Good Fashion Fund werpt vuile industrie in de wasmachine

Hoe verduurzamen we een van de vervuilendste industrieën?


Good Fashion Fund: vrouw achter naaimachine


Op zoek naar een nieuwe outfit? Denk dan twee keer na voordat je dat fonkelnieuwe paar schoenen of hippe T-shirt op de kop tikt. Want de productie, het transport én gebruik van die materialen gaat het milieu niet in de koude kleren zitten. En dat is mild uitgedrukt: de kledingindustrie behoort tot een van de meest vervuilende industrieën ter wereld. Toch is vooral het gebrek aan kapitaal vaak het probleem. Want er zijn duurzame oplossingen, maar die moeten wel gefinancierd worden. De Rabobank investeert in het Good Fashion Fund, een fonds dat leningen voor duurzame technologieën verstrekt aan kledingfabrikanten in India, Vietnam en Bangladesh. Het doel? Een "systeemverandering".

Volgens de Amerikaanse kledingontwerpster Eileen Fisher is de kledingindustrie na de olie-industrie de meest vervuilende industrie ter wereld. Volgens onderzoek is dat wat overtrokken, maar dat deze industrie schadelijk is staat buiten kijf. Rogier van Mazijk is Investment Director van Fashion for Good, een platform voor duurzame kledinginnovatie en de motor achter het Good Fashion Fund. "De mode-industrie zit op dit moment vast in een patroon van 'take-make-waste' dat verwoestende milieueffecten veroorzaakt", zegt hij. "Om nog maar te zwijgen over de enorme economische verliezen die het met zich meebrengt. Gemiddeld kopen we zestig procent meer kleding dan vijftien jaar geleden, maar we houden elk item slechts half zo lang. Bovendien wordt geschat dat bijna zestig procent van alle geproduceerde kledingstukken binnen een jaar na productie wordt verbrand of op stortplaatsen belandt."

Zeventig miljoen vaten olie per jaar
Volgens Van Mazijk zorgt de kleding- en schoenenindustrie voor acht procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen en komt er naar schatting 23 kilo broeikasgassen vrij bij het maken van één kilo stof. "Bovendien wordt bijna een kwart van de wereldwijde industriële waterverontreiniging toegeschreven aan het verven en behandelen van textiel. En dat zijn slechts enkele van de milieuproblemen waarmee de mode-industrie, die nog steeds afhankelijk is van fossiele brandstoffen, te maken heeft. Neem bijvoorbeeld de productie van polyester. Daarbij worden ongeveer zeventig miljoen vaten olie per jaar gebruikt en het kan wel tweehonderd jaar duren voordat die zijn afgebroken, terwijl de milieuvervuiling in de tussentijd gewoon doorgaat."

Voor het milieu is de zogeheten 'upstream'-kant van de productieketen het schadelijkst, daar waar de grondstoffen worden gewonnen. Van Mazijk: "Het water- en energieverbruik is er hoog en er worden veel broeikasgassen uitgestoten. Maar ook de productie van materialen die uiteindelijk niet kunnen worden hergebruikt is schadelijk. Dit gebeurt vooral bij vezelproductie en 'wet processing’, zoals spinning, verven en 'finishen', een behandeling om de stof bijvoorbeeld steviger, soepeler of strijkbaarder te maken. En vanuit een sociaal (arbeids)perspectief is juist het maakproces relevant, aangezien kleding vrijwel volledig met de hand wordt gemaakt in lagelonenlanden."

Verouderde technologie
Het goede nieuws is dat er hard wordt gewerkt aan op wetenschap gebaseerde nieuwe technologieën, waarmee merken en fabrikanten flink kunnen verduurzamen. Maar om de productiefasen van de toeleveringsketen fundamenteel te veranderen, is het cruciaal om de ontwikkeling en implementatie van al die 'disruptieve' innovaties te versnellen. Veel van die technologieën zitten nu nog in de beginfase, legt Van Mazijk uit. "Fashion for Good heeft inmiddels meer dan tweeduizend van dit soort innovaties in kaart gebracht. We proberen nu samenwerkingen te stichten tussen die innovaties, modemerken en fabrikanten, om zo de ontwikkeling van die technologieën te versnellen."

"Daarnaast werken in ontwikkelingslanden veel kleine en middelgrote fabrikanten nog met verouderde technologieën. Zij hebben geen toegang tot financiering om nieuwe en efficiëntere machines te kopen. Het fonds biedt deze fabrikanten de mogelijkheid om 'state-of-the-art'-technologie te implementeren."

Uitbreidingskapitaal
Het Good Fashion Fund is ontstaan uit een samenwerkingsverband tussen investeerders, financiers, FOUNT en meerdere partijen uit de industrie, zoals merken, fabrikanten en experts op het gebied van sociale- en milieuaspecten. Het fonds richt zich uitsluitend op Aziatische bedrijven. Waarom is dat eigenlijk? "Azië is de grootste producent en exporteur van textiel", zegt fonds director Bob Assenberg. "Dat komt met name door de continue zoektocht naar steeds goedkopere arbeidskosten, want kleding wordt nog altijd met de hand gemaakt. Zodoende zit een groot deel van de toeleveringsketen nu in 'goedkope' landen, waar meestal ook minder regulering van milieuaspecten plaatsvindt."

Maar ook Azië is weer groot, want kleding wordt vervaardigd van Turkije tot aan Japan. Het fonds heeft daarom – net als ieder ander fonds – een focus nodig. Met de zestig miljoen Amerikaanse dollar die het fonds probeert te verzamelen, valt immers niet heel Azië te ondersteunen. Assenberg: "We richten onze pijlen op landen die nog aan het uitbreiden zijn. Sommige landen zijn in het verleden hard gegroeid, maar daar zie je de groei nu sterk afvlakken. Kijk naar China. Andere landen, zoals Vietnam, Bangladesh en India, groeien nu nog hard in 'export value' en je ziet daar meer vraag naar uitbreidingskapitaal ontstaan."


Good Fashion Fund: spandoek gebouw


Systeemverandering
Het hogere doel van het fonds is om bij te dragen aan een (noodzakelijke) systeemverandering in de kledingindustrie. Met het financieren van technologieën die bijdragen aan aanzienlijke vermindering van gebruik van water, energie en chemicaliën dus, maar ook door de werkomstandigheden in de fabrieken te verbeteren. Zo biedt het fonds een langetermijnfinanciering aan kledingfabrikanten en stelt samen met hen een plan op ter verbetering van milieuaspecten en sociale werkomstandigheden. "Daarbij letten we op veiligheid, gezondheid, discriminatie, salarissen, educatie en groeimogelijkheden voor vrouwen", zegt Assenberg. "Het fonds is natuurlijk niet groot genoeg om de hele industrie te veranderen, maar we willen aantonen dat investeren in duurzaamheid wérkt en zo bijdragen aan de omslag die nodig is in deze industrie."

De lening van de Rabobank komt in elk geval als geroepen. "Daar zijn we heel blij mee", beaamt Assenberg. "De Rabobank is een gerenommeerde en innovatieve commerciële bank met een focus op duurzame financieringen, en daarom een ideale aanvulling op de twee andere investeerders die een relatie hebben met de mode-industrie. Dankzij het verschil in typen investeerders, krijgt het fonds zo een 'blended finance'-karakter. Dat element kunnen wij weer goed gebruiken om potentiële toekomstige investeerders en leningverstrekkers te overtuigen om mee te doen. Ook verwachten we dat de toetreding van een gerenommeerde naam als Rabobank een positief effect heeft op het binnenhalen van nieuwe investeerders en mogelijk zelfs nieuwe investeringen."

Tot slot: hoe kun je als consument zelf je steentje bijdragen aan het terugdringen van de milieuschade die de kledingindustrie veroorzaakt? Van Mazijk: "Koop minder kleding, koop alleen goede kwaliteit, koop biologisch, doe onderzoek, gebruik apps zoals 'Good On You' om merken te vergelijken. Repareer je kleding en verzorg het goed zodat het langer meegaat. En in plaats van nieuwe kleding kun je ook 'vintage' kopen, of ruilen met vrienden. Kortom, met een combinatie van factoren kun je veel verschil maken. En als je niet weet waar je moet beginnen, bezoek dan het museum van Fashion for Good in Amsterdam en boek een privétour met een gids. Daar kun je de verhalen achter je kledingstukken ontdekken en de innovaties van de toekomst van dichtbij bewonderen."

Zie ook: 'Investing in textile innovation' (PDF)