Publicatiedatum: 17 augustus 2020

De Japanse Nikkei-index staat sinds begin dit jaar in yen gemeten nog maar 1% in het rood. Door veel export van elektronische componenten en machines is de economie sterk afhankelijk van de wereldwijde economie. De economische terugval is daardoor groter, maar Japan kan ook sneller herstellen. Bovendien is de steun van overheid en de Bank of Japan (BoJ) immens. Deze kan oplopen tot 40% van het bbp.

Japan is al jaren bezig met een veranderingsproces. Zo moeten gewoontes als extreme loyaliteit en een afkeer van winst minder vanzelfsprekend worden. Loyaliteit is een groot goed, maar niet als daardoor onnodig veel overwerk, zo’n 80 uur per maand, de norm wordt. De coronacrisis zorgt voor een onverwachte impuls. Het thuiswerken blijkt werknemers beter te bevallen dan gedacht, terwijl de productiviteit is gestegen. Daardoor kunnen ondernemingen de werkcultuur moderniseren en een deel van de kantoren sluiten, waardoor kosten kunnen dalen. Ten opzichte van andere landen hebben Japanse bedrijven hoge kasposities en voorraden.

De bedrijfsvoering is daardoor minder aangetast en de dividenduitkeringen en inkoop van eigen aandelen stijgen. Dit trekt nu ook de belangstelling van buitenlandse en Japanse institutionele beleggers. De Nikkei presteert beter dan de Topix, deels door de hogere wegingen in communicatie en gezondheidszorg, maar vooral doordat de BoJ meer aandelen van de Nikkei koopt dan van de Topix. Met een aantrekkende verwachte winstgroei tot meer dan 35% volgend jaar en zicht op structurele verbeteringen bieden Japanse aandelen nog voldoende rendementspotentieel.

  Evolutie in Japan

Terug naar Beleggingsnieuws