Beleggingsnieuws

Regionale voorkeur 2018

De eerste week van het jaar was meteen de beste beursweek in meer dan een jaar. De Dow Jones-index doorbrak voor het eerst de 25.000 punten en de Nasdaq-index sloot voor het eerst boven de 7.000 punten. De eerdere angst voor een correctie lijkt te zijn ingeruild voor de vrees om de rally te missen. Het volgende ronde getal is de 3.000 puntengrens voor de S&P 500, toevallig ook het koersdoel van veel Amerikaanse strategen. Met de huidige geprognosticeerde winstgroei, geholpen door de onderschatte effecten van Trump’s belastingplan, zou de S&P 500 op 3.000 punten eind dit jaar zelfs lager gewaardeerd zijn dan nu. De kans (tegelijkertijd een risico) neemt toe dat die 3.000 punten eerder wordt bereikt en dat we doorschieten tot boven de 3.000 punten.

De Amerikaanse aandelencyclus is al ver gevorderd, maar juist in de laatste jaren van zo’n cyclus reageren beleggers vaak euforisch. De keerzijde van zo’n forse koersstijging is de onvermijdelijke correctie die daarop volgt. Ook de Amerikaanse economische en monetaire cyclus is verder gevorderd dan buiten de VS. Slechts 4,1% van de bevolking is werkloos en de Fed is reeds in 2015 begonnen met gas terugnemen. Wie zich nog zorgen maakt over negatieve effecten van de exit-strategie van centrale banken, hoeft alleen maar naar de Verenigde Staten te kijken. Daar is inmiddels voldoende empirisch bewijs dat normalisering goed is voor economie en beurs. Dat betekent dat er nog veel opwaarts potentieel is voor aandelenmarkten buiten de Verenigde Staten. Die lopen enkele jaren achter. De sterke economische cijfers uit de eurozone zullen er voor zorgen dat het debat dit jaar niet alleen gaat over het einde van het opkoopprogramma, maar ook over het moment van de eerste renteverhoging. De als noodmaatregel geïntroduceerde rente van -0,4% rijmt niet langer met de lage Duitse werkloosheid van 5,5%. Ook in Canada, Zweden, het Verenigd Koninkrijk, Australië, Nieuw Zeeland en Noorwegen wordt er volop gespeculeerd over de start van de exit-strategie. Dat betekent dat de dollar dit jaar verder kan verzwakken, al is het potentieel minder groot dan vorig jaar. Versus de euro is het koersdoel eind dit jaar 1,24. Dat oogt bescheiden, maar de euro is op dit niveau niet langer ondergewaardeerd. Waar het goede nieuws uit de eurozone zich vorig jaar vooral vertaalde in de munt, zou dat dit jaar wel eens zichtbaar kunnen worden in de koersen van aandelen.  Ook opkomende en Aziatische markten profiteren van zowel de zwakkere dollar als de sterke economische groei wereldwijd. De beste kansen liggen ook dit jaar buiten de VS.

Utrecht, 08-01-2018

Terug naar Beleggingsnieuws