De miljoenennota

Prinsjesdag 2019

    Naast de traditionele speech van de koning en de hoedjesparade maakte het kabinet Rutte III de begroting en plannen voor 2020 bekend. Het zijn economisch onrustige tijden, maar Nederland weet zich aardig staande te houden. Lees meer over wat je gaat merken van de belangrijkste maatregelen.

    Inkomen

    De gemiddelde koopkracht gaat erop vooruit in 2020. Maar wat houdt dat in voor jou?

    De koopkracht stijgt

    Volgens de berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) zal de koopkracht van Nederlandse huishoudens volgend jaar toenemen. Hierdoor kun je meer kopen met je inkomen. Een garantie is het echter niet. Sommige invloeden op de koopkracht worden namelijk niet door de overheid bepaald. Als de prijzen bijvoorbeeld harder stijgen dan verwacht of de lonen groeien minder hard, dan kan de koopkracht wel eens tegenvallen. Voor 2020 voorspelt het CPB een stijging van de koopkracht met 2,1 procent. Deze stijging wordt veroorzaakt door een toename van reële lonen en beleidsmaatregelen.

    Vooral werkenden gaan erop vooruit

    Volgens het CPB gaan alle huishoudens erop vooruit. Maar er zijn grote verschillen tussen huishoudens. Door aanpassingen van de arbeidskorting en de verhoging van de algemene heffingskorting zullen vooral werkenden profiteren van de koopkrachtstijging. Ook de invoering van het tweeschijvenstelsel heeft impact, maar dit verschilt per inkomensgroep. Voor de laagste inkomens zal het effect hiervan ongunstig zijn. Echter, zij profiteren wel weer van een verhoging van de zorgtoeslag. 

    Voor uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden is het aangekondigde beleid minder gunstig. Ook krijgen gepensioneerden daarnaast wellicht nog te maken met de kortingen op het pensioen. Hier geldt wel een behoorlijke spreiding, want ook de verschillen tussen pensioenfondsen zijn groot.

    Tariefschijven inkomstenbelasting: vanaf 2020 naar twee schijven

    Het aantal tariefschijven zou pas in 2021 van drie naar twee gaan, maar de invoering is vervroegd naar 2020. De hoogste tariefschijf start nu bij een inkomen van € 68.507. Hoe zien de schijven er in 2020 uit? 

    Schijf 1: een tarief van 37,35% voor inkomens tot en met € 68.507.
    Schijf 2: een tarief van 49,50% voor inkomens boven € 68.507.

    Wie de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, krijgt te maken met drie schijven in plaats van vier. Andere veranderingen omtrent de AOW leeftijd zijn eerder dit jaar al bekendgemaakt. Op 2 juli 2019 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel 'temporisering verhoging AOW-leeftijd' aangenomen. Dit voorstel moet er voor zorgen dat de AOW-leeftijd komende jaren minder snel stijgt.

    Lees meer over dit wetsvoorstel op de website van de eerste kamer

    Wonen

    Het kabinet heeft aangekondigd in 2020 flink te investeren in de woningmarkt. Wat merk je hier als huizenbezitter van?

    Maximale hypotheekrente eigen woning verder afgebouwd

    De komende jaren wordt het maximale belastingpercentage voor de hypotheekrenteaftrek verlaagd. Het kabinet wil uiteindelijk in 2023 uitkomen op een tarief van 37,05%. Het gaat hier om de aftrekbare kosten voor de eigen woning. Denk aan de (hypotheek)rente en rente van schulden voor de afkoop van rechten van erfpacht, opstal en beklemming. Deze afbouw kan invloed hebben op de betaalbaarheid van je hypotheek in de toekomst.

    Maximale belastingpercentage hypotheekrenteaftrek per jaar

    2020 46,00% 
    202143,00%
    202240,00%
    202337,05%

    Heb je een Aflossingsvrije Hypotheek? Dan betaal je alleen rente en los je tussentijds niet af. De verdere afbouw van de renteaftrek zorgt ervoor dat deze lening maandelijks netto duurder wordt. Verstandig dus om nu al te kijken of je deze lasten dan nog kunt betalen. Ook later als je bijvoorbeeld met pensioen gaat.

    Doe de Toekomstcheck Aflossingsvrij

    Eigenwoningforfait verandert

    De Belastingdienst vindt dat woongenot (een eigen huis hebben) een vorm van inkomen is, daarom moet je er belasting over betalen: het eigenwoningforfait. Dit is een percentage van de WOZ-waarde van je woning. Hierdoor ga je meer belasting betalen in box 1. De percentages zijn als volgt:


    WOZ-waarde2019  2020202120222023
    Tot € 12.5000%  
    0%  
    0%0% 0%  
    € 12.500 - € 25.0000,25%0,20%  
    0,20%0,20%0,15%  
    € 25.000 - € 50.000  
    0,35%0,35%0,30%0,30%0,25%
    € 50.000 - € 75.0000,50%0,45%0,40%0,40%0,35%
    € 75.000 - € 1.060.000*0,65%0,60%  
    0,50%  
    0,50%  
    0,45%
    Meer dan € 1.060.0002,35%2,35%2,35%2,35%2,35%

    * De percentages bij een WOZ-waarde van meer dan € 1.060.000 worden nog geïndexeerd.

    Voor woningen met een WOZ-waarde tot € 1.060.000 wordt in 2020 het percentage verlaagd naar 0,6% en ga je dus minder belasting betalen. Bedraagt de WOZ-waarde meer dan € 1.060.000, dan blijft het percentage van 2,35% ongewijzigd. 

    Voorbeeldberekening:

    Stel je hebt in 2020 een woning met een WOZ-waarde van €1.500.000. Wat is dan je eigenwoningforfait?

    - Je valt tot € 1.060.000 onder het percentage 0,60%.

    - 0,60% van € 1.060.000 = € 6.360

    - Vanaf € 1.060.000 en tot € 1.500.000 val je onder het percentage 2,35% = € 10.340

    - € 1.500.000 - € 1.060.000 = 440.000

    - 2,35% van 440.000 = € 10.340

    - Eigenwoningforfait: € 6.360 + € 10.340 = € 16.700

     

    Afbouw Wet Hillen

    De Wet Hillen is in 2005 gemaakt voor huizenbezitters die de hypotheek op hun woning (bijna) volledig hebben afgelost. Deze wet bepaalt dat het eigenwoningforfait vervalt als het bedrag hoger is dan je hypotheekrenteaftrek. Heb je geen of een kleine hypotheekschuld? Dan betaal je ook (bijna) geen hypotheekrente meer. 

    Wijziging Wet Hillen:

    - Sinds 1 januari 2019 wordt de aftrek in 30 jaar jaarlijks in stappen van 3⅓ procentpunt afgebouwd tot 0.

    - In 2020 zet de afbouw door. Ook dit jaar wordt er weer 3⅓ afgebouwd. Hierdoor wordt het verschil tussen het eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten voor een eigen woning 93⅓ procent.

    Voorbeeldberekening:

    - Het eigenwoningforfait is € 3.000 en de aftrekbare kosten bedragen € 2.000.

    - De aftrek onder de wet Hillen is dan in 2020: 93⅓ procent van € 1.000 (€ 3.000 - € 2.000) = € 933,33.

    - Als belastbare inkomsten uit eigen woning resteert dan: € 3.000 - € 2.000 - € 966,67 = € 33,33.

    - Over het bedrag van € 33,33 moet inkomstenbelasting in box 1 betaald worden.

    Overige ontwikkelingen woningmarkt

    Het kabinet toont daadkracht met de aangekondigde financiële impuls van 2 miljard euro om de woningbouw te stimuleren.

    Lees de visie van onze economen over de plannen voor de woningmarkt

    Heb je nog geen koophuis en wil je weten wat de plannen van het kabinet voor jou betekenen. Maak dan een afspraak voor een Eerste-huis-gesprek en ontdek wat jouw mogelijkheden zijn.

    Lees meer over het Eerste-huis-gesprek

    Zorg

    Het belangrijkste nieuws: de zorgpremie stijgt in 2020, net als de zorgtoeslag. Het verplicht eigen risico blijft gelijk op € 385.

    Zorgpremie

    Het kabinet verwacht dat de zorgpremie in 2020 met € 3 per maand stijgt. Uiterlijk 12 november maken de zorgverzekeraars de nieuwe premies bekend. Benieuwd naar de nieuwe premies van de Interpolis Zorgverzekeringen? Meld je dan aan voor de Premie Alert. Dan ontvang je bericht zodra de premies bekend zijn.

    Meld je aan voor de Premie Alert
    Zorgtoeslag

    De zorgtoeslag wordt verhoogd. Dit geldt alleen voor de laagste inkomensgroepen. Alleenstaanden zullen er maximaal 67 euro op vooruitgaan en meerpersoonshuishoudens maximaal 95 euro.

    Lees meer over de veranderingen in de zorgverzekering

    Eigen risico

    In 2020 blijft het verplicht eigen risico € 385. Dit betekent dat voor zorg uit het basispakket je de eerste € 385 zelf betaalt.

    Vermogen

    De belasting over je spaar- en beleggingstegoed daalt in 2020. Wat betekent dit voor jou?

    Belasting over je vermogen daalt

    Vanaf 2020 betaal je pas belasting over je spaar- en beleggingstegoed als je boven de € 30.846 komt (box 3). Dit is iets hoger dan in 2019. Zit je daaronder? Dan betaal je geen belasting over je vermogen. De Belastingdienst rekent met een fictief rendement wat je moet betalen over je vermogen. Het fictieve rendement gaat omlaag voor alle schijven. In 2020 geldt een rendement op sparen van 0,06% (2019: 0,13%) en op beleggen van 5,33% (2019: 5,6%). Afhankelijk van hoe groot je vermogen is, wordt een deel toegerekend aan sparen en een deel aan beleggen. Als uitgangspunt geldt de rendementsgrondslag aan het begin van het kalenderjaar (1 januari). 

    Opbouw fictief rendement 2019

    SchijfVermogen (€)Heffingsvrij vermogen (€)Rendement Sparen 0,13%Rendement Beleggen 5,6%Rendement per schijf (afgerond)
    10 – 102.010-/- 30.36067%33%1,94%
    2102.010- 1.020.09621%79%4,45%
    3> 1.020.0960%100%5,60%

    Opbouw fictief rendement 2020

    SchijfVermogen (€)Heffingsvrij vermogen (€)Rendement Sparen 0,06%Rendement Beleggen 5,33%Rendement per schijf (afgerond)
    10 – 103.643-/- 30.84667%33%1,80%
    2103.643 – 1.036.418 
    21%79%4,22%
    3> 1.036.418 
    0%100%5,33%


    Rekenvoorbeeld

    Stel, je hebt op 1 januari 2020 € 120.000 op een spaar- en/of beleggingsrekening staan. De belasting (30%) over dit tegoed wordt als volgt berekend:

    SchijfSpaardeelBeleggingsdeelBelastingdruk (rendement x tarief)Heffing 2020 (€)  Heffing 2019 (€)  
    167% x (€ 103.643 – € 30.846)= € 48.77433% x (€103.643 – € 30.846)= € 24.0230,54%393415
    221% x € 16.357 = € 3.43579% x € 16.357 = € 12.9221,27%   
    207241
    30% x 0100% x 01,60%--
    Totale heffing600656

    Meer over belasting en box 3

    Nieuw voorstel vermogensrendementsheffing

    Het kabinet heeft voorgesteld om het huidige systeem in 2022 op de schop te nemen. In het voorstel wordt voor het eerst gerekend met de werkelijke verhouding van spaargeld, beleggingen en schulden. In het nieuwe systeem worden spaargeld, overige bezittingen (zoals een vakantiewoning) en schulden afzonderlijk vastgesteld en behandeld. Voor elk van deze vermogensbestanddelen wordt een fictief rendement vastgesteld dat zo goed als mogelijk aansluit bij het werkelijke gemiddelde rendement. 

    Lees meer over deze plannen op de website van de Rijksoverheid

    Voor ondernemers

    Ook voor ondernemers zijn er tijdens Prinsjesdag 2019 belangrijke plannen gepresenteerd. De uitgestelde vennootschapsbelasting, de verlaging van de zelfstandigenaftrek voor zzp’ers en het toekomstige investeringsfonds vormden het gesprek van de dag. Toch wil het kabinet de komende jaren ook investeren in ondernemerschap, groei en circulariteit. Ook voor boeren. Benieuwd naar wat de nieuwe plannen voor het bedrijfsleven betekenen?

    Lees: Prinsjesdag 2019, de gevolgen voor ondernemers

    Straks heb je het nodig

    Zoals ieder jaar op Prinsjesdag duidelijk wordt, verandert onze maatschappij flink. De koopkracht gaat er op vooruit, maar je hebt toch steeds meer eigen geld nodig. Bijvoorbeeld om een huis te kopen of om eerder te kunnen stoppen met werken. Het is daarom verstandig om nu al geld opzij te zetten voor je toekomst, zodat je straks niet voor verrassingen komt te staan. Hoe je dat doet? Daar helpen we je graag bij. Met tips, trucs en veel inspiratieverhalen van anderen.

    Start nu

    Alle wijzigingen onder voorbehoud van goedkeuring door de Tweede Kamer.