Publicatiedatum: 24 augustus 2020


De S&P 500 bereikte na de beste 100 dagen ooit een nieuw recordniveau. De S&P is sinds het dieptepunt ruim 50% gestegen; Europa ruim 30%. Dat staat in schril contrast met de diepe recessie die de Verenigde Staten en de rest van de wereld doormaken. Maar een recessie leidt niet altijd tot dalende koersen. In zeven van de twaalf recessies stegen de aandelenkoersen en koersen lopen voor op het einde van de recessie. Bovendien kunnen beurzen en economie anders reageren door een verschil in samenstelling van bbp en de aandelenbeurs.

Zo is het exportpercentage in de VS 13% van het bbp en 40% van de S&P 500. Een zwakkere dollar werkt daardoor positiever door bij bedrijven dan in de exportbijdrage van het bbp. Datzelfde geldt voor een hogere olieprijs. De economie wordt hierdoor geraakt door druk op de consumentenbestedingen terwijl het gunstig is voor olie- en industrieconcerns, die dan ook een beursherstel doormaakten.

Omdat ongeveer de helft van de Wall Street-omzet uit technologie, communicatiediensten en e-commerce komt en daarnaast nog een flinke bijdrage uit consument defensief, telecom en nutsbedrijven is de winstgevendheid van Wall Street nu stabieler dan die van Main Street (de economie). Main Street is afhankelijker van toerisme en industrie, sectoren die het op de beurs ook niet goed doen. Zo’n 60% van de Amerikaanse aandelen noteert nog onder de piekniveaus van februari.

Beleggers maken dus duidelijk onderscheid tussen winnaars en verliezers. Zij zoeken veiligheid door in goud, langlopende obligaties en technologie te beleggen. Wanneer de economie sterk aantrekt, kunnen de andere sectoren eveneens herstellen.

S&P 500 naar nieuw record in recordtijd

Terug naar Beleggingsnieuws