Publicatiedatum: 22 juni 2020


Ondanks het feit dat de staatsschulden oplopen tot niveaus die we in geen decennia gezien hebben en de risicobereidheid in de markten duidelijk is toegenomen, is er nog geen enkel zicht op rentestijging. Daarvoor is de steun van de centrale banken veel te massaal. In de afgelopen week lieten de Fed, de Europese Centrale Bank (ECB), de Bank of Japan en de Bank of England daar geen misverstand over bestaan.



Het opkoopprogramma van de Fed voor bedrijfsobligaties zette de markt nogal in beweging. Beleggers reageerden verheugd omdat eerder de indruk bestond dat de inkoop van bedrijfs-obligaties niet zou gaan plaatsvinden. De Fed had oorspronkelijk als eis gesteld dat bedrijven zelf een aanvraag moesten indienen en dat leek een groot beletsel, want waarom zou een groot bedrijf met een stabiele investment grade rating zo’n aanvraag indienen. Dat zou kunnen ogen alsof ze staatssteun aanvroegen, terwijl ze dat natuurlijk niet nodig hebben. Nu maakt de Fed zelf de keuze welke obligaties het gaat opkopen en volgt daarmee het voorbeeld van de ECB.



De ECB is echter veel ruimer in de acceptatie of een bedrijf Europees is: een substantiële omvang in Europa is al voldoende. De Fed koopt alleen schuldpapier van bedrijven die in de VS zijn gevestigd met een groot deel van de activa en de meerderheid van het personeel in de VS. Het belangrijke voor de markt is echter niet welke obligaties er worden gekocht, maar dát ze worden gekocht, zodat er geen angst is als er nieuwe uitgiftes komen dat die slecht opgenomen kunnen worden.



Als we de stand nu opmaken op de obligatiemarkten, dan is de rust weergekeerd op de markt voor bedrijfsobligaties. In investment grade is het aantal obligaties met een koers beneden 90% gedaald van 10% naar 0,2%. In highyield is het percentage obligaties in distress afgenomen van meer dan 40% tot 6,7%. Daarmee is dat meer genormaliseerd en in lijn met het feit dat er natuurlijk meer bedrijven zijn die mogelijk binnen korte tijd failliet gaan. Wie daarmee de indruk heeft dat we weer terug zijn bij het niveau van begin dit jaar, mag er zich op verheugen dat de kredietopslagen nog een stuk hoger zijn dan in de 12 maanden voorafgaand aan de pandemie.



Opvallend genoeg is de stress in de Europese bankobligaties minder goed gaan liggen. Bankobligaties zijn natuurlijk geen onderdeel van het opkoopprogramma. Maar de banken zijn wel ondersteund met een TLTRO die, zoals verwacht, fors is opgeno-men door de banken. Ze lenen voor de komende drie jaar tegen een tarief van -1%. De totale opname bedroeg € 1.310 miljard. Hiermee is het uitstaande bedrag in het kader van de TLTRO’s ruwweg verdubbeld. Geen wonder dat de nieuwe Duitse staatsleningen zo zwaar overtekend waren. Het is aantrekkelijk voor de banken om staatsleningen op te nemen die een minder negatieve rente geven. In de wetenschap dat banken deze steun genieten, is er momenteel veel reden om die obligaties te favoriseren. Dat Europese banken nu gesubsidieerd worden met negatieve rentes, waar het ze vroeger geld kostte, is zelfs een opsteker voor de aandelen.

Centrale banken steunen obligatiemarkt

Terug naar Beleggingsnieuws