Week 13, Alles in één punt

Genoeg

Natuurlijk zijn er allerei redenen te bedenken waarom ons verlangen niet is ingesteld op GENOEG maar op MEER. Waarom het moeilijk is tevreden te zijn met wat je hebt. Waarom de mens zich in het najagen van dat verlangen naar de accumulatie van een factor bijna onmogelijk heeft gemaakt. Dat kan evolutionair zijn of cultureel. Dat kan zijn gebaseerd op ervaring of op een idee. Het kan angst zijn, of juist overmoed. En waarschijnlijk is het een combinatie van van alles en nog wat, en is het ook bij elk individu net weer even anders. Er is veel over te zeggen, en dat gebeurt en dat is nodig, maar daarom is het me dit keer niet te doen. Ik wilde het vandaag over tagliatelle hebben.

Week 13 Arne afb 1

Calvino

Of eigenlijk wilde ik het hebben over de mooiste, of in ieder geval meest poetische uitleg die ik ken om te verklaren hoe we in deze enorme expansie van menselijke aanwezigheid terrecht zijn gekomen. De ‘verklaring’ wordt gegeven in een kort verhaal van de Italiaanse schrijver Italo Calvino. Misschien kent u het. Het heet ‘Alles in één punt’ en gaat over de oerknal. Calvino schrijft over een tijd, al bestond tijd nog niet, waarin alles en iedereen, elke planeet, elke grasspriet en iedere toekomstige zucht zich nog in één punt bevond, als haringen in een ton. Wat natuurlijk als metafoor moet worden gelezen aangezien er in één punt helemaal geen ruimte is voor haringen en een ton.

Week 13 Arne afb 2

Mevrouw Ph(i)Nk

U kunt zich misschien voorstellen dat er in dit punt, zo klein dat er nog geen stofje in kon binnendringen, toch af en toe spanningen ontstonden. Vaak door het geklaag van Mr. PbertPber die het niet zo op had met de familie Z’zu, dat waren immers immigranten. Wat technische gezien overigens onmogelijk was aangezien iedereen zich immers in dat ene punt bevond en daar altijd had gezeten. Hoe dan ook, u begrijpt, er heerste een soort ‘bekrompen’ mentaliteit. Er werd flink geroddeld, en niet alleen over de familie Z’zu, maar zo was het nu eenmaal, en op een bepaalde manier was het ook goed zo. Er werd immers ook enorm veel gelachen, gekieteld en liefgehad. Maar, dat moet eerlijk worden gezegd, die liefde betrof vooral mevrouw Ph(i)Nk. Iedereen was een beetje dol en vaak ook wel een beetje verliefd op mevrouw Ph(i)Nk. Iedereen wilde het liefst de hele dag in haar mollige armen liggen, en in feite deed iedereen dat ook, zoals iedereen in dat ene punt sowieso altijd in elkaars armen lag. Hoe dan ook, dat maakte het meer dan dragelijk. Sterker nog men was onwaarschijnlijk gelukkig samen.

Week 13 Arne afb 3.

Tagliatelle

Zo gelukkig dat er wel iets uitzonderlijks moest gebeuren en dat gebeurde dan ook. Op een gegeven moment zei mevrouw Ph(i)Nk gewoon: “Jongens, als ik nou toch eens een beetje ruimte had, wat zou ik dan graag eens verse tagliatelle voor jullie maken.” En op dat moment dacht iedereen aan de ruimte die haar ronde armen in beslag zouden nemen als ze met de deegroller heen en weer zou bewegen, en aan haar borst die neer zou komen op de grote berg meel en eieren. Men dacht aan de ruimte die het meel in beslag zou nemen, en het graan om het meel te maken, en de velden waarop het graan verbouwd werd, en aan de bergen waaruit de rivieren de akkers zouden bevloeien. Men dacht aan de ruimte die nodig zou zijn voor de stralen van de zon om het graan te laten rijpen, en aan de ruimte om de zon te laten condenseren, en aan de sterren en de melkwegstelsels. Kortom men dacht aan alle ruimte die ervoor nodig zou zijn om deze tagliatelle te maken. En op hetzelfde moment dat zij aan deze ruimte dachten vormde zij zich. Er was geen houden meer aan. Het punt waarin mevrouw Ph(i)Nk zat, en waarin alles en iedereen zat, begon onherroepelijk uit te dijen en alles en iedereen werd in de vier hoeken van het heelal uiteen gesmeten. Zo ook mevrouw Ph(i)Nk. Niemand weet waar zij is gebleven en sindsdien treurt men om haar.

week 13 Arne afb 4

Verlangen

Er was een tijd dat ik het leuk vond om over de theorievorming rondom de oerknal te lezen maar sinds ik het scheppingsverhaal van Calvino heb gelezen en het begin van dit alles kan toeschrijven aan een universeel verlangen naar tagliatelle is het moeilijk me nog in andere verklaringen te verdiepen. Altijd drukt de tagliatelle, en dat puntvormige beeld van mevrouw Ph(i)Nk’s mollige armen, de andere verklaringen weg. Niet omdat ik geloof dat het verse tagliatelle was waardoor er nu zoveel is, en vooral zoveel mens, maar vanwege dat verlangen als bron van ruimte en vorm. Calvino raakt hiermee iets essentieels aan. In het centrum van ieder ontstaan bevindt zich verlangen. En dat verlangen geeft ons ruimte en vorm en geeft vorm en ruimte aan ons. Misschien kunnen we niet verlangen naar genoeg omdat we verliefd zijn op het verlangen zelf en bang zijn dat het verlangen zal oplossen wanneer we genoeg bereiken. Maar was dat nu niet juist zoals het ooit was, toen er nog geen ooit en tagliatelle bestond, in de armen van mevrouw Ph(i)Nk?

week 13 Arne afb 5

Een rustig straatje in Schiedam

En dat brengt me, misschien een beetje onverwacht, bij het werk van Daan van Golden dat bij deze tekst is geplaatst. Want het gekke is dat de schilderijen van Daan van Golden voor mijn een beetje voelen als aankomen op zo’n plek zonder verlangen. Er is niet zoveel aan de hand, in ieder geval veel minder dan in het punt dat Calvino beschrijft, en toch wil je er blijven. Zo’n plek waar je tevreden bent. Waar de dingen min of meer kloppen. Niet perfect misschien maar toch aardig in de buurt. Het werk van Van Golden zal voor allerlei mensen allerlei dingen betekenen maar voor mij is het vooral iets om gedachtenloos naar te kijken. Misschien ook omdat het atelier van Daan van Golden zich naast het atelier van mijn vader bevond, in het gebouw waar ik vroeger op de lagere school heb gezeten. Ik ging wel eens een praatje met hem maken. Zomaar, zonder verder iets bijzonders. Op één punt, aan een rustig straatje in een wijkje in Schiedam waar ik als kind ben opgegroeid.

Het korte verhaal 'Alles in één punt' is opgenomen in de bundel Kosmikomische verhalen, uitgegeven door de Bezige Bij en vertaald door Henny Vlot, met een voorwoord van Stefan Hertmans.