De Chinese regering legt zich niet neer bij een groeivertraging. Vorig jaar werden de investeringen in infrastructuur al verhoogd en de belastingen verlaagd. Op de eerste dag van het nieuwe jaar volgde de centrale bank van China, de People’s Bank of China (PBoC) met een verlaging van de reserveratio voor banken. Deze ratio bepaalt hoeveel reserves banken moeten aanhouden. De maatregel kan USD 115 miljard aan kredietverlening vrijmaken, ware het niet dat de bankensector zwak is. De helft van de Chinese banken voldoet niet aan de stresstest en het aantal faillissementen bereikte in 2019 een record.

Bovendien staat de winstgevendheid onder druk door een eerdere stelselwijziging van de PBoC, die banken verplicht om een lagere rente bij kredietverlening te hanteren. Daardoor zouden banken juist wel eens minder kunnen gaan uitlenen en zijn verdere verlagingen van de reserveratio waarschijnlijk. Naast druk door minder kredietverlening houdt de export het moeilijk. De handelstarieven blijven, ook na het handelsakkoord, op gemiddeld 19,3% versus 3% vóór het conflict. Ook lopen de spanningen met het VK op. China heeft de connectie tussen de beurs van Shanghai en Londen opgeschort. Hoewel het vooral een symbolische stap is, kan een verdere escalatie schade aanrichten als de Britse valutamarkt erin wordt meegetrokken.

Deze markt is goed voor een handel van USD 85 miljard aan renminbi per dag. Voorlopig zal China de groei dus vooral uit de binnenlandse markt moeten halen. Daarbij helpt het dat China haar doelstelling om het inkomen in tien jaar tijd te verdubbelen ruimschoots heeft behaald. Om de werkgelegenheid en de export te verbeteren is verdere openstelling van markten nodig.

Lastige afwegingen voor China

Terug naar Beleggingsnieuws