Week 1, Dierbare dingen

De Rabobank in Utrecht is, zoals veel andere kantoren, in deze tussentijd leeg. Als ik er doorheen loop voelt het verlaten en troosteloos. Eenzame tafels, stoelen en schermen. Zonder mensen die ze gebruiken zijn ze niet alleen nutteloos maar lijken ze ook een beetje hun ziel te verliezen. Mooie voorwerpen bestaan bij de gratie van mensen die ze maken, gebruiken en er voor zorgen.


godelieve-spaas

Rabobank Utrecht, foto van Nick Hannes


En dat is wederzijds, werken in een mooie omgeving maakt mensen gelukkiger. De materialen zorgen ook voor ons, ze maken het werk mogelijk, makkelijk en aangenaam.

Voor de Podcast serie de Tussenruimte interviewde ik de kunstenaar Otobong Nkanga. Ons gesprek ging over de nieuwe economie. “So when you know that this material protects you, heals you and takes care of you. That without this material, I do not exist. Then you will take care of it.”

Sinds ik thuis werk is mijn laptop het voorwerp waar mijn dag om draait. Zonder de laptop geen vergaderingen, geen informatie, geen stukken schrijven, geen pauzes met lekkere muziek, geen tips om fit te blijven en geen virtuele koffie met collega’s en vrijdagmiddagborrel met vrienden.

Denkend aan de woorden van Otobong vraag ik me in deze periode van sociale afstand af, of ik niet beter voor mijn laptop moet zorgen. Of ik mijn relatie met het ding niet moet verbeteren. Sociale afstand gaat misschien wel hand in hand met technologische nabijheid.

Ik vind het moeilijk om mijn laptop als een dierbaar ding te ervaren. Natuurlijk heb ik een relatie met het ding: ik schreeuw ertegen, negeer het en smeek regelmatig om een beetje medewerking. Soms zou ik het met liefde het raam uitgooien zeker nu ik me weer allerlei nieuwe programma’s eigen moet maken om mijn werk op afstand mogelijk te maken. Ik zie het ding toch vooral als een wegwerp artikel dat je straffeloos aan het lot kunt overlaten.


godelieve-spaas-1

Planned Redundance van Fiona Tan, foto van Gert-Jan van Rooij


Grasduinend door de kunstcollectie van de Rabobank stuit ik op een werk van Fiona Tan dat mijn onverschilligheid voor het ding verklaart.

Het werk heet Planned Redundance, letterlijk geplande overtolligheid. Veel producten, waaronder computers en laptops, zijn gemaakt om niet lang mee te gaan. In hun ontwerp is de aftakeling ingebouwd met als doel zoveel mogelijk spullen te verkopen. Mede daardoor ken ik weinig waarde toe aan mijn laptop. Het is toch een soort wegwerpartikel.

Filosoof en bioloog Donna Haraway beschrijft in 2016 in haar boek Staying with the Trouble, hoe belangrijk samenwerking met natuur en technologie in tijden van crisis is. Ik kan niet anders dan haar gelijk geven: in deze Tussentijd is mijn laptop mijn levensader. Mijn laptop is een dierbaar ding dat het verdient om zorg en aandacht van mij te krijgen. Ik wil een relatie met mijn laptop, zoals ik die ook heb met sommige van mijn kledingstukken die ik koester en verzorg, die ik vol liefde draag en waarvan ik hoop dat ze nog heel lang bij me blijven.


godelieve-spaas-2

Dierbare Dingen van en met Godelieve Spaas, foto’s van Frank Kupers