Meeste potentieel nog steeds in dollarobligaties

Het niveau van -1,2% in Zwitserland is momenteel de vloer in de rente. Dat geeft nog enig koerspotentieel voor de Nederlandse tienjaars maar het zekere koersverlies over de looptijd en de veel hogere rente in de VS maken wereldwijde obligaties de favoriete invulling voor staatsleningen.

Meeste potentieel nog steeds in dollarobligaties

Waar de rente deze maand in de brede wereldwijde obligatiemarkt met 23 basispunten is gedaald, is de beweging het sterkst in de staatsobligaties met de hoogste rente. Met name in de VS is de rente hard gedaald: deze maand ging de tienjaarsrente van 2,02% naar 1,55%. In Zwitserland waar de rente het laagst is, is de ruimte voor rentedaling duidelijk het kleinst. De tweejaarsrente is daar deze maand van -1,1% naar -1,2% gegaan. Ook de tienjaarsrente is nu op dat niveau geraakt. Blijkbaar heeft de markt twijfels bij het ontstaan van rentes van bijvoorbeeld -2% en zien beleggers die -1,2% dan als een minimum waar de rente nog heel lang op kan blijven staan. De rentelasten van 1,2% wegen waarschijnlijk nog wel op tegen de kosten van de beveiliging van een brandkast vol 1.000 frank biljetten.

Wat is er met die wetenschap nog te halen in obligaties? Als de Nederlandse tienjaarsrente naar het niveau van Zwitserland zou gaan, zou de koersstijging nog 6% zijn. Een terugkeer van de tienjaarsrente naar 0% zou een koersverlies van 5,5% betekenen. Dat is het zekere koersverlies over de looptijd. Als de rente naar het niveau van de rente in de VS zou gaan van 1,5%, dan zou de koers met 18,7% dalen. Dat zou niet alleen een forse correctie zijn, maar geeft ook aan dat het meeste koerspotentieel nog steeds in dollarobligaties is. Daarom hebben wij het merendeel van de obligatieportefeuille in wereldwijde obligaties belegd. Hoewel het nog steeds prijzig is om het valutarisico af te dekken, is dat wel vereist; beleggers lopen immers al meer dan genoeg risico in obligaties met deze renteniveaus.

Terug naar Beleggingsnieuws