De groene geestdrift van drie regionale energiecoöperaties

Hoe worden we samen vóór 2050 CO₂-neutraal?

TEKST: KARIN DE MIK, SABINE SLUIJTERS, FRIEDERIKE DE RAAT
BEELD: FRANK DE RUITER

In de uitdagende overgang naar een duurzamere samenleving timmeren overal in Nederland lokale energiecoöperaties aan de weg. Zo steunen leden van Trynergie in Trynwâlden hun dorpsvereniging terwijl ze groene stroom afnemen, het Vlaardings Energie Collectief maakt zich hard voor duurzame energie voor en door Vlaardingers en energiecoöperatie Zonnig Zieuwent is met ruim 1.800 zonnepanelen in de regio de grootste van de Achterhoek. Een rondje langs de groene velden.


Een groene gedachte? Nee, dat was niet zozeer het motief van Tseard van der Kooi (66) om met anderen Energie Koöperaasje Trynwâlden (Trynergie) op te richten. “Ik zag vooral voordelen voor de gemeenschap en voor de leefbaarheid in Trynwâlden.” De coöperatie ontstond zo’n tien jaar geleden toen de dorpsbelangen van Aldtsjerk, Gytsjerk, Oentsjerk, Mûnein, Readtsjerk, Tytsjerk, Wyns en Ryptsjerk graag iets met duurzame energie wilden.

Dit zegt de oud-veehouder en oud-docent aan de grote tafel in de ruime woonkeuken van zijn vroegere pleats in Readtsjerk. “Dat kwam voort uit Groenkerk, een werkgroep uit Oentsjerk die allerlei duurzame initiatieven opzette.” Van der Kooi had net zijn koeien verkocht. Ruim vijfentwintig jaar was hij veehouder, maar geen van zijn vier kinderen wilde de boerderij overnemen. “Ik had tijd en wilde graag uitdaging. Zo ben ik tien jaar geleden in de voorbereidingsgroep gerold.” 


IJsclub
Die voorbereidingsgroep liet zich adviseren door de Energiewerkplaats in Raerd, die vrijwilligers in dorpen begeleidt bij een energietransitie. Al snel waren ze eruit dat een coöperatie de beste vorm zou zijn. Van der Kooi: “Dan hebben leden maximale zeggenschap.” In 2014 werd de coöperatie officieel opgericht. De groene stroom krijgt Trynergie van Energie VanOns, een energieleverancier die ruim honderd kleinere coöperaties verbindt. Namens elke klant mag Trynergie 45 euro per jaar schenken aan een vereniging of organisatie op het gebied van zorg, welzijn en sport. “Dus het zwembad van Gytsjerk profiteert bijvoorbeeld”, licht Van der Kooi toe, “maar ook ijsclubs, voetbalverenigingen en de vogelwacht. Of het onderhoudsfonds van de kerk.”

“Wist je dat als de helft van alle inwoners van Trynwâlden klant bij ons wordt, we per jaar een ton kunnen verdelen?”, vertelt hij enthousiast. Maar zo ver is het nog niet, al is de energiecoöperatie met tweehonderd klanten al wel een van de grotere in Friesland. De provincie telt ruim vijftig coöperaties, die samenwerken in het overkoepelend orgaan Ús Koöperaasje. De groene stroom van Trynergie wordt opgewekt door 3.500 zonnepanelen op het dak van een loods van loonbedrijf Jelle Bijlsma in Gytsjerk. Daarmee kunnen 350 huishoudens van stroom worden voorzien.


Hulp voor twijfelaars
Honderd procent groen, lokaal en geld dat naar het dorpsleven gaat. Veel voordelen, dat zou toch meer mensen moeten aanspreken dan de tweehonderd die nu lid zijn? Van der Kooi knikt. “En wij zijn ook nog eens goedkoper dan de grote energiemaatschappijen. We adverteren in dorpskranten. We folderen. En we organiseren elk jaar een Energiemarkt. Maar we gaan niet van deur tot deur.” Van der Kooi merkt dat consumenten niet snel geneigd zijn over te stappen naar een andere energieleverancier. Soms wordt hun angst aangepraat, stelt hij, door de grote energiemaatschappijen. Mensen kunnen daardoor doodsbenauwd zijn om over te stappen. “Zo vertelde iemand met een Nuon-pakje aan oudere mensen dat het riskant was stroom bij ons af te nemen. Want als wij over de kop zouden gaan, zouden zij afgesloten worden. Zo wordt er een angstcultuur gecreëerd.”

Van der Kooi aarzelt niet om een twijfelaar die opziet tegen de overstap concreet te helpen. “Dan ga ik bij iemand thuis langs om formulieren in te vullen. Dat kan ook via Teamviewer als het digitaal moet.” Behulpzaam is Trynergie ook naar andere dorpen. Van der Kooi: “Wij delen onze kennis graag met anderen die een energiecoöperatie willen oprichten. Gebleken is dat andere dorpen ons als voorbeeld zien, hoe je met lokale stroom voorzieningen in stand kunt houden en iets kunt doen voor de leefbaarheid in de streek. Ik ben al vaak gevraagd om ons verhaal te vertellen. Ook nodig ik mensen hier wel bij mij thuis aan de keukentafel uit. We delen zelfs wel onze notariële aktes.”


Korte lijntjes

Het voordeel van groene, lokale stroom van een kleine coöperatie is ook dat de lijnen kort zijn, weet Van der Kooi. “Een klant ontdekte dat hij een nul te veel had ingevuld op de meterstand. Daardoor kreeg hij een enorme rekening. Wij bellen en de volgende dag was alles in orde. De lijntjes zijn kort.” Trynergie wil zich nu ook richten op zakelijke klanten. Dat had eerder al gemoeten, maar corona gooide roet in het eten. “Er zijn bedrijven die zich willen profileren met afname van lokale en groene stroom.” Er is nu al een regeling voor zakelijke klanten, zegt Van der Kooi. “Wekelijks worden er voor hen tarieven vastgesteld, waarbij we de markt volgen.” Een ander plan is om op meer daken zonnepanelen te leggen. “Dat wilden wij al eerder, maar de subsidiepot was leeg. Als kleine energieleverancier hebben wij meer subsidie nodig dan grote energiebedrijven. Bij hen drukken de aansluitingskosten voor grote projecten bijvoorbeeld in verhouding minder op de totale investering. De subsidies zijn bovendien vaak al op voordat wij er een beroep op kunnen doen. Dat is wel eens frustrerend.”


Tseard van der Kooi, Trynergie
Tseard van der Kooi, Trynergie


Vlaardingse windturbines
Traag draaien de witte wieken van een rij windmolens aan de oever van de Nieuwe Waterweg. Aan de overkant van het water wachten bergen zwarte steenkolen op binnenvaartschepen die ze verder stroomopwaarts zullen vervoeren. Hier in het Oeverbos, op grond van Staatsbosbeheer, zullen de komende jaren vier of vijf windturbines worden geplaatst van het Vlaardings Energie Collectief (VEC). Twee aan de oostkant van de Blankenburgtunnel en, als die gereed is in 2024, nog eens twee of drie aan de westkant. De windmolens van VEC hebben samen een vermogen van twintig megawatt. Dit levert voldoende elektriciteit op voor circa 45 procent van de Vlaardingse huishoudens.

Met een hand boven zijn ogen tegen de zon neemt Ton van der Steen de omgeving in zich op. “Daar komen ze straks te staan”, zegt hij, wijzend naar de groenstrook langs de kade. “In lijnopstelling, zodat ze niet in elkaars luwte staan.” Van der Steen (65) is sinds de oprichting in 2016 voorzitter van de VEC. De voormalig wethouder van Vlaardingen en woningcorporatiedirecteur draagt een diepgevoelde zorg voor het milieu met zich mee. “De aarde gaat naar de klote”, zegt hij onomwonden. “Daar maak ik me veel zorgen over.” Van der Steen tuurt over het water waar een containerschip langzaam voorbij vaart. “Dan kun je denken, het zal mijn tijd wel duren”, vervolgt hij, “maar je kunt ook iets proberen te doen. In het Akkoord van Parijs hebben we afgesproken dat we in 2050 CO₂-neutraal zullen zijn. Dat betekent dat we alleen verbruiken wat we zelf produceren. Dat is een enorme opgave.”


Niet echt mooi

De wind voert de geur van de industriële werkzaamheden in de Rotterdamse haven met zich mee. In de verte klinkt het heien van de palen voor de Blankenburgtunnel. Van der Steen vertelt hoe hij vier jaar geleden met een paar enthousiastelingen bij elkaar kwam. “We wilden iets doen om klimaatverandering tegen te gaan. We richtten het Vlaardings Energie Collectief op en begonnen met het propageren van zonne-energie door folders uit te delen op markten en in buurten. Want als iedereen een deel van zijn eigen energie opwekt, helpt dat ook.” Daarnaast zochten ze een dak dat ze als collectief vol wilden leggen met panelen. “Zodat ook mensen die geen eigen dak hebben mee konden doen.” Ze proberen bedrijven met een eigen dak te interesseren om zonnepanelen op hun panden te leggen. Dat valt nog niet mee. “Er is nauwelijks een financiële motivatie voor ondernemingen die veel energie verbruiken, omdat het grootverbruikerstarief zo laag is.”

Via de netwerken van de bestuursleden van het VEC lukte het om twee daken te vinden waar het VEC inmiddels zeshonderd zonnepanelen op heeft liggen. “Allemaal gekocht door VEC-leden.” VEC onderzoekt ook de mogelijkheden van windenergie. Want zon is weliswaar gemakkelijker te organiseren omdat het kleinschaliger kan worden aangepakt, maar een windmolen levert meer op. Van der Steen kijkt omhoog naar de wieken die hun rondes draaien tegen de blauwe lucht. “Ik vind ze niet echt mooi. Ze zorgen voor geluidoverlast, slagschaduw en ze zijn gevaarlijk voor vogels en vleermuizen. Maar de hoeveelheid energie die zo’n turbine opbrengt, is vergelijkbaar met zes voetbalvelden vol zonnepanelen; dat is geweldig.”


Windvogel uit Utrecht
In de ruimtelijke energiestrategie had de provincie Zuid-Holland zeven locaties aangewezen waar windmolens konden komen. Eén daarvan was het Oeverbos. Van der Steen wijst naar de kale zandvlakte met hijskranen en hei-installaties. “Vroeger was dit een rommelig bosgebied. Maar vanwege de aanleg van de Blankenburgtunnel is een groot deel gekapt. Het restaurant dat er stond, moest ook verdwijnen.” Hier is ruimte voor vijf windturbines. Hoewel ook commerciële partijen geïnteresseerd waren, kreeg VEC de voorkeur. “De gemeenteraad heeft bepaald dat het plaatsen van windmolens door Vlaardingers voor Vlaardingers moest gebeuren.”


Waar de meeste coöperaties samenwerken met een commerciële partij bundelt VEC, met een achterban van honderddertig leden, de krachten met een groter collectief: Windvogel uit Utrecht. “Zij bestaan al sinds 1991 en hebben 3.400 leden door het hele land”, zegt Van der Steen. “Zij hebben veel ervaring.” En dat kan VEC goed gebruiken. “Of het nou zon- of windenergie is, we moeten steeds weer het wiel uitvinden.”


Meer windmolens

Samen met Windvogel zorgt VEC voor de nodige milieuonderzoeken, de voorfinanciering van de leges van 180.000 euro voor de bouwvergunning en het uitgeven van de projectbrochure. Hoewel er nauwelijks weerstand is tegen de turbines, kwamen er twee bezwaarschriften tegen het plan. Eén is er van de eigenaren van de reeds bestaande windmolens. “Hun molens zouden in de luwte van de onze komen te staan.” De andere is van de voormalige restauranthouder, die op de plek van de molens misschien weer een restaurant wil bouwen. De uitspraak van de Raad van State wordt in maart verwacht, maar Van der Steen is ervan overtuigd dat de molens er komen. “De opgave die het Rijk aan de provincies heeft opgelegd is nog niet de helft van wat nodig is om het Akkoord van Parijs te halen. Ik verwacht dat we nog meer molens gaan plaatsen.”


Vlaardings Energie Collectief
Ton van der Steen, Vlaardings Energie Collectief


Stroom van Achterhoekse daken
Als Ruud Krabbenborg zich ergens moet voorstellen, zal hij nooit verzuimen om te vermelden dat hij “bovenal de trotse voorzitter is van energiecoöperatie Zonnig Zieuwent”. Dat is hij al sinds in de zomer van 2016 de eerste zonnepanelen werden gelegd op het dak van een vleeskuikenbedrijf in zijn dorp. “We zijn hier met een stel enthousiastelingen vanuit de plaatselijke dorpsbelangenvereniging mee begonnen, omdat we de gemeente Oost Gelre wilden helpen om in 2030 energieneutraal te zijn”, vertelt Krabbenborg. Inmiddels telt de coöperatie Zonnig Zieuwent een kleine tweehonderd leden.

De belangstelling in het dorp om mee te doen was meteen groot. “Al op de eerste voorlichtingsbijeenkomst was de inschrijving vol”, herinnert Krabbenborg zich. “Dat soort dingen gaan snel hier in Zieuwent.” Hoe hij dat verklaart? “Er zijn mensen die meedoen omdat hun eigen dak niet geschikt is voor zonnepanelen. Maar veel dorpsbewoners doen ook mee uit gemeenschapsgevoel, een stukje naoberschap. Zo van: we doen dit met z’n allen.” De deelnemers treffen elkaar op de jaarlijkse Algemene Ledenvergadering, die vorig jaar noodgedwongen digitaal werd gehouden. De dakeigenaren worden als bedankje eens in de zoveel tijd uitgenodigd voor een Achterhoeks stamppotbuffet, vaak doen ze ook zelf mee als lid van de coöperatie.


Dorpsfonds
De stroom die wordt opgewekt door de zonnepanelen gaat naar Agem (coöperatieve Achterhoekse Groene Energie Maatschappij), waar Krabbenborg ook werkzaam is. Agem, opgericht in 2013, telt zo’n vijfentwintig leden: acht gemeenten en zeventien Achterhoekse lokale energiecoöperaties. Leden van Zonnig Zieuwent kunnen klant worden van Agem, dat geen winstoogmerk heeft, en daar hun groene Achterhoekse stroom betrekken. Het financiële voordeel voor de deelnemers is dat ze zijn vrijgesteld van de energiebelasting op stroom. Bovendien stort Agem per lid jaarlijks een bijdrage in een dorpsfonds, de zogeheten maatschappelijke bijdrage, die deels wordt besteed aan een duurzaam project in Zieuwent of omgeving.

In 2019 werd vanuit het dorpsfonds 1.500 euro gestoken in project D, waarin basisschoolleerlingen zich zes weken lang verdiepten in allerlei aspecten van duurzaamheid. Onder begeleiding van chef-kok Nel Schellekens uit Winterswijk, landelijk bekend als de van-kop-tot-kont-kok die alles van een dier gebruikt, leerden ze dat je van voedsel dat over de datum is nog een prima maaltijd kunt bereiden. In de bedrijfshal van het duurzame cateringbedrijf De Timp in Zieuwent, dat kroketten en frikadellen met zeewier verkoopt en zoveel mogelijk producten uit de eigen streek haalt, gingen de kinderen aan de slag met overdedatum- en afvalproducten van de Spar, plaatselijke bakker Jos en slager Beerten. In het kader van project D bezochten de leerlingen ook een voedselbos, een afvalverwerkingsbedrijf dat koffiecupjes recyclet en een nulenergiewoning in Groenlo. Ook legden de kinderen een verticale kruidentuin aan, ontwierpen ze een moestuin en een afvalscheidingssysteem voor de school. Tijdens de afsluitende eindtentoonstelling presenteerden ze het idee voor een inmiddels geplaatst windmolentje op school, om iPads op te laden. “Zo levert onze energiecoöperatie een bijdrage aan de duurzame bewustwording van kinderen”, legt Krabbenborg uit.


Groen idealisme
De zonnepanelen van Zonnig Zieuwent liggen allang niet meer alleen in het eigen dorp. “Boeren en andere ondernemers stellen hun dak vijftien jaar lang gratis ter beschikking. Uit groen idealisme. Maar ze kunnen hun dak ook verhuren aan andere partijen of hun dak vol zonnepanelen leggen voor eigen stroomgebruik.” Daarom is Zonnig Zieuwent ook actief in naburige dorpen. Inmiddels liggen ook de daken van dorpshuis ’t Kempken in Harreveld, van Maatschap Bokkers in Mariënvelde en van loon- en mechanisatiebedrijf Wopa in Lichtenvoorde vol zonnepanelen.

Sinds eind 2020 zijn er twee nieuwe daken in Zieuwent onder de naam Zon op Hinnen en Zon op Zwaogas. De provincie subsidieert twintig procent van de installatiekosten, mits er minimaal vijftig bewoners meedoen. Met 1.833 panelen in totaal is Zonnig Zieuwent de grootste energiecoöperatie in de Achterhoek, volgens Krabbenborg. “Maar er is een gezonde competitie met omliggende coöperaties als Groenkracht Groenlo, de ZONders in Beltrum en Energieke Buurtschappen in Winterswijk”, vertelt hij lachend. “We proberen hen natuurlijk voor te blijven.’ Zonnig Zieuwent heeft ook al eens gekeken naar kleine windmolens, maar dat bleek vooralsnog niet rendabel. ‘Zonnedaken leveren tweemaal zoveel op.”


Lasten én lusten

Ondanks het enthousiasme rond Zonnig Zieuwent wordt het nog een hele uitdaging voor de gemeente Oost-Gelre om over tien jaar energieneutraal te zijn, denkt Krabbenborg. “Want dat redden we niet met alleen zonnepanelen op daken. Daarvoor zullen er ook flinke windmolens moeten komen en zonneparken en daar is verzet tegen.” Kan de gemeente of de coöperatie dan niet een of meer windmolens op zee aanschaffen? “Dat willen we pertinent niet”, legt Krabbenborg uit. “Energieneutraal wil zeggen dat wat we in de Achterhoek verbruiken we ook lokaal moeten opwekken. We gaan voor lokaal eigendom en daarmee lokaal zeggenschap. We willen niet dat de opbrengst van onze zonnepanelen en windmolens naar ‘cowboys’ in het binnen- of buitenland gaat. We dragen de lasten, dan willen we ook de lusten. Anders wekken we stroom op voor een ander.”


Ruud Krabbenborg, Zonnig Zieuwent
Ruud Krabbenborg, Zonnig Zieuwent

Ben jij betrokken bij een coöperatieve samenwerking van Rabobank? Meld het initiatief dan bij de redactie van Rabo &Co via raboencoredactie@rabobank.nl. Wie weet komt jouw inspirerende voorbeeld in aanmerking voor een publicatie op dit platform!