Wat is er veranderd?

In de financiële wereld zien we volatiliteit als risico. Dat is feitelijk niet juist. Het enige risico wat telt is permanent verlies van vermogen. Dat kan door bijvoorbeeld inflatie (geldontwaarding), maar ook doordat mensen verkeerd reageren op (of niet kunnen omgaan met) volatiliteit. Als beurzen sterk stijgen, wil men kopen. Als beurzen hard dalen, wil men verkopen. Het is onverstandig om te verkopen als de volatiliteit oploopt (en koersen dalen), maar regelgeving en risicomanagers dwingen tegenwoordig juist om dat te doen. De elektronische handelssystemen die afschakelen wanneer de volatiliteit oploopt, vormen in dit kader eerder een extra risico dan dat ze zorgen voor stabiliteit. Vroeger kon de hoekman op de beurs nog gedwongen worden door de commissaris van de notering om een markt te maken, nu doet een riskmanager bij een elektronisch handelshuis het tegenovergestelde. En als niemand meer een markt wil maken, verdwijnt de liquiditeit. Koersdalingen worden uitvergroot en systematische strategieën die hier niet mee kunnen omgaan (zoals risk parity) kunnen zorgen voor meer verkoopdruk. Ook een gebalanceerde portefeuille met aandelen en obligaties is tegenwoordig gevoeliger voor onrust op de aandelenmarkt, omdat obligaties door de lage rente minder dan voorheen kunnen fungeren als buffer. Zeker wanneer de rente (echt) stijgt, neemt hier het neerwaarts risico toe.Een correctie werkt echter ook louterend. Het werd tijd dat het geloof in de stelling dat elke koersdip een koopmoment is, eens wordt getest. Desondanks blijven wij positief over aandelen en terughoudend met obligaties. Binnen de categorie aandelen geven we de voorkeur aan markten buiten de Verenigde Staten. De periode van extreem lage volatiliteit lijkt voorgoed afgesloten, maar in het kader van de normalisering is ook dit een positieve ontwikkeling.

Utrecht, 07-02-2018

Terug naar Beleggingsnieuws