Amerikaanse verkiezingen doen ter zake

Stijgende rente drukt beurzen

President Trump is halverwege zijn termijn en op 6 november zijn de mid-term elections voor de Senaat en het Huis van Afgevaardigden. In beide kamers hebben de Republikeinen nu de meerderheid. Doordat het huidige overwicht in de Senaat slechts twee zetels is, regeert Trump veelal per decreet, net als Obama in zijn laatste zes jaar. Ondanks de lage populariteit van Trump, lijkt het voor de Democraten lastig om hier een meerderheid te halen. Zij hebben het meeste te verliezen omdat 25 van de slechts 33 verkiesbare zetels van Democraten zijn. In het Huis hebben de Democraten meer kans; hier worden alle 435 zetels gekozen. Indien de Republikeinen een grotere meerderheid in de Senaat krijgen en de Democraten in het Huis de meerderheid houden, verandert er mogelijk weinig. Eerdere maatregelen kunnen door de Democraten niet ongedaan gemaakt worden; nieuwe voorstellen naar de Senaat kunnen zij wel blokkeren. Mogelijk streeft het Huis naar betere handelsrelaties. Voor de financiële markten zou een gematigdere opstelling van Trump positief zijn. De huidige campagnes draaien om een keuze tussen solidariteit of individualisme en tussen lange of korte termijn beleid. Op de beurzen is het huidige tweede jaar van de regeringsperiode het slechtste op de aandelenbeurs. Meestal is het derde jaar een positief jaar op de beurzen, vooral als de Democraten onder een Republikeinse president in beide kamers of in het Huis de meerderheid hebben. De vooruitzichten zijn echter vooral afhankelijk van groei- en rentebewegingen.

Bijna tien jaar na de kredietcrisis moeten veel banken nog altijd hun balansposities versterken. Zo ook de Ierse banken, die in 2010 bijna failliet gingen door de onevenwichtigheden in de economie (vastgoed) en de financiering met kortlopende buitenlandse gelden. Omdat staatssteun volgens de Europese regels niet geoorloofd was, koos Ierland voor een constructie met een ‘bad bank’. Deze deels private instelling, NAMA, kocht activa op bij banken tegen een forse korting. Ierland heeft veel moeten bezuinigen maar kreeg meer clementie dan Griekenland door de grote omvang van de bankleningen, die vooral bij niet-Ierse banken uitstonden, het economische belang van het land en de gezondere overheidspositie bij aanvang van de crisis. Ierland zette snel in op andere sectoren, innovatie en export en daardoor kon de groei snel aantrekken. Ondanks de succesvolle geleidelijke verkoop door NAMA en de hoge economische groei, heeft Ierland nog stappen te zetten. De slechte leningen komen uit op bijna 14% van alle uitstaande leningen. Eind volgend jaar moeten de banken op maximaal 5% uitkomen en wordt de NAMA ontbonden. De gevolgen van de Brexit en het handelsconflict, de discussie over de lage Ierse belastingtarieven en de nieuwe onroerend goed opleving zijn andere zorgen. Toch is de kans dat Ierland opnieuw tot de periferie zal behoren klein door de betere economische focus, de innovatieve bedrijven en de hoog opgeleide bevolking. De markt heeft vertrouwen in Ierland: de rente op Ierse 10-jaars leningen ligt op 0,85%, net iets boven die van Frankrijk en België. Italië kent een hogere rente en meer slechte leningen.

Terug naar Beleggingsnieuws