Gert van de Paal

Door: Gert van de Paal

Steeds meer beleggers gebruiken een duurzaamheidsopinie voor bedrijven - de ESG-rating - in hun beleggingsproces. Met het belang van deze ratings, groeit ook de kritiek. Wat blijkt; de ratingbureaus verschillen nogal eens van mening. Zo zijn de twee belangrijke aanbieders op dit vlak, MSCI en Sustainalytics, het slechts in de helft van de gevallen met elkaar eens over het duurzaamheidsgehalte van een bedrijf. Dat komt door verschil-len in de aspecten die worden meegewogen, de indicatoren die worden gebruikt en het gewicht dat daaraan wordt toegekend.

Hoe zou het beter kunnen? Aansluiting zoeken bij breed gedragen raamwerken zoals de Sustainability Accounting Standards Board bij de beoordeling van bedrijven is een goede stap. De focus komt daardoor meer te liggen op een select aantal ESG-factoren die er echt toe doen in een industrie. Die materieel zijn. Stimuleer vervolgens bedrijven om daar uniforme, actuele data over aan te leveren. Er hoeft dan ook minder geschat te worden voor ontbrekende data, iets wat nu nog vaak gebeurt. Dit kan een aantal belangrijke bezwaren van ESG-data wegnemen.

Toch is het een utopie te denken dat ESG-ratings hierdoor uiteindelijk allemaal hetzelfde zullen zijn. Ratingsbureaus bestaan immers bij gratie van een verschil in aanpak. Het is daarom belangrijk dat zij transparant zijn over de wijze waarop hun ESG-ratings tot stand komen. Zodat beleggers zelf kunnen bepalen wat voor hen passend is. MSCI zette afgelopen week een stapje in de goede richting door de duurzaamheidsdata van 2800 bedrijven publiek beschikbaar te maken (https://www.msci.com/esg-ratings).

Correlatie tussen ESG-scores van diverse aanbieders

ESG-ratings; er is niet één waarheid (en die komt ook niet)

Terug naar Beleggingsnieuws