Beleggingsnieuws

Het nieuwe, nieuwe normaal

Enkele jaren geleden werd de situatie na de crisis omschreven als het nieuwe normaal. De hoge schuldenberg zou zorgen voor structurele stagnatie. Onze kinderen zouden slechter af zijn, al was het alleen maar omdat disruptieve innovaties vele banen zouden kosten. Het renteniveau wat bij zo’n scenario hoort is lager dan de traditionele neutrale rente van circa 4% in de Verenigde Staten en circa 3% in de eurozone. De vuistregel om tot deze neutrale rente te komen is een optelsom van structurele groei en inflatie, een evenwichtsniveau waarbij het aanbod van kapitaal (de besparingen) gelijk is aan de vraag naar kapitaal (de investeringen). Enkele jaren terug rekende de obligatiemarkt er niet op dat we ooit zouden terugkeren naar het niveau van de neutrale rente. Er werd uitgebreid gediscussieerd of de neutrale rente niet structureel op een lager niveau zou liggen, een niveau passend bij het nieuwe normaal. Door de lage productiviteitsontwikkeling en de structureel lage inflatie waren er voldoende argumenten om de neutrale rente naar beneden te praten. Dit jaar wordt dat nieuwe normaal getest, men gaat op zoek naar een nieuw, nieuwe normaal.

De rente stijgt al anderhalf jaar en in de afgelopen maanden is er sprake van een versnelling. Niet alleen in de Verenigde Staten, maar ook in Europa. Vorige week kwam de Duitse vijfjaarsrente voor het eerst sinds lange tijd weer boven de 0% uit. Begin december stond deze rente nog op -0,4% en dat is exact gelijk aan de beleidsrente van de ECB. Een stijging van meer dan 50 basispunten in zo’n korte tijd is fors, zeker gelet op de zalvende woorden van Draghi en de tegenvallende inflatiecijfers uit Duitsland. Het gevolg van de stijgende rente is dat obligatiekoersen dalen. Een belegger in staatsobligaties in de eurozone heeft in nog geen twee maanden meerdere jaren toekomstig rendement verloren. Nu maakt het wel uit waar in de eurozone die obligaties zijn gekocht. Beleggers in Spaanse, Italiaanse, Portugese en Griekse obligaties staan dit jaar in de plus, maar beleggers in landen zoals Nederland en Duitsland hebben al het rendement van de afgelopen drie jaar verloren. Draghi kan tevreden zijn. Het renteverschil tussen Italië en Spanje aan de ene kant en Duitsland aan de andere kant is de afgelopen 12 maanden met 70 basispunten (0,7 procentpunt) afgenomen. In Spanje betekent dit een halvering van het verschil. In Italië ligt het verschil hoger, onder andere met het oog op de verkiezingen over een maand (zondag 4 maart). Binnen Europese staatsobligaties leggen we de nadruk op de periferie van Europa via inflatie-linked leningen.

Utrecht, 05-02-2018

Terug naar Beleggingsnieuws