Japanificatie van de eurozone?

Japanificatie van de eurozone?

De economische situatie in de eurozone heeft veel weg van de situatie in Japan na de crisis begin jaren ‘90. Een lange periode met lage rentes is hierdoor zeer waarschijnlijk. Voor obligatiebeleggers is dit dan ook geen aantrekkelijk vooruitzicht. Tegelijkertijd zijn er belangrijke verschillen tussen de toenmalige situatie in Japan en nu: het bedrijfsleven staat er goed voor en de aandelenwaarderingen zijn niet te vergelijken met de situatie in Japan toendertijd. Echter heeft de laatste actie van de ECB om de afzwakkende economische ontwikkeling in de eurozone tegen te gaan, ondanks de extreem lage rentes, bij beleggers de angst voor een Japanscenario vergroot.

Begin jaren ‘90 barstte de financiële zeepbel in Japan, waardoor het land in een grote crisis belandde. De periode erna werd gekenmerkt door lage economische groei, prijsdalingen, zwakke banken, lage kredietverlening en een exploderende overheidsschuld. De staat probeerde de groei in het land met overheidsbestedingen overeind te houden. De situatie zorgde zelfs voor een ‘verloren 20 jaar’, waarin de economie in Japan nominaal gezien geen groei liet zien. De vraag is of Japan de situatie ooit helemaal te boven is gekomen, zo is de beleidsrente in Japan sinds 1995 niet meer boven de 1% uitgekomen.

De eurozone vertoont overeenkomsten met de situatie in Japan na de crisis. Vooral qua economische groei, inflatie, rentes en demografie zien we gelijkenissen. Zo laat de ontwikkeling van de economie sinds de start van de Grote Financiële Crisis zelfs een zwakker groeipad zien dan Japan in de eerste jaren na de crisis. Hoewel we in de eurozone geen lange periode van deflatie hebben gehad, lukt het de inflatie maar moeilijk om op de 2% inflatiedoelstelling uit te komen. Er zijn echter ook belangrijke verschillen. Na het Plaza-Akkoord van 1985, waarin de VS, Frankrijk, Duitsland, Japan en de VS overeenkwamen om de waarde van de dollar te laten zakken, ging de yen een lange periode van appreciatie in, die zelfs na de crisis stand hield. Hiermee werd de deflatie geïmporteerd. De euro heeft juist een tegengestelde ontwikkeling gezien. Belangrijk is ook dat de banken in de afgelopen jaren werk hebben gemaakt van de versterking van de balansen, alhoewel er nog wel wat werk te verzetten is. Daarbij heeft de ECB de rente vrij snel verlaagd en onconventionele middelen ingezet om de economische situatie te ondersteunen. Dit in tegenstelling tot de Bank of Japan, die na de crisis niet daadkrachtig optrad. Een ander belangrijk verschil is de financiële positie van het bedrijfsleven in de eurozone. Deze is niet te vergelijken met de Japanse situatie in de jaren ’90 en de schuldengraad is op dit moment relatief laag. Het Japanse bedrijfsleven heeft jarenlang in de financiële zeepbel geparticipeerd en hiermee forse winsten geboekt. De waarderingen in aanloop naar de crisis waren dan ook torenhoog (k/w’s > 60). Na de crisis kreeg het Japanse bedrijfsleven het moeilijk en daalden de waarderingen sterk. Deze overwaardering hebben we in die mate nooit gezien in de eurozone. De belangrijkste implicatie van de overeenkomsten is echter wel dat de rente nog lang laag zal blijven.

Terug naar Beleggingsnieuws

Zelf regelen & Contact

Zelf regelen Contact Chat Bel ons