Beleggingsnieuws

Groei Europa piekt

Vorig jaar versnelde de groei van de wereldeconomie. Omdat alle regio’s een bijdrage leverden, werd ook wel gesproken van een synchroon herstel. Nu die groei op kruissnelheid is aangekomen, verrassen economische indicatoren niet langer in positieve zin. In de Verenigde Staten zorgen lagere belastingen en deregulering nog voor een extra impuls, maar de economische cyclus is daar verder gevorderd. In Azië staan de fabrieken van de wereld en die regio kan via hogere prijzen profiteren van het bereiken van capaciteitsgrenzen. Ook in Europa heeft de economische groei gepiekt. En dat komt niet door een hogere olieprijs of een sterkere euro. De economische groei kan simpelweg niet blijven versnellen.

Het huidige groeitempo van 2,5% is naar Europese maatstaven al hoog. Incidentele factoren spelen een rol in de afzwakking. Zoals de wind uit Siberië, die er voor zorgde dat het in grote delen van Noord-Europa een koude en ongebruikelijk lange winter was. Of de recente volatiliteit op de financiële markten waarop Europese vertrouwensindicatoren altijd sterk reageren. Toch is het niet waarschijnlijk dat de Europese economische groei na het verdwijnen van deze incidentele effecten opnieuw zal versnellen. Het groeitempo stabiliseert, waarschijnlijk zo rond de 2%. Dat lijkt slecht nieuws, maar dat is het niet. De kwaliteit van de economische groei wordt namelijk beter en het risico op een inflatieversnelling neemt af. De werkloosheid in de eurozone is gedaald van 12% in 2013 tot 8,5% nu. Afgelopen jaar is er een vol procentpunt afgegaan. Dat betekent meer permanente banen en hogere lonen, goed voor de consumptie en de eindvraag. Verder stijgen de investeringen door het bereiken van de capaciteitsgrenzen. Het meest zichtbaar is dat in de huizenmarkt en de bouw. Dit is groei met een sterk multipliereffect en bovendien groei die tegen een stootje kan. De economische groei in de eurozone is goed gespreid over sectoren en landen. De groeiverschillen binnen de eurozone zijn de afgelopen decennia niet zo laag geweest. Daarmee is het risico van een break-up van de euro verder afgenomen, een succes voor de ECB. Waarschijnlijk zal in de komende kwartalen de inflatie geleidelijk oplopen met als gevolg dat het monetaire beleid nog wat ruimer zal worden. Pas sinds begin 2015 (de start van het grote opkoopprogramma) is er sprake van reflatie in de eurozone en is zowel de korte als lange reële rente negatief. Hoewel het einde van het kwantitatieve beleid van de ECB in zicht is, is de impact van datzelfde beleid door de hogere inflatie en de toegenomen hoeveelheid obligaties op de balans van de ECB groter dan ooit. Nu de groei stabiliseert, hoeft de ECB bovendien minder haast te maken om te stoppen.

Utrecht, 09-04-2018

Terug naar Beleggingsnieuws