Publicatiedatum: 18 mei 2020




Het coronavirus raakt de bevolking van kleinere opkomende landen harder dan de westerse markten. Beleggers kennen geen medelijden en de aandelenkoersen van frontier markten, landen met lage inkomens, zijn dit jaar fors gedaald. Voor de korte termijn zijn de vooruitzichten voor de meeste landen matig en afhankelijk van of de landen enige vorm van schuldsanering of betalingsuitstel kunnen krijgen en of er snel orders komen van de ontwikkelde landen of China.



Frontier landen zijn minder afhankelijk van de economische cyclus wereldwijd, maar dat geldt niet tijdens deze gezondheidscrisis. Inkomsten uit toerisme, industrie, textiel en technologische componenten vallen ineens weg en landen zijn meestal afhankelijk van één sector. Samen met het terugtrekken van geldstromen door buitenlandse beleggers en de lagere grondstofprijzen heeft dit bij diverse landen tot acute betalingsproblemen en valutadruk geleid. Bovendien is er veel geld voor de gezondheidszorg nodig. Er zijn daardoor nauwelijks stimuleringspakketten mogelijk.



Waar deze in de ontwikkelde markten tussen de 10-20% van het bbp bedragen, komen deze landen niet verder dan 2%. Veel inwoners leven al onder het bestaansminimum en een sociaal vangnet ontbreekt. De keuze voor de bevolking van de armste landen is veelal schrijnend: dood aan corona of dood door honger.



De grotere frontier landen waren snel en succesvol met het invoeren van volledige lockdowns, waardoor het aantal besmettingen laag is en de lockdown periode relatief kort. In Vietnam zelfs slechts drie weken. Landen als Bangladesh, Vietnam, Kenia en Marokko kunnen profiteren van de lagere lonen, de uitbesteding van industriële activiteiten, de globale trend om minder afhankelijk van China te worden en de gunstige demografische factoren.



De frontierlanden worden door deze kenmerken optimistisch aangeduid als de opkomende markten van de toekomst. Dat zien we vooral terug in de aandelenindices, waar in de afgelopen zeven jaar vijf landen zijn gepromoveerd naar de opkomende landenindex. Deze maand zou Koeweit promoveren, maar in verband met corona is deze wijziging uitgesteld tot november. Op de beurs zien we dit optimisme slechts voor een paar landen terug. Vietnam, Koeweit en Kenia presteerden beter dan de wereldindex, mede geholpen door een stabielere regering. Bangladesh en Sri Lanka, die succesvol zijn in de textielindustrie, hebben last van politieke interventies.



Tot slot spelen de lage marktkapitalisaties en beperkte liquiditeit van de frontier markten een grote rol voor de rendementen. Daardoor worden zij harder geraakt als beleggers uit willen stappen, zoals in maart jl. Sri Lanka, Bangladesh en Jordanië hebben de beurzen meerdere weken gesloten, waardoor zij niet konden profiteren van het herstel in april maar belangrijker, het vertrouwen van beleggers hebben verloren. De waarderingen zijn laag, maar bieden weinig houvast zolang betalingsproblemen de overhand kunnen houden. Selectiviteit in de frontier landen blijft lonen.

Kleinste frontier landen hard onderuit

Terug naar Beleggingsnieuws