Publicatiedatum: 12 oktober 2020

Indonesië wordt hard geraakt door het coronavirus. Het aantal besmettingen is hoog en de economie zal dit jaar voor het eerst in twintig jaar krimpen. Om de armoede van de snel groeiende bevolking te verminderen is een groei van minimaal 5% per jaar noodzakelijk. Indonesië is daarbij voor een groot deel afhankelijk van buitenlandse investeerders. Zij hebben het vertrouwen echter enigszins verloren als gevolg van het monetaire beleid van de Indonesische centrale bank, Bank Indonesia (BI). BI koopt niet alleen obligaties uit de markt op om de rente te drukken, maar financiert ook direct de uitgaven van de staat. BI gaf aan dat dit een eenmalige noodmaatregel was, maar beleggers zijn daarvan nog niet overtuigd. De Indonesische rupiah is dit jaar met 5,6% gedaald ten opzichte van de dollar. Ook hebben buitenlandse investeerders nog maar 27% van de obligaties in handen tegenover 41% vóór de uitbraak van COVID-19.

Omdat deze risicovolle monetaire financiering alleen succesvol kan zijn als buitenlandse investeerders meedoen, kwam president Joko Widowo met de Omnibus wet. Deze wet wil de arbeidsmarkt flexibeler maken, de vennootschapsbelasting en arbeidslasten verlagen, de bureaucratie verminderen, de infrastructuur verbeteren en het bedrijven makkelijker maken om zaken te doen. De laatste 5 jaar zijn er 20 hervormingspakketten mislukt doordat de regels conflicteerden met duizenden wetten en regels. Omnibus moet daarom duizenden van deze wetten vervangen. Omdat slechts 30% van de bevolking in het formele arbeidscircuit werkt, zijn verdere maatregelen nodig. Deze veranderingen kunnen positief doorwerken op de economie, maar het is wel een dunne lijn waar Jokowi overheen loopt.

Experiment Indonesië kansrijk én risicovol

Terug naar Beleggingsnieuws