Inflatie blijft laag

Inflatie blijft laag

De inflatie komt maar niet van de grond. Dat was goed zichtbaar in de laatste inflatiecijfers en was tevens de reden van de draai die de ECB afgelopen week maakte. De aankondiging dat de rentetarieven dit jaar niet worden verhoogd en dat er een derde ronde van bankfinanciering (de TLTRO’s) komt, volgt nog geen twee maanden na de stopzetting van het opkoopprogramma voor obligaties. De onderbouwing voor deze beslissing komt meer voort uit een forse verlaging van de inflatieverwachtingen dan de verlaagde groei. De raming werd niet alleen voor dit jaar verlaagd van 1,6% naar 1,2%, maar ook voor de komende twee jaar worden deze met 0,2% verlaagd naar 1,5% en 1,6%.

Ook de inflatiecijfers over februari duiden erop dat de inflatie weer daalt nadat deze in 2018 opliep. De kerninflatie – zonder de volatiele voedsel- en energieprijzen – blijft maar rond de 1%. Er is geen sprake van een overloop in andere prijzen, ondanks de stevige stijging van de energieprijzen en diverse belastingen. Ook de krappere arbeidsmarkt zorgt er niet voor dat bedrijven in staat zijn hun prijzen te verhogen. Voor de Eurozone is de lange termijn inflatieverwachting voor de inprijzing van obligaties zoals die nu in de obligaties is ingeprijsd, gedaald naar 1,45%, terwijl dat inclusief een liquiditeitspremie is die in de inflatie¬leningen is opgenomen.

Ook in de VS is de inflatieverwachting gematigd, maar met 2,3% niet extreem laag. Daar is een discussie ontstaan of de centrale bank haar jaarlijkse inflatiedoelstelling niet beter kan richten op prijsniveau, wanneer de inflatie jarenlang te laag is. Oftewel op een prijsniveau dat 10% hoger is na vijf jaar. Na vijf jaar 1% inflatie zou daarna een paar jaar 3% inflatie te billijken zijn. Fed-voorzitter Powell gaf aan dat de lat erg hoog ligt voor een dergelijke overgang. Het geeft echter wel aan dat de discussie verschuift naar het meer accepteren van inflatie, die op korte termijn ook wat te hoog mag zijn. Dat is relevant voor de Fed die mogelijk in het najaar wordt geconfronteerd met een hoger inflatiecijfer. Sommige economen houden daarom nog steeds rekening met een renteverhoging door de Fed. Het lijkt echter niet waarschijnlijk dat de Fed de renteverhogingen weer hervat totdat er duidelijke signalen zijn van oververhitting van de economie. Van dergelijke impulsen is nu geen sprake, maar deze signalen waren er vorig jaar wel toen de economie een forse impuls kreeg uit de belastingverlaging.

Voor beleggers is inflatie een zeer relevante factor. Voor obligatiebeleggers is inflatie de factor die de waarde van de hoofdsom erodeert. Mede daarom beleggen wij een belangrijk deel van de staatsobligaties in zogeheten indexleningen, waar de hoofdsom met inflatie wordt verhoogd. Het is geen winnende strategie maar het geeft diversificatie, terwijl het niet de duurste obligaties zijn. De belegger is echter niet beschermd tegen een beweging in de reële rente. Voor aandelenbeleggers is inflatie echter minstens zo belangrijk. Inflatie kan zorgen voor een renteschok en kan de winstmarges bij bedrijven uithollen. Daarom is de lage inflatie toch vooral goed nieuws.

Terug naar Beleggingsnieuws

Zelf regelen & Contact

Zelf regelen Contact Chat Bel ons