Visie centrale bankiers op de beurs

Volgens centrale bankiers zijn de prijzen van sommige activa hoog

Beleggingsnieuws

Volgens centrale bankiers zijn de prijzen van sommige activa hoog of zelfs erg hoog. Vorige week gaf Jerome Powell aan dat prijzen van sommige activa hoog zijn. Daar direct aan toevoegende dat hij nog geen zeepbellen zag. De kwalificatie van ‘hoog’ gaat verder dan zijn uitspraak in maart van dit jaar. dat prijzen ‘verhoogd’ (elevated) lijken. Waar begin dit jaar prijzen dus tijdelijk hoger leken dan normaal, zijn ze nu blijkbaar op het hoogtepunt aangekomen. Bij de ECB gaat men een stuk verder en wordt zelfs gesproken over erg hoge activaprijzen.

Prijzen op financiële markten worden bepaald door de krachten van vraag en aanbod. Centrale bankiers spelen hierin in principe geen rol. Maar hun invloed is bewust of onbewust geleidelijk steeds groter geworden. Oud-Fed-voorzitter Greenspan probeerde met het monetaire beleid de negatieve effecten van de economische cyclus te reduceren. Dankzij de door hem gecreëerde Fed-put-optie geloofden markten in het sprookje van Goudhaartje. Greenspan constateerde op 5 december 1996 dat er sprake was van irrationele uitbundigheid (irrational exuberance, een kwalificatie die veel verder gaat). Dat vormde zo’n beetje het startschot voor de dotcomzeepbel. Bernanke was in tegenstelling tot Greenspan zeer voorspelbaar in het monetaire beleid. Geld lenen leek veilig, iedereen wist immers waar de rente naar toe zou gaan. Weer volgde een zeepbel.

Doordat centrale bankiers stellen dat markten duur zijn suggereren ze impliciet dat zij daar geen rol in hebben gespeeld. Door de extreem lage rente en biljoenen aan kwantitatieve verruiming is die invloed groter dan ooit. In de VS konden bedrijven daardoor sinds de crisis voor $ 4,5 biljoen aan aandelen inkopen, voor een belangrijk deel met geleend geld. Dit jaar zijn Amerikaanse bedrijven met $ 1 biljoen zelfs de grootste koper op een marktkapitalisatie van circa $ 30 biljoen.

Er zijn verschillende manieren om de waardering van markten te beoordelen. De koers/winstverhouding van Amerikaanse aandelen lag op vorige toppen (k/w 30 in 2000 en 23 in 2007) duidelijk hoger dan de k/w van 18 nu, maar winsten zijn geïnfleerd door het monetaire beleid. De koers/boekwaarde ligt met 3,5 hoger dan in 2007 (3,0), maar lager dan de 5,0 in 2000. Alleen de totale marktkapitalisatie afgezet tegen de omvang van de economie (BBP) is hoger (dus relatief duurder) dan in 2000 en 2007. Dat geldt gelukkig niet voor de rest van de wereld, één van de redenen om Amerikaanse aandelen te onderwegen. Dat waarderingen hoog zijn, betekent overigens niet dat ze niet verder kunnen stijgen. Centrale bankiers proberen met een zeer geleidelijke normalisatie geen roet in het te gooien. Net als de Fed-put van Greenspan en de voorspelbaarheid van Bernanke houdt dat waarderingen hoog.

Utrecht, 02-10-2018

Terug naar Beleggingsnieuws