De lage rente en de vergrijzing zorgen voor hoofdbrekens bij pensioenfondsen, spaarders en overheden. Afgelopen week kwamen het Centraal Planbureau (CPB) en de toezichthouder van verzekeraars en pensioenfondsen, EIOPA, met rapporten over de pensioenontwikkelingen naar buiten. In haar vergrijzingsstudie gaf het CPB aan dat het houdbaarheidssaldo van de Nederlandse overheid snel verslechtert. Door de vergrijzing lopen de kosten voor de AOW en de zorg op van bijna 15% van het bbp nu tot bijna 20% in 2040. Het houdbaarheidstekort zal in 2025 1,6% van het bbp bedragen. Dus om te kunnen beschikken over gelijke overheidsvoorzieningen in de toekomst moeten de uitgaven afnemen tot 16 mld euro in 2025 of de inkomsten moeten toenemen.

Het laatste onderzoek van vijf jaar geleden toonde nog een houdbaarheidsoverschot van 0,4%. Deze verslechtering ten opzichte van vijf jaar geleden wordt veroorzaakt door de recent doorgevoerde lastenverlichting door Rutte III en een langzamer oplopende pensioenleeftijd dan eerder afgesproken. Het CPB zal ook nog onderzoek doen naar het effect van de lage rente op het pensioenstelsel. In het huidige omslagstelsel brengen werkenden de pensioenen via premies op. Weliswaar komt een deel van de AOW nu al uit algemene middelen, maar door de huidige lage rente is het vermogen sterker achtergebleven bij de verplichtingen. EIOPA ging bij haar stresstest juist uit van een hogere rente en renteopslagen en van forse koersdalingen voor aandelen en onroerend goed van minimaal 38%.

Het Nederlandse pensioenvermogen wordt dan het hardste geraakt. Dat is niet geheel verrassend, aangezien de Nederlandse pensioenfondsen een omvang hebben van 1.500 miljard euro. Zij zijn daarmee de grootste binnen Europa. Bovendien biedt de gemiddelde dekkingsgraad van 99% al geen buffer en wordt relatief veel in aandelen belegd. De dekkingsgraad is aangetast door de lage rente, omdat Nederland uitgaat van een lagere forward rate, terwijl Duitsland, Spanje en Finland een vaste rekenrente van 2,6% tot 4,1% rekenen. EIOPA corrigeert deze berekeningswijzen, waardoor de verplichtingen iets lager uitkomen, maar een daling van de aandelenmarkten werkt sterker door. Onder dit extreem negatieve scenario bedraagt de dekkingsgraad van Nederlandse pensioenfondsen nog maar 77%.

Dit tast ook de economische groei langdurig aan, met een vermindering van de bbp-groei van 0,5%-punt na vijfentwintig jaar en een verlies aan besteedbaar inkomen van bijna 4% na ruim dertig jaar. Een ander pensioenstelsel, een hogere pensioenleeftijd en een hogere arbeidsparticipatie kunnen de vooruitzichten voor het houdbaarheidssaldo verbeteren. Dit blijft een lastige boodschap, die zelfs in Frankrijk met haar royale stelsel en een lagere pensioenleeftijd niet zo maar wordt geaccepteerd. Het onderzoek naar de negatieve effecten van de lage rente zou de discussie over de rekenrente, een ander belastingstelsel met betrekking tot pensioenen of financiering van een groter deel via het omslagstelsel aan kunnen wakkeren.

Nederlandse pensioenen vanuit twee invalshoeken

Terug naar Beleggingsnieuws