Publicatiedatum: 25 januari 2021  

Toen George W. Bush in 2001 president werd en beschikte over een 50-50 meerderheid in de Senaat, duurde het tot juni voor hij een toen zeer noodzakelijk stimuleringsprogramma als wet in gang kon zetten. Ook nu zal het nog wel enige tijd duren voor het stimuleringsprogramma dat president Biden heeft neergelegd, daadwerkelijk in gang wordt gezet. Al is het positief in dit verband dat de benoeming van de minister van Financiën Yellen unaniem door de Senaat is gekomen. Er zijn echter nog volop mogelijkheden voor de Republikeinen om de begroting te traineren. Vermoedelijk blijft van de voorgenomen $1,900 miljard hooguit tweederde over. De geplande verhoging van het minimumloon naar $15 per uur zou ook wel eens kunnen sneuvelen. In 2009 was het minimum nog $7,25. Voor de pandemie kreeg ongeveer een kwart van de werknemers minder dan $15 en het gevaar is dat juist aan de onderkant van de economie banen verloren gaan. Maar hoezeer het plan van Biden ook wordt afgezwakt, het zal een forse stimulans voor de economie van de VS zijn, ter grootte van zo’n 5% van het BBP. Ook in Europa worden grote steunpakketten een vervolg gegeven, al is daar de steun vooral gericht op het in stand houden van banen, waar in de VS cheques worden uitgekeerd aan werklozen en aan zowat elke inwoner. Hierdoor wordt een tweede dip in de economie echter niet voorkomen. De zware lockdownmaatregelen raken de economie, zowel in Europa als de VS. Weliswaar hebben consumenten geld te besteden, de beperkingen die de pandemie ze oplegt, zorgen ervoor dat ze hun hand op de knip moeten houden. Bestedingen aan goederen zijn weliswaar meer dan hersteld van de eerste lockdown, maar de bestedingen aan diensten liggen nog steeds op een beduidend lager niveau. Wanneer de restricties worden opgeheven, zal er een consumptie-impuls zijn voor alle contactgerelateerde diensten. Bedrijven zullen willen klaar staan om van dat herstel te profiteren. Daarom zal geen sprake zijn van een verdieping van de recessie.

Al met al is de economische schade van de pandemie ook niet zo groot als gevreesd. Waar de OESO bang was voor een krimp in de tweede golf van 17,5% met een herstel naar een 10% lager niveau van de wereldeconomie, bleek het herstel in de zomer aanzienlijk sterker: in de orde van grootte van een krimp van 5%. Dat was bijvoorbeeld de omvang van de economische krimp in Duitsland vorig jaar. In China zagen we dat de economie de krimp van eerder dit jaar alweer te boven is omdat China zo goed in staat is geweest de pandemie te bedwingen.

Hoewel de economische data de komende maanden nog zullen teleurstellen, zullen beleggers zich blijven richten op het substantiële economische herstel in het tweede halfjaar. Het gevaar van rentestijging is daarmee dit jaar het grootste risico voor beleggers. Het is ieders hoop dat centrale banken een rentestijging weten te voorkomen, maar het is ook voorstelbaar dat ze enige rentestijging nog zullen dulden. Duidelijk is dat de focus voor de centrale banken nu meer ligt op werkloosheidsbestrijding dan op inflatie. Daarmee blijft het beleggingsklimaat vooral aantrekkelijk voor aandelen.

Nieuwe grote uitgaven aan begrotingsstimulering

Terug naar Beleggingsnieuws