Publicatiedatum: 25 januari 2021 

Ondanks de opkoopprogramma’s van de Europese Centrale Bank (ECB) is de inflatie in de eurozone negatief. De prijsstijging van een vat Brent olie van meer dan 30% over de laatste drie maanden zal de inflatie verhogen, hoewel de olieprijs nog altijd 14% en in euro’s zelfs 21% lager ligt dan een jaar geleden. Voor een structureel hogere inflatie is loongroei nodig, maar met de moeilijke omstandigheden voor werkgevers is eerder loondruk te verwachten. Een tweede complicatie is de sterke eurokoers, die de import goedkoper maakt. Deze druk op importprijzen kan de eurosterkte ook weer blijven ondersteunen, nu de reële rente (nominale rente gecorrigeerd voor inflatie) in de eurozone veel hoger is dan in de VS. Een derde zorg kan de groei in kredietverlening worden. Zowel een lagere vraag vanuit het bedrijfsleven en consument als de terughoudendheid bij banken zorgen voor een afzwakking in de kredietgroei en minder steun aan de economie.

De ECB stemt het monetaire beleid af op ‘gunstige financiële omstandigheden’, die een voorwaarde zijn voor een goede economische ontwikkeling. Met de definitie van financiële omstandigheden maakt de ECB het zichzelf lastig. Het moet een holistische aanpak zijn, met meerdere factoren over meerdere sectoren met verschillende indicatoren. Waarschijnlijk zal hier pas medio dit jaar meer duidelijkheid over komen als de ECB met een strategische revisie van het beleid komt. Daarin zou het ook voor de controle van de rentecurve en het samenvoegen van twee opkoopprogramma’s kunnen kiezen, zodat een lage rente voor de zwakkere landen blijft gewaarborgd.

Gebrek aan inflatie en sterke euro werken ECB tegen

Terug naar Beleggingsnieuws