Met schokken hard omhoog

De ranglijsten van de verwachte rendementen worden al jaren aangevoerd door aandelen uit de opkomende markten. De stijging van de welvaart, de hoge winstgroei en de hoge volatiliteit zouden een hoger aandelenrendement tot gevolg moeten hebben. Toch vallen de rendementen al jaren tegen, om vervolgens in een korte periode een sterke inhaalslag te maken. Juist deze krachtige en snelle omslag, maakt niet beleggen in deze regio risicovol en creëert (tot nu toe terecht) een fear of missing out.

In de tweede helft van het jaar komen veel vermogensbeheerders met rendementsramingen voor de lange termijn. Deze zijn van belang voor de haalbaarheid van de langetermijndoelstellingen voor pensioenfondsen en particuliere beleggers. Wanneer de rapporten over de afgelopen jaren worden bekeken, staan de opkomende markten steevast bovenaan de lijsten. De verwachte rendementen liggen hier ruim boven die van de ontwikkelde markten. Een andere conclusie uit de rapporten is dat Amerikaanse aandelen een voorschot hebben genomen op toekomstige rendementen. Deze regio zal de komende jaren naar verwachting de laagste rendementen binnen aandelen behalen. Aangezien deze verwachtingen voor de lange termijn gelden, kunnen we deze uitgangspunten niet op basis van de gerealiseerde rendementen over een korte termijn beoordelen. Kijken we echter langer terug, dan blijkt dat de verwachtingen voor de Verenigde Staten al langdurig te laag zijn en die voor de opkomende markten over een groot aantal perioden te hoog.

Pieken en dalen

Wat opvalt is dat opkomende markten lange perioden kunnen achterblijven bij de andere aandelenindices, maar door een enorme rally in één klap de koploper werden. Binnen een jaar is eveneens sprake van een grote volatiliteit. Sinds het bestaan van deze index in 1987 daalden de koersen tijdens een kalenderjaar gemiddeld genomen tussentijds meer dan 20%. Ondanks deze tussentijdse dalingen werden 18 van de 32 jaren positief afgesloten. Toch bleven de opkomende markten in twee perioden van tien jaar nagenoeg onveranderd. Over een lange termijn presteert de beleggingsklasse met een rendement van 7,6% per jaar wel beter dan de wereldindex. Deze outperformance van de opkomende markten werd in relatief korte perioden behaald. Het missen van die korte periode scheelt daarmee enorm in het gerealiseerde rendement. Dat betekent dat een belegger óf heel veel geduld moet hebben, óf moet proberen te timen met het risico dat dit verkeerd uitpakt. Daarbij valt de omvang van opkomende markten niet te negeren. Zij zijn goed voor 40% van het bbp wereldwijd.


Teruggaand naar de analyses met de verwachtingen voor de lange termijn, blijken deze weinig houvast te bieden voor het koersverloop op de korte termijn. Voor de lange termijn daarentegen bieden de data goede houvast en zijn daarmee essentieel voor de berekeningen van de haalbaarheid van de beleggingsdoelstellingen. Daarmee laten deze verwachtingen zich vergelijken met de ontwikkeling van de Shiller koers-winstverhouding die de waarderingen over een cyclus van tien jaar weergeeft. Professor Shiller, winnaar van de nobelprijs voor de economie in 2016, gebruikt voor de berekening van de waarderingen de gemiddelde winst over de afgelopen 10 jaar gecorrigeerd voor inflatie. De periode van tien jaar wordt genomen om het verloop over een hele economische cyclus mee te nemen. Op de lange termijn geeft deze index een goed beeld van de relatieve aantrekkelijkheid van de aandelenmarkt, maar op de korte termijn heeft dit model weinig voorspellende waarde. Het geeft wel aan of er een grote kans is dat de belegger op termijn tegenwind of wind mee kan verwachten op de aandelenbeurzen.


Auteur: Ineke Valke

Goed om te weten: beleggen kent risico's. Je kunt (een deel van) je inleg verliezen. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.