beklemming. Daalt, zoals voorgesteld, het tarief in de vierde schijf van 52% naar 51,95%? Dan daalt de aftrek van de kosten van de eigen woning naar 49,45%.

Zorg

In het kort: het eigen risico blijft gelijk, de premie stijgt en ook de zorgtoeslag stijgt.

Eigen risico

In 2018 zou het eigen risico met 15 euro stijgen naar 400 euro. De aanstaande coalitie heeft aangegeven deze verhoging terug te draaien naar € 385. Het eigen risico blijft dan gelijk aan vorig jaar. Voor zorg uit het basispakket betalen verzekerden de eerste 385 euro zelf.

Premie

De premie voor de zorgverzekering gaat volgend jaar omhoog. Het demissionair kabinet verwacht dat de stijging ongeveer zes euro is. Ruim vier euro daarvan wordt veroorzaakt door de hogere lonen en prijsstijgingen in de sector. De zorgverzekeraars stellen de daadwerkelijke premie uiterlijk in november 2017 vast.

Zorgtoeslag

De zorgtoeslag wordt verhoogd. Daarom zullen de meeste huishoudens die daar recht op hebben, niets merken van de stijging van de premie. Huishoudens die geen recht hebben op zorgtoeslag merken de hogere premie wel.

Lees meer over veranderingen in de zorgverzekering

Vermogen

Vanaf 2017 betaalt u belasting over uw spaar- en beleggingstegoed boven € 25.000. De Belastingdienst rekent hiervoor met een fictief rendement. Dit fictieve rendement gaat omlaag. Bij een gelijkblijvend vermogen betaalt u in 2018 minder belasting.

Verlaging fictief rendement

In onderstaand overzicht ziet u hoe het fictief rendement is opgebouwd in 2017.

Schijf Box 3 vermogen Heffingsvrij vermogen Rendement sparen 1,63% Rendement beleggen 5,39% Rendement per schijf (afgerond)
1 € 0 - € 100.000 € 25.000 67% 33% 2,87%
2 € 100.000 - € 1.000.000 21% 79% 4,60%
3 > € 1.000.000 0% 100% 5,39%

Voor 2018 ziet dit er als volgt uit:

Schijf Box 3 vermogen* Heffingsvrij vermogen* Rendement sparen 1,30% Rendement beleggen 5,38% Rendement per schijf (afgerond)
1 € 0 - € 100.000 € 25.000 67% 33% 2,65%
2 € 100.000 - € 1.000.000 21% 79% 4,52%
3 > € 1.000.000 0% 100% 5,38%

* De bedragen in de tweede en derde kolom worden nog geïndexeerd.

Voorbeeld

Stel, u heeft nu € 120.000 op een spaar- en/of beleggingsrekening staan. De belasting over dit tegoed wordt als volgt berekend:

Situatie in 2017
Heffingsvrij vermogen: € 25.000. U betaalt belasting over:

Schijf Spaardeel Beleggingsdeel
1 67% x (€ 100.000 – € 25.000) = € 50.250 33% x (€ 100.000 – € 25.000) = € 24.750
2 21% x € 20.000 = € 4.200 79% x € 20.000 = € 15.800
3 0% x € 0 = € 0 100% x € 0 = € 0
€ 54.450 € 40.550

De Belastingdienst gaat uit van een rendement van 1,63% op sparen en 5,39% op beleggen. Dat komt in het voorbeeld neer op € 3.073 (1,63% x € 54.450 + 5,39% x € 40.550). De te betalen belasting bedraagt 30% x € 3.073 = € 921.

Situatie in 2018
De Belastingdienst gaat uit van een voorlopig rendement van 1,30% op sparen en 5,38% op beleggen. Dat komt in het voorbeeld neer op € 2.889 (1,30% x € 54.450 + 5,38% x € 40.550). De te betalen belasting bedraagt 30% x € 2.889 = € 866.

Lees meer over belasting en box 3

Inkomen

Voor de meeste huishoudens blijft de koopkracht in 2018 nagenoeg gelijk.

Koopkracht in 2018 bijna gelijk

Om te voorkomen dat de koopkrachtverschillen tussen huishoudens te groot worden, trekt het demissionaire kabinet geld uit voor hogere zorgtoeslag, kindgebonden budget en verruimt het daarnaast de ouderenkorting. Het gevolg: voor de meeste huishoudens blijft de koopkracht in 2018 ongeveer gelijk. De verschillen liggen tussen -0,5 procent en +0,5 procent. Dit blijkt uit berekeningen van het Nibud. Als in uw persoonlijke situatie niets verandert, verandert er volgend jaar ook weinig in uw portemonnee.

Bereken uw koopkracht in 2018 met de koopkrachtberekenaar van het Nibud

Contact

Rabobank