Publicatiedatum: 11 januari 2021 

Het tumultueuze einde van het presidentschap van Donald Trump maakte de overwinning van Joe Biden compleet. Trump is de eerste president sinds Herbert Hoover in 1932 die erin is geslaagd binnen één termijn zowel het presidentschap te verspelen als de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden en in de Senaat. Toen was het de uitbraak van de Grote Depressie die de omslag in gang zette. Nu is het de aversie tegen Trump en zijn aanhang die kiezers in grotere getale dan ooit tevoren naar de stembus heeft gebracht. Dat Biden met meer dan 7 miljoen stemmen (4,5% van het totaal) heeft gewonnen en dat de Democraten nu ook een zuidelijke staat als Georgia kunnen winnen, maakt Biden nog geen Roosevelt, die het land kan verenigen. De tweedeling in de VS is niet weggenomen. Cook Political Report illustreerde het zo: in buurten waar een Whole Foods supermarkt is (veel biologische producten), stemde 85% op Biden, tegen 32% in buurten waar een Cracker Barrel winkel staat (met een traditionele zuidelijke signatuur). Vier jaar geleden was de score 22-74 maar daarvoor was het cultuurverschil lang niet zo groot: 31%-punt in 2000 en 19% in 1992. Het is de vraag of Biden hierin een kentering kan bewerkstelligen.

Met de twee senatoren in Georgia wordt het voor Biden een stuk gemakkelijker om te regeren. Dat heeft nadelen voor de beurs, maar er staan ook voordelen tegenover. Weliswaar zal de verkiezingsuitslag waarschijnlijk tot hogere belastingen leiden voor zowel bedrijven als beleggers in 2023, maar daar staat tegenover dat de economische groeiverwachtingen hoger zullen zijn door een meer stimulerend begrotingsbeleid. Het is zeker niet zo dat Biden nu carte blanche heeft voor al zijn verkiezingsbeloften. Lang niet elke senator zal immers steeds met zijn partij meestemmen. De door veel Democraten zo gewenste, maar dure hervorming van de gezondheidszorg zal daarom nog niet zo gemakkelijk te realiseren zijn. Investeringen in nieuwe energie en infrastructuur zullen wel sneller tot stand worden gebracht.

De marktreactie op de uitslag van de Senaatsverkiezingen in Georgia onderstreept dat de aandelenmarkt niet bang is voor de situatie dat de Democraten het in de VS voor het zeggen hebben. Vanwege de sterkere economische groei is het gevaar van een stijgende rente wel gegroeid. De tienjaarsrente is in de VS nu voor het eerst sinds maart boven de 1% geraakt. Dit is een gevolg van de gestegen inflatieverwachtingen. De lange termijn inflatieverwachting voor de VS is inmiddels hersteld tot 2,3%. Dat is het hoogste niveau sinds december 2018. Daardoor is de reële rente in de VS onverminderd laag, wat stimulerend is voor de economie. Zolang de werkloosheid nog hoog is, zal de Fed er veel aan doen om te voorkomen dat de rente weer richting het niveau gaat van een jaar geleden. Ook in Europa loopt de rente iets op door de stijging in de VS, maar is de toename van de inflatieverwachtingen nog gematigd: nu 1,3%. Het verschil in de ontwikkeling van de reële rente is de onderliggende factor dat de dollar de afgelopen maanden zo zwak is geweest. Ook de situatie rond de pandemie zorgt ervoor dat beleggers minder optimistisch worden over Europa.

Beurs schrikt niet van blauwe golf

Terug naar Beleggingsnieuws