De miljoenennota

Prinsjesdag 2020

    Prinsjesdag zag er dit jaar anders uit. Geen rijtoer, geen massaal driemaal hoera voor de Koning en geen balkonscene. Wel de traditionele speech van de Koning waarin het kabinet Rutte III de begroting en plannen voor 2021 bekendmaakte. Nederland is veerkrachtig en de buffers die we hebben opgebouwd zorgen ervoor dat we klappen kunnen opvangen. Toch blijven het economisch onrustige tijden. Het Kabinet is niet van plan om te gaan bezuinigen, maar wil juist investeren in baanbehoud, een sterkere economische structuur, goede publieke voorzieningen en een schoner land. Lees meer over wat je gaat merken van de belangrijkste maatregelen.

    Inkomen

    De gemiddelde koopkracht gaat erop vooruit in 2021. Maar wat houdt dat in voor jou?

    De koopkracht stijgt

    Volgens de berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) zal de koopkracht van Nederlandse huishoudens volgend jaar met 0,8 procent toenemen. Hierdoor kun je meer kopen met je inkomen. Maar een garantie is dat zeker niet. De koopkrachtplaatjes van het CPB houden bijvoorbeeld geen rekening met verlies van werk. In de koopkrachtcijfers wordt er namelijk van uitgegaan dat onder meer de werk- en woonsituatie van alle Nederlanders blijft zoals die was. Dat is door de coronacrisis nog maar de vraag: de werkloosheid loopt op, waardoor in de werksituatie juist voor veel Nederlanders iets verandert. En wie zijn of haar baan verliest zal zijn koopkracht juist zien dalen.

    Vooral werkenden gaan erop vooruit

    De maatregelen die het kabinet neemt pakken verschillend uit voor huishoudens. Door aanpassingen van de arbeidskorting en de inkomstenbelasting zullen vooral werkenden profiteren van een koopkrachtstijging. De koopkrachtstijging voor werkenden kan uitkomen op 1,2%. Ook uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden gaan er op vooruit, maar iets minder. De koopkracht kan toenemen met 0,5% respectievelijk 0,4%.

    Tariefschijven inkomstenbelasting 2021

    De hoogste tariefschijf start in 2021 bij een inkomen van € 68.507. Het percentage in de 1e schijf gaat in 2021 iets omlaag. Hoe zien de schijven er in 2021 uit? 


    Jonger dan de AOW-leeftijd 

    Schijf 1: een tarief van 37,10% voor inkomens tot en met € 68.507.

    Schijf 2: een tarief van 49,50% voor inkomens boven € 68.507.


    AOW-gerechtigden 

    Schijf 1: een tarief van 19,20% voor inkomens van circa € 35.000.

    Schijf 2: een tarief van 37,10% voor inkomens tot en met € 68.507.

    Schijf 3: een tarief van 49,50% voor inkomens boven € 68.507.

    Wonen

    In 2021 wil het kabinet opnieuw investeren in de woningmarkt. Ook neemt het kabinet maatregelen om meer betaalbare woningen te realiseren in 2021. Een belangrijke wijziging voor jonge huizenkopers is de wijziging in het tarief voor de overdrachtsbelasting.

    Wijziging tarief overdrachtsbelasting
    Beslisboom

    Bij het kopen van een huis komen meer kosten kijken dan alleen de aankoopprijs, zoals kosten voor de notaris, taxatie en overdrachtsbelasting. Overdrachtsbelasting is de belasting die je betaalt als je een bestaande woning koopt. In 2020 is dit 2% van de aankoopwaarde van een bestaande woning. 

    Vanaf 1 januari 2021 gelden er drie mogelijke tarieven: 8%, 2% en 0%.

    Nieuw: startersvrijstelling

    Vanaf 1 januari 2021 geldt er een eenmalige vrijstelling van overdrachtsbelasting voor huizenkopers tussen de 18 en 35 jaar. Deze vrijstelling heet startersvrijstelling, maar is ook bedoeld voor jonge doorstromers in de leeftijdsgroep van >18 en <35 jaar. Koop je een woning met een partner, dan wordt per persoon beoordeeld of voldaan wordt aan de leeftijdseis. Het kan dus zijn dat jij geen overdrachtsbelasting hoeft te betalen, maar je partner 2%. 

    Als je geen overdrachtsbelasting hoeft te betalen, blijft er meer geld over om aan de woning te besteden of voor de andere bijkomende kosten. Als je een nieuwbouwwoning koopt, betaal je nu al geen overdrachtsbelasting.

    Lees meer over de bijkomende kosten Lees meer over het kopen van een nieuwbouwhuis


    Wil je een huis kopen en weten wat de plannen van het kabinet voor jou betekenen? Maak dan een afspraak voor een Eerste-huis-gesprek en ontdek wat jouw mogelijkheden zijn.

    Lees meer over het Eerste-huis-gesprek


    Verhoogd tarief

    Voor niet-woningen en tweede (te verhuren) woningen geldt een verhoging van het tarief voor de overdrachtsbelasting naar 8%.

     

    Maatregelen voor huizenbezitters

    De onderstaande maatregelen zijn in voorgaande jaren al aangekondigd en blijven van kracht. 

    Maximale hypotheekrente eigen woning verder afgebouwd

    De komende jaren wordt het maximale belastingpercentage voor de hypotheekrenteaftrek verlaagd. Het kabinet wil uiteindelijk in 2023 uitkomen op een tarief van 37,05%. Het gaat hier om de aftrekbare kosten voor de eigen woning. Denk aan de (hypotheek)rente en rente van schulden voor de afkoop van rechten van erfpacht, opstal en beklemming. Deze afbouw kan invloed hebben op de betaalbaarheid van je hypotheek in de toekomst.

    Maximale belastingpercentage hypotheekrenteaftrek per jaar:

    202143% 
    202240%
    202337,05%

    Heb je een aflossingsvrije hypotheek? Dan betaal je alleen rente en los je tussentijds niet af. De verdere afbouw van de renteaftrek zorgt ervoor dat deze lening maandelijks netto duurder wordt. Verstandig dus om nu al te kijken of je deze lasten dan nog kunt betalen. Ook later als je bijvoorbeeld met pensioen gaat.

    Doe de Toekomstcheck Aflossingsvrij

    Eigenwoningforfait verandert

    De Belastingdienst vindt dat woongenot (een eigen huis hebben) een vorm van inkomen is, daarom moet je er belasting over betalen: het eigenwoningforfait. Dit is een percentage van de WOZ-waarde van je woning. Hierdoor ga je meer belasting betalen in box 1. De percentages zijn als volgt:

    WOZ-waarde2020202120222023
    Tot € 12.500
    0%0%0%0%
    € 12.500 - € 25.000
    0,20%0,20%0,20%0,15%
    € 25.000 - € 50.000
    0,35%030%0,30%0,25%
    € 50.000 - € 75.000
    0,45%0,40%0,40%0,35%
    € 75.000 - € 1.060.00*
    0,60%0,50%0,50%0,45%
    Meer dan € 1.060.00
    2,35%2,35%2,35%2,35%

    * De percentages bij een WOZ-waarde van meer dan € 1.060.000 worden nog geïndexeerd.

    Voor woningen met een WOZ-waarde tot € 1.060.000 wordt in 2021 het percentage verlaagd naar 0,5% en ga je dus minder belasting betalen. Bedraagt de WOZ-waarde meer dan € 1.060.000, dan blijft het percentage van 2,35% ongewijzigd.


    Voorbeeldberekening:

    Stel je hebt in 2021 een woning met een WOZ-waarde van € 1.500.000. Wat is dan je eigenwoningforfait?

    - Je valt tot € 1.060.000 onder het percentage 0,50%.

    - 0,50% van € 1.060.000 = € 5.300

    - Vanaf € 1.060.000 en tot € 1.500.000 val je onder het percentage 2,35%

    - € 1.500.000 - € 1.060.000 = € 440.000

    - 2,35% van € 440.000 = € 10.340

    - Eigenwoningforfait: € 5.300 + € 10.340 = € 15.640

    Afbouw Wet Hillen

    De Wet Hillen is in 2005 gemaakt voor huizenbezitters die de hypotheek op hun woning (bijna) volledig hebben afgelost. Deze wet bepaalt dat het eigenwoningforfait vervalt als het bedrag hoger is dan je hypotheekrenteaftrek. Heb je geen of een kleine hypotheekschuld? Dan betaal je ook (bijna) geen hypotheekrente meer.


    Wijziging Wet Hillen:

    - Sinds 1 januari 2019 wordt de aftrek in 30 jaar jaarlijks in stappen van 3⅓ procentpunt afgebouwd tot 0.

    - In 2021 zet de afbouw door. Ook dit jaar wordt er weer 3⅓ afgebouwd. Hierdoor wordt het verschil tussen het eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten voor een eigen woning 93⅓ procent.


    Voorbeeldberekening:

    - Het eigenwoningforfait is € 3.000 en de aftrekbare kosten bedragen € 2.000.

    - De aftrek onder de wet Hillen is dan in 2021: 90 procent van € 1.000 (€ 3.000 - € 2.000) = € 900.

    - Als belastbare inkomsten uit eigen woning resteert dan: € 3.000 - € 2.000 - € 900 = € 100.

    - Over het bedrag van € 100 moet inkomstenbelasting in box 1 betaald worden.

    Zorg

    Het belangrijkste nieuws: de zorgpremie stijgt in 2021. Het verplicht eigen risico blijft gelijk op € 385.

    Zorgpremie

    Het kabinet verwacht dat de zorgpremie in 2021 met enkele euro’s per maand stijgt. Uiterlijk 12 november maken de zorgverzekeraars de definitieve zorgpremies bekend. Ben je benieuwd naar de nieuwe premies van de Interpolis Zorgverzekeringen? Meld je dan aan voor de Premie Alert en ontvang in november de nieuwe premies in je mailbox.

    Meld je aan voor de Premie Alert
    Zorgtoeslag

    De zorgtoeslag is een bijdrage van de overheid om de basisverzekering voor iedereen betaalbaar houden. De zorgtoeslag stijgt in 2021.

    • € 44 per jaar voor een 1-persoonshuishouden
    • € 99 per jaar voor een meerpersoonshuishouden

    Lees meer over de veranderingen in de zorgverzekering

    Eigen risico

    In 2021 blijft het verplicht eigen risico € 385. Dit betekent dat voor zorg uit het basispakket je de eerste € 385 zelf betaalt.

    Lees meer over het eigen risico

    Pensioen

    In 2021 blijft de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden. Vanaf 2022 stijgt de AOW-leeftijd jaarlijks, tot aan 67 jaar in 2024. Daarna zal de AOW-leeftijd niet 1 jaar stijgen per jaar dat we langer leven, maar 8 maanden. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting, maar in mindere mate.

    Pensioenakkoord

    Het kabinet heeft samen met werknemers- en werkgeversorganisaties een pensioenakkoord gesloten met nieuwe afspraken over pensioenen en AOW. Als de Eerste en Tweede Kamer instemmen met de nieuwe regels, dan wordt de wet over het pensioenstelsel in 2021 aangepast. Dit moet het pensioenstelsel transparanter en persoonlijker maken. De huidige wet past namelijk niet bij de veranderingen in de samenleving. Mensen veranderen bijvoorbeeld vaker van baan of gaan ondernemen. Het wordt duidelijker:

    • Wat mensen aan premie voor hun pensioen inleggen
    • Wat ze aan vermogen opbouwen

    Ook beweegt het pensioen straks sneller mee met de economie. Het gaat eerder omhoog als het economisch goed gaat en eerder omlaag als het economisch slechter gaat.

    Meer informatie over het pensioenakkoord op Rijksoverheid.nl

    Vermogen

    Vanaf 2021 betalen bijna een miljoen mensen geen belasting meer in box 3. Je betaalt namelijk pas belasting als je meer dan € 50.000 spaar- en/of beleggingsgeld hebt. In 2020 geldt dat als je meer dan € 30.846 vermogen hebt. De manier van het berekenen van de vermogensrendementsheffing blijft in 2021 hetzelfde, maar de schijven en de fictieve rendementen worden aangepast. Verder gaat het tarief van de box-3 belasting met 1% omhoog.

    Minder mensen gaan belasting over bezittingen betalen

    Vanaf 2021 betaal je pas belasting over je spaar- en beleggingstegoed als je boven de € 50.000 komt (box 3), of € 100.000 voor fiscale partners. Zit je daaronder? Dan betaal je geen belasting over je vermogen. Hierdoor betalen bijna 1 miljoen spaarders en beleggers geen box 3-belasting meer.

    Hoe werkt het?

    De Belastingdienst gaat ervan uit dat je rente of rendement over je vermogen behaalt. Als je vermogen meer dan € 50.000 is, betaal je daarover belasting in box 3. De manier van het berekenen van de vermogensrendementsheffing blijft in 2021 hetzelfde. 

    Er gelden nog steeds drie schijven, maar de grensbedragen van deze schijven worden in 2021 aangepast. De Belastingdienst rekent met een fictief rendement wat je behaalt over je vermogen. Deze fictieve rendementen worden in 2021 ook aangepast. Voor sparen gaat het fictieve rendement iets omlaag en voor beleggen iets omhoog. De Belastingdienst gaat ervan uit dat mensen een deel van hun geld op een spaarrekening hebben staan en met het andere deel beleggen. Afhankelijk van hoe groot het vermogen is, wordt een deel toegerekend aan sparen en een deel aan beleggen. Het maakt daarbij niet uit hoe de bezittingen daadwerkelijk zijn verdeeld over sparen/ beleggen en hoeveel opbrengst dus daadwerkelijk uit deze bezittingen wordt gehaald.

    Het tarief dat je in 2021 betaalt over je vermogen boven € 50.000 is vanaf 2021 31% van de fictieve opbrengst. In 2020 is dat 30%.

    Als uitgangspunt geldt de rendementsgrondslag aan het begin van het kalenderjaar (1 januari).

    Opbouw fictief rendement 2020

    SchijfVermogen (€)Heffingsvrij vermogen(€)Rendement Sparen 0,07%Rendement Beleggen 5,28%Rendement per schijf (afgerond)
    10 – 103.64330.84667%33%1,79%
    2103.643- 1.036.41821%79%4,19%
    3> 1.036.4180%100%5,28%

    Opbouw fictief rendement 2021

    SchijfVermogen(€)Heffingsvrij vermogen(€)Rendement Sparen 0,03%Rendement Beleggen 5,69%Rendement per schijf (afgerond)
    10 – 100.00050.00067%33%1,90%
    2100.000 – 1.000.000  
    21%79%4,50%
    3> 1.000.000  
    0%100%5,69%


    Rekenvoorbeeld

    Stel, je hebt op 1 januari 2021 € 120.000 op een spaar- en/of beleggingsrekening staan. De belasting (31%) over dit tegoed wordt als volgt berekend:

    SchijfSpaardeelBeleggingsdeelBelastingdruk (rendement x tarief)Heffing 2021(€) Heffing 2020(€) 
    167% x (€ 100.000 – € 50.000)= € 33.50033% x (€100.000 – € 50.000)= € 16.5000,59%294391
    221% x € 20.000 = € 4.20079% x € 20.000 = € 15.8001,40%   
    279205
    30% x 0100% x 01,76%--
    Totale heffing573596

    Meer informatie over belasting en box 3

    Prinsjesdag voor wie vermogen heeft

    Wie vermogen heeft is daar zuinig op. Daarom hebben we ook voor onze vermogende klanten de belangrijkste gevolgen van de maatregelen van Prinsjesdag op een rijtje gezet. Wat betekent dit voor je inkomen, vermogen en mogelijk je onderneming in 2021?

    Lees: Prinsjesdag 2020 voor wie vermogen heeft

    Voor ondernemers

    Ook voor ondernemers zijn er tijdens Prinsjesdag 2020 belangrijke plannen gepresenteerd. Zo komt er een derde steunpakket voor ondernemers, blijven leningen en garanties voor bedrijven langer beschikbaar en wordt er gewerkt aan een investeringskorting. Het kabinet wil investeren in ondernemerschap, groei en circulariteit. Ook voor boeren. Benieuwd naar wat de nieuwe plannen voor het bedrijfsleven betekenen?

    Lees: Prinsjesdag 2020: de 5 belangrijkste plannen voor ondernemers

    Visie RaboResearch

    Lees de visie van onze economen over de plannen van het Kabinet.

    Lees het hier

    Wat kun jij doen

    Hoe de plannen van het kabinet voor 2021 ook voor jou uitpakken, je hebt toch steeds meer eigen geld nodig voor een financieel gezonder leven. Om bijvoorbeeld voldoende buffer te hebben om onverwachte kosten te kunnen betalen, een huis te kopen of om eerder te kunnen stoppen met werken. Het is daarom belangrijk om inzicht te hebben in je geldzaken en om geld opzij te zetten, zodat je niet voor verrassingen komt te staan. Hoe je dat doet? Daar helpen we je graag bij. Met tips, trucs en veel inspiratieverhalen van anderen. En praat eens met anderen over geldzaken. Inspireer elkaar. Dat helpt jezelf en helpt de mensen om je heen.

    Zorg dat je inzicht hebt in je in- en uitgaven

    Zo helpt een overzicht met het inzichtelijk maken van je in- en uitgaven, wat kan helpen met besparen. Het geeft ook inzicht in hoe de financiën er voorstaan, en hoe lang bijvoorbeeld een inkomensdaling kan worden opgevangen.

    Krijg inzicht in 6 stappen

    Bespreek je financiële situatie met anderen

    Door met je partner, goede vrienden of familie te praten over je financiële situatie, kan dat je helpen bij het ontdekken van financiële problemen en bij het vinden van oplossingen. Bijvoorbeeld door samen aanpassingen te doen in je uitgavenpatroon of de Geldfit test in te vullen. Verder lucht het wellicht ook op om geldzorgen te delen. 

    Ontdek Geldfit

    Alle wijzigingen onder voorbehoud van goedkeuring door de Tweede Kamer.