Week 5, Cosplay

Het oog is een krachtig instrument. In wat het ons laat zien, maar evengoed en misschien nog meer in wat het voor ons verscholen houdt. We zien wat we kunnen zien. We reconstrueren met iedere blik een realiteit die beantwoordt aan ons verwachtingspatroon, of deze nu bevestigt of ontkent.


Sigurdur Gudmundsson, Daydream, 1980, acrylverf op kleurenfoto

Sigurdur Gudmundsson, Daydream, 1980, acrylverf op kleurenfoto

Ergens in dat proces heeft de kunst de taak op zich genomen om het oog uit te dagen, onze blik te ontwrichten of aan te scherpen, en bewustzijn te stimuleren. Maar soms richt de kunst de blik op zichzelf en is even niet met jou bezig. Dan sta je voor een kunstwerk en voel je je alleen.


Sigurdur Gudmundsson, Composition, 1978, kleurenfoto

Sigurdur Gudmundsson, Composition, 1978, kleurenfoto

Ik herinner me iets. Jaren geleden bezocht ik een cosplay conventie in het oosten van het land. Cosplay, een portmanteau van de woorden costume en play, is een cultuur van met name jongeren die het leuk vinden zichzelf te verkleden als karakters uit populaire videospellen, stripboeken en sciencefiction. Bij de bijeenkomst liepen er duizenden rond, allemaal verkleed als hun persoonlijke held.


Sigurdur Gudmundsson, Illustration ii, 1973, zwart/wit foto plus tekst

Sigurdur Gudmundsson, Illustration ii, 1973, zwart/wit foto plus tekst

De belangrijkste regel van zo'n conventie is dat je verkleed moet zijn. Als je niet verkleed bent, besta je niet en dat voelde ik. Ik was namelijk niet verkleed. Niemand keek me aan. Niemand praatte tegen me, en als ik contact probeerde te maken kreeg ik geen enkele reactie. Ik was onzichtbaar. Een vreemde ervaring, die nog vreemder werd toen ik de conventie verliet en de stad in liep om wat te eten. In een snackbar had zich een groepje cosplayers verzameld. Er werd gelachen en gejoeld. De taal bestond uit one-liners en het herhalen van korte dialogen van favoriete series en comics. Toen ik aansloot om mijn bestelling op te geven bleek al snel dat ze hun cosplay regels gewoon mee hadden genomen. Ook daar, in wat er verder uitzag als een hele gewone wereld, bestond ik niet.


Sigurdur Gudmundsson, Performance i, 1973, zwart/wit foto plus tekst

Sigurdur Gudmundsson, Performance i, 1973, zwart/wit foto plus tekst

Het enige dat bestond was de kracht van de afspraak van een select gezelschap om sommige dingen wel te zien en te erkennen, en andere dingen niet te zien, en dus niet te erkennen. In hun realiteit had mijn bestaan geen waarde. Ik kwam er niet eens in voor. Ik bedacht me hoe het zou zijn als ze dit zouden volhouden. Als ze wat ik tot voor kort als de realiteit had beschouwd zouden blijven negeren. Zou deze realiteit dan, inclusief ikzelf, verdwijnen?


Sigurdur Gudmundsson, Event, 1975, zwart/wit foto

Sigurdur Gudmundsson, Event, 1975, zwart/wit foto

Er wordt op het raam gebonsd. Mijn buurkinderen Hera en Matthias staan voor de deur. Ze willen een stok want ze gaan een tocht maken. En of ik ook even een tent kan bouwen. Dat kan. Naast een flinke kamerplant rol ik twee schapenvellen uit en knoop een doek aan een stoelleuning. Zo goed?, vraag ik, maar ze antwoorden niet meer. Ze zijn al onderweg. Ik besta niet meer voor ze, en ergens is dat een hoopvolle gedachte.