Beleggingsnieuws

Geleidelijk meer inflatie

Aanleiding voor de correctie op de aandelenmarkt was de stijging van de uurlonen in de VS met 2,9%. Dat is de grootste stijging sinds mei 2009, maar bij het huidige lage werkloosheidspercentage hoort eigenlijk een veel sterkere stijging. Bovendien wordt dit cijfer verstoord door de hogere minimumlonen per 1 januari en loonsverhogingen voortvloeiende uit lagere vennootschapsbelastingen, met dank aan Trump. Elk inflatiecijfer zal vanaf nu met argusogen worden gevolgd. Vorige week kwamen inflatiecijfers uit China. De consumentenprijzen stegen slechts met 1,5%, het laagste percentage in zes maanden en de producentenprijzen met 4,3%. Dat is minder dan de 7,8% stijging een jaar geleden, maar duidelijk mag zijn dat China niet langer exporteur is van deflatie. Waar die 7,8% stijging nog volgde op een daling van liefst 4,9% in het jaar daarvoor, komt nu de 4,3% stijging boven op de 7,8% een jaar geleden. De trend is duidelijk gekeerd. Chinese bedrijven gaan niet langer voor zo’n groot mogelijk marktaandeel, maar voor een hogere opbrengst (en winst). Deze week komen er inflatiecijfers uit de Verenigde Staten. De olieprijzen hebben een grote invloed op het totale cijfer en die staan 20% hoger dan een jaar geleden. Het kerncijfer stijgt geleidelijk door de afgenomen output gap, maar ligt met 1,8% nog altijd beneden de doelstelling van de Fed. De Fed geeft de voorkeur aan de bredere Personal Expenditure Index (PCE), volgens die methode ligt de kerninflatie op slechts 1,5%.

Utrecht, 12-02-2018

Terug naar Beleggingsnieuws