Beleggingsnieuws

Sparen levert weer wat op (in de VS)

De renteverhoging door de Fed vorige week heeft er voor gezorgd dat voor het eerst sinds 2008 het officiële tarief van de Fed hoger is dan de kerninflatie. Korte rentes zijn in de Verenigde Staten niet langer reëel negatief. Amerikaanse beleggers verliezen voor het eerst sinds de financiële crisis geen koopkracht meer door kas aan te houden. Voor Amerikaanse beleggers die zich zorgen maken over hoge waarderingen op zowel de obligatie- als de aandelenmarkt vormen liquiditeiten daardoor weer een alternatief. Het is nog geen vetpot, maar het kost niet langer geld om aan de zijlijn te staan. De groei van de geldhoeveelheid wordt door de maatregelen van de Fed geremd, zeker als er ook in 2018 nog drie renteverhogingen volgen. Aangezien geld de brandstof vormt voor de financiële markten, neemt alleen al door deze constatering het risico op een correctie toe. Ook de rentehobbel van 1994 en de correcties in na de laatste twee rondes van renteverhogingen vonden mede hun oorsprong in minder ruim monetair beleid. In combinatie met oplopende inflatie en kwantitatieve verkrapping ogen obligaties dan kwetsbaar. Aandelen krijgen in ieder geval nog steun van stijgende winsten. Een wat hoger inflatieniveau is voor aandeelhouders geen probleem, winsten zijn immers nominaal en niet reëel. Hierdoor wordt wel het monetaire contrast tussen de Verenigde Staten en de rest van de wereld groter. Dat pleit nog altijd voor een onderweging van Amerikaanse aandelen.

Utrecht, 18-12-2017

Terug naar Beleggingsnieuws