Publicatiedatum: 1 maart 2021 

De toegenomen volatiliteit op de financiële markten als gevolg van stijgende rentes vormt op lange termijn geen reden om terughoudend te worden over aandelen. De voornaamste reden voor de stijging van de rente is namelijk de anticipatie op betere economische omstandigheden later dit jaar. Stijgende rentes worden doorgaans als negatief gezien voor aandelen, omdat ze druk uitoefenen op waarderingen, winsten en het verschil tussen dividenden en obligatierentes verkleinen. Maar het is nu niet zozeer de hogere rente die voor lagere aandelenkoersen zorgt, want het absolute niveau is nog relatief laag, maar het tempo waarop de rente stijgt. Zo is de tienjaarsrente in de VS ten opzichte van de rentestand in augustus verdrievoudigd. Daarbij zien we een net zo snelle omslag in de lange termijn inflatieverwachtingen. Die zijn sinds het dieptepunt van maart 2020 verdubbeld. Beleggers zien in de enorme liquiditeitsimpulsen van centrale banken in combinatie met de oplopende begrotingstekorten in de VS en elders in de wereld de kans op oververhitting van de economie toenemen als later dit jaar de economieën van het slot gaan. Deze relatieve verschuiving in verwachtingen zorgt op korte termijn voor koersdruk. De vraag is of het tempo van de rentestijging doorzet en bij welk niveau stabilisatie optreedt.

Een cruciaal verschil met de periode voor de coronacrisis is dat de houding van centrale banken is veranderd. Waar in het verleden het risico van oplopende inflatie in een vroeg stadium beteugeld moest worden, zijn centrale bankiers nu juist beducht voor te snel ingrijpen. We zien signalen hiervan in de uitlatingen van centrale bankiers die erop wijzen dat ze nieuwe maatregelen nemen als oplopende rentes het economische herstel remmen. Het is duidelijk dat centrale bankiers nu meer gewicht toekennen aan economische groei en werkgelegenheid en minder aan inflatie. Dit betekent dat de Fed een te sterke stijging van de lange rente zal beteugelen met meer QE.

Historisch gezien kunnen aandelen prima renderen als de Amerikaanse tienjaarsrente in een range beweegt van 2% tot 3%. Als de beweging ernaartoe maar gestaag verloopt. Boven dat niveau begint het dividendrendement voor sommige beleggers minder aantrekkelijk te worden en bieden obligaties weer beduidend beter perspectief. In de VS biedt nu meer dan 50% van de S&P 500 bedrijven nog een dividendrendement dat hoger ligt dan de tienjaarsrente. In Europa is dit verschil nog groter. Dat gezegd hebbende, kan de veranderde renteomgeving wel effect hebben op relatieve koersontwikkelingen binnen de aandelenmarkten. We zien al sinds begin dit jaar grote verschillen ontstaan in performance van cyclische aandelen, waarde aandelen (+7,1%) en small caps (+7,9%). IT aandelen (+1,4%) trekken niet langer de kar, maar juist de sectoren energie (+20%) en financials (+9,2%). Aangezien rentes en oplopende inflatieverwachtingen een uiting zijn van een terugkeer naar normaal, het waarderingsverschil tussen aandelen en obligaties voorlopig groot blijft en centrale banken het belang van hogere economische groei boven het risico van inflatie plaatsen, zien we genoeg ondersteuning voor een overweging van aandelen. 

Aandelen favoriet, ondanks stijgende rente

Terug naar Beleggingsnieuws