Publicatiedatum: 14 december 2020

De centrale banken hebben minder invloed op de economische groei, de inflatie en de wisselkoersen dan zij en de beleggers zouden wensen. Niet het monetair beleid, maar alleen medicijnen en overheidssteun kunnen de coronacrisis bestrijden. Volgend jaar zal volgens de Europese Centrale Bank (ECB) de economische groei uitkomen op 3,9%, terwijl drie maanden geleden nog 5% geprognotiseerd werd. De inflatie loopt nauwelijks op, tot 1,4% in 2023. Tot begin 2021 zal de inflatie in de eurozone naar verwachting negatief blijven als gevolg van het effect van de Duitse btw-verlaging eerder dit jaar. Daarna kan de inflatie wat toenemen doordat dit effect wegvalt, maar dit wordt tenietgedaan als de eurokoers in waarde stijgt. De ECB houdt officieel geen rekening met de valutakoers, maar wel als deze de inflatie te veel drukt. Als de ECB de euro wil verzwakken, is later in 2021 waarschijnlijk een renteverlaging nodig. Een renteverlaging heeft echter negatieve consequenties voor banken en spaarders terwijl het echte effect op de euro kan uitblijven, omdat de politiek op dit moment een grotere invloed heeft op de valutakoersen.

Tegenover een akkoord over het herstelplan in de Europese Unie en dus meer vertrouwen in de euro, staat het uitblijven van een akkoord tussen de Republikeinen en Democraten in de Verenigde Staten (VS). Dit kan de groei in de VS aantasten en meer actie van de Amerikaanse centrale bank noodzakelijk maken en de dollar verder verzwakken. Een Amerikaans akkoord en een no-deal Brexit daarentegen kunnen de dalende trend doorbreken. De ECB zal zich voorlopig richten op controle van de rentecurve: door het pandemie-opkoopprogramma te verhogen en te verlengen. Dat kan beleggers ertoe aanzetten om het beleid van de ECB te testen om te kijken of de ECB echt ingrijpt als de rentes oplopen. Wat dat betreft was de opmerking van president Lagarde dat het totale bedrag van EUR 1850 miljard niet opgemaakt hoeft te worden logisch maar niet handig, omdat het twijfel zaait over eensluidendheid binnen de ECB.

Verder kwam de ECB met vier nieuwe TLTRO-pakketten. Onder TLTRO ontvangen banken 1% als ze bij de ECB lenen, mits zij deze bedragen uitlenen aan bedrijven en consumenten. Vooral Spaanse en Italiaanse banken profiteren van deze faciliteit. De afgelopen dagen zakte de rente op 10-jaars leningen van de Portugese overheid tot negatieve niveaus en de Spaanse rente staat nog marginaal in de plus. De maatregelen brengen wel het risico met zich mee dat de zwakkere banken meer gaan uitlenen dan hun balansen aan kunnen en dat hervormingen worden vertraagd. Dit kan ook gevolgen hebben voor het dividendbeleid, waarover de ECB deze week beslist. Het passeren van dividend dit jaar leidde tot een toename van de buffers met EUR 30 miljard. Banken willen de dividendbetalingen hervatten omdat zij voor eventuele kapitaalsteun afhankelijk zijn van hun aandeelhouders. Duidelijk is dat de rente nog lang laag zal blijven en dat overheden en centrale banken moeten blijven samenwerken om effect te hebben.

 Monetair beleid kan het niet alleen

Terug naar Beleggingsnieuws