Vooral de lasten bij Duitse, Franse en Nederlandse banken nemen af

De ECB-maatregelen brengen enige verlichting voor de bankensector, maar zij zijn meer gebaat bij een aantrekkende groei of hogere rentes.

Enige verlichting voor de bankensector

Vanaf eind oktober zullen de rentelasten voor Europese banken iets afnemen. Banken betalen nu rente aan de ECB om daar geld uit te zetten. Als gevolg van het ruime monetaire beleid zijn die liquiditeitsreserves fors opgelopen tot € 1800 miljard. Sinds 2014 betaalden banken hierover ruim € 20 miljard aan rente aan de ECB. Dit zijn niet de enige kosten waar de banken mee te maken hebben. Ook het effect van de vlakke rentecurve brengt kosten met zich mee, doordat de winstmarge op leningen hierdoor vermindert. Daarnaast betalen banken nog rente over het spaargeld van klanten. De kans dat spaarders moeten betalen over hun spaargelden, is door de maatregel afgenomen.

De ECB zal nu over € 800 miljard aan reserves geen rente meer vragen, wat een vermindering van de jaarlijkse rentelasten inhoudt van zo’n € 2 miljard. Volgens JPMorgan komt dit neer op 2,5% van de winst voor belasting in 2020. Vooral Duitse, Franse en Nederlandse banken hebben door hun hoge reserves voordeel van de regeling, hoewel zij er natuurlijk ook het meeste nadeel van ondervinden. Banken in Italië en Spanje profiteren minder van de ECB-regel omdat hun reserves lager zijn. Zij krijgen wel de mogelijkheid om op de markt te lenen tegen - 0,5% rente en het bij de ECB voor 0% uit te zetten.

Vooruitlopend op de ECB-bijeenkomst liepen de koersen van banken 14% op. Over een langere periode blijven bankaandelen echter ver achter. Hierdoor zijn waarderingen historisch laag met een koers/boekwaarde van 0,7 en een dividendrendement van ruim 6%. Dit geeft de bankensector een buffer, maar voor een echte inhaalslag zijn een aantrekkende economische groei en een hogere vraag naar kredieten noodzakelijk.

Bron afbeelding: ECB, Deutscher Sparkassen

Terug naar Beleggingsnieuws