Publicatiedatum: 27 juli 2020


Door de impact van COVID-19 lijkt een verschuiving zichtbaar bij de duurzame focus van beleggers die aan actief eigenaarschap doen bij de bedrijven waar ze in beleggen. Voor de pandemie gingen veel gesprekken met deze bedrijven over het klimaat en het milieu, nu gaan deze vooral over sociale en bestuurlijke kwesties, zoals hoe een bedrijf werkt aan een veilige omgeving voor medewerkers en klanten.

Het klimaat lijkt iets minder de aandacht te krijgen omdat de CO₂-uitstoot van bedrijven is verminderd, doordat bijvoorbeeld minder is gereisd. Er zijn echter ook beleggers die zich juist blijven richten op bedrijven met een lage carbon footprint. Uit verschillende studies blijkt namelijk dat bedrijven met een lage CO₂-intensiteit een significant beter koersresultaat en hogere winstcijfers hebben behaald.

Uit deze studies blijkt ook dat basismaterialen, energie en nutsbedrijven de meest carbonintensieve sectoren zijn. De kosten die bedrijven uit deze sectoren maken om de bedrijfsprocessen gereed te maken voor de energietransitie en om klimaatrisico’s te verminderen zijn onderbelicht en nog niet altijd bekend (bij beleggers). Dit geldt bijvoorbeeld voor verzekeringen of de impact van extreme weersomstandigheden op de continuiteit van de bedrijfsprocessen.

Deze zaken kunnen een negatieve impact hebben op de toekomstige resultaten. Bedrijven die al investeren in de energietransitie en nu al een lage CO₂-intensiteit hebben, zien dat deze goede corporate governance zijn vruchten afwerpt. Bepaalde fondsen hebben al een beleid waarbij de ambitie is om een carbonintensiteit te hebben die lager is dan de benchmark, zoals het 1895 Wereld Aandelen Enhanced index Fonds en het 1895 Wereld Multifactor Aandelen fonds.

Beide 1895 fondsen hebben een carbonintensiteit die ten minste 30% lager is dan die van de benchmark door de focus op bedrijven met een lage carbon footprint.

Lage carbonintensiteit, een betere performance?

Terug naar Beleggingsnieuws