Lonen stijgen, inflatie toch niet

Lonen stijgen, inflatie toch niet

Voor het eerst in meer dan tien jaar stijgen de Amerikaanse lonen met meer dan 3%. Toch vallen de inflatiecijfers de laatste tijd eerder mee dan tegen, onder andere geholpen door de 10% daling van de renminbi in de zomer. De inflatieverwachtingen zijn daardoor zelfs gedaald.

De wereldeconomie groeit boven trend, geholpen door hogere investeringen en de productiviteitsgroei. Omdat de capaciteitsgrenzen zijn bereikt stijgen wereldwijd de lonen. Hoewel die loonstijging het hoogste niveau in tien jaar tijd heeft bereikt, is vooral in de Verenigde Staten en Japan het percentage veel lager dan gebruikelijk bij deze lage werkloosheid. Stijgende lonen leiden niet automatisch tot meer inflatie. Structurele factoren als globalisering en technologie bieden tegenwicht. Zo liep de loonstijging in de VS tussen 2005 en 2007 op van 1,8% naar 4,5%, maar was de stijging van de kerninflatie over diezelfde periode zeer gematigd, van 2,1% naar 2,3%. Gelet op de sterke groei van een goed opgeleide middenklasse in opkomende markten, waardoor deze niet alleen met westerse middenklasse concurreert in de maakindustrie, maar ook steeds meer op het gebied van diensten, mag ook de komende jaren een beheerste ontwikkeling van de inflatie worden verwacht.

Stijgende lonen hebben wel invloed op de winstmarges van bedrijven. Als de lonen verder blijven stijgen dan zal de centrale bank eerder geneigd zijn om op de rem te trappen. Hogere loonkosten en hogere rentelasten zetten winsten onder druk. Dit kan er dan voor zorgen dat beleggers zich zorgen gaan maken over bedrijfsobligaties, zeker nu de totale schuld van het Amerikaanse bedrijfsleven een record heeft bereikt. Voor de consumentenbestedingen zijn hogere lonen goed nieuws, vooral nu de inflatie zich gematigd blijft ontwikkelen. Uiteindelijk gaat het immers om het reële besteedbare inkomen.

Gerealiseerde inflatie is niet hetzelfde als de verwachte inflatie. Waar de favoriete inflatiemaatstaf van de Fed, de core PCE-index, dit jaar voor het eerst sinds 2012 de doelstelling van 2% heeft bereikt, liggen de inflatieverwachtingen nog altijd ruim onder het niveau van 2012. Dat heeft ook te maken met de volatiliteit van de inflatiecijfers, die is de laatste jaren afgenomen. Relatief lage inflatieverwachtingen hebben zich op een lager niveau verankerd. Meer volatiliteit in de economie en op de financiële markten kunnen daarin verandering brengen. Die volatiliteit past ook bij het einde van de opgaande cyclus. Bescherming tegen inflatie is daarmee impliciet een bescherming tegen oplopende volatiliteit. Wanneer centrale bankiers terughoudend blijven, kan zelfs de inflatie uiteindelijk toch nog verrassen.

Terug naar Beleggingsnieuws