Beleggingsnieuws

Vollgeld en piekliquiditeit

Centrale banken spelen een belangrijke rol in het financiële systeem. Vollgeld is een Zwitsers plan om de centrale bank een veel grotere rol te geven, maar het referendum daarover afgelopen weekeinde heeft het niet gehaald. Door het onconventionele monetaire beleid (het opkopen van obligaties, kwantitatieve verruiming of QE) spelen centrale banken al de hoofdrol. Maar het moment van de piek in monetaire liquiditeit is bereikt. Deze week vergaderen centrale bankiers in de Verenigde Staten, de eurozone en Japan. De Fed gaat opnieuw de rente verhogen. Zover is de ECB nog lang niet, maar het einde van het opkoopprogramma komt in zicht. Mogelijk zijn er deze week meer details. De Japanse centrale bank controleert sinds september 2016 de rentecurve en zal zich blijven richten op de prijs van geld (de rente) en niet de hoeveelheid.

Vollgeld of soeverein geld zou een financiële revolutie betekenen. Het idee is niet nieuw. Tijdens de Grote Depressie in de jaren dertig kwamen economen met het Chicago-plan: commerciële banken moeten 100% reserves aanhouden bij de centrale bank. De onderliggende boodschap is dat financiële instellingen de wortel van alle problemen zijn. De macht om geld te scheppen vanuit het niets moet terug naar het volk, de overheid. Voorstanders zien meer financiële stabiliteit: het einde van bankruns en de kredietcyclus. Volgens tegenstanders krijgt de overheid een te grote rol met het risico van politiek gedreven geldcreatie en dus het gevaar van hoge inflatie. Bovendien wordt het probleem in de kern niet opgelost. De financiële crisis is immers vooral ontstaan door het schaduwbankieren, iets wat door Vollgeld juist wordt gestimuleerd. Dat is het paard achter de wagen spannen. Uiteindelijk koos men in de jaren dertig voor splitsing van de bancaire retail- en zakenbankactiviteiten en een wettelijke depositoverzekering. Iets wat ook in de laatste crisis goed zou hebben gewerkt.

Irving Fisher was een bekende econoom achter het Chicago-plan. Fisher is onder andere bekend van zijn verkeersvergelijking die stelt dat de hoeveelheid geld die we in een periode uitgeven (Money x Velocity) gelijk is aan de waarde van de verhandelde goederen (Price x Trade). Als de linkerkant van de vergelijking stijgt, volgt automatisch de rechterkant. Centrale bankiers hebben de geldhoeveelheid (Money) met behulp van QE sterk vergroot, maar tegelijkertijd ging de omloopsnelheid (Velocity) sterk omlaag. Mede daardoor viel het effect op de economie (lage inflatie, gematigde groei) tegen. Geld bleef vastzitten in financiële activa en rouleerde onvoldoende in de echte economie. Geld(schepping) blijft een middel en is geen doel op zich. De omloopsnelheid kan omhoog nu er meer vertrouwen is in de economie en het financiële systeem dankzij rigoureuze regulering, stevige kapitaalbuffers en overkoepelend toezicht. Goed voor economie en beurs.

Utrecht, 11-06-2018

Terug naar Beleggingsnieuws