Asset allocatie (de verhouding aandelen en obligaties in de portefeuille) wordt algemeen aanvaard als de belangrijkste bepalende factor voor de risico-rendementskenmerken van een portefeuille. Het is veel meer van invloed dan tactische asset allocatie of de selectie van managers. Echter, zodra de asset -allocatie is bepaald, moeten beleggers een beslissing nemen over hoe zij toegang krijgen tot de verschillende vermogens-categorieën. Grofweg kan dit op twee manieren, namelijk via een actieve of een passieve beleggingsstrategie.

Een eerste stap bij deze keuze zou kunnen zijn om te kijken naar de historische succespercentages van actief beheer. De succespercentages verschillen namelijk tussen bepaalde marktsegmenten. In die zin zijn historische succespercentages de eerste nuttige indicatoren die beleggers kunnen gebruiken bij de keuze voor een actieve of passieve implementatie. Het helpt beleggers namelijk om hun risicobudget daar in te zetten waar de kans op succes het grootst is. Recent onderzoek van Morningstar laat bijvoorbeeld zien dat over de afgelopen 10 jaar bijna 98,5% van de actieve managers die zich richten op Amerikaanse groeiaandelen achterblijven bij de benchmark.

Met andere woorden een succespercentage van 1,5%! Gelukkig zijn er ook markten waar de succespercentages beduidend hoger liggen. Zo bedraagt het succespercentage van actieve managers in het segment mid-cap aandelen in het Verenigd Koninkrijk maar liefst 77,8% en weten managers die actief zijn in het segment Pacific ex-Japan in de helft van de gevallen de markt te verslaan.

De succespercentages van actieve managers

Terug naar Beleggingsnieuws