Week 5, Tegenvoorstel 1: een zorgzame economie

Steeds vaker gaan de gesprekken met collega’s en in praat- en nieuwsprogramma’s over hoe de wereld eruit zal zien na de lockdown. Waar zijn we aan toe als het stof is neergedaald? Of, zoals Fiona Tan zich afvraagt in haar onderzoek naar de Aftermath, wat ontstaat aan het einde van een tijdperk? De term Aftermath, het gras dat na de oogst opnieuw groeit, komt oorspronkelijk uit de landbouw.

We vermoeden een heftige economische crisis. Groter dan in 2008, mogelijk zelfs groter dan elke economische crisis na 1918. Fiona Tan filmde in 2013 hoe Detroit langzaam naar een faillissement afgleed. In Ghost Dwellings II schetst ze een beeld van een stad zonder mensen en zonder ziel.


collage-godelieve

Ik moet er niet aan denken dat dat ons voorland is: steden en landschappen die vervallen en waarin mensen ver te zoeken zijn. Ik vind het nu al onwezenlijk om zo weinig mensen en leven tegen te komen als ik de deur uit ga voor de boodschappen. Ik mis de levendigheid, de spontane ontmoetingen in de straten en parken het meest. Net als de gewone dingen van het leven zoals een kopje koffie bij het café op de hoek en dan meeluisteren met toevallige gesprekjes aan het tafeltje naast het mijne.

Toch zijn die mensloze steden niet een geheel denkbeeldige consequentie van het corona virus en de daaruit voortkomende economische crisis. Ondanks de geruststellende woorden van onze minister president dat een anderhalve-meter-economie en -samenleving het nieuwe normaal zijn, ben ik er niet gerust op. Ik probeer me voor te stellen hoe dat niet-normale-nieuwe-normaal eruit kan zien. Hoe verminderen we, altijd en overal, het aantal mensen per vierkante meter? Volgens mij kunnen we bewegen tussen twee uitersten: we trekken ons ieder op ons eigen domein terug en worden min of meer zelfvoorzienend en vrij óf we zetten onszelf gevangen achter muren en andere al dan niet denkbeeldige afscheidingen.


Settlement, Pieter Laurens Mol 1992

Settlement, Pieter Laurens Mol 1992



Autocraat, Atelier van Lieshout 1997

Autocraat, Atelier van Lieshout 1997

Als ik mensen uit bedrijven, brancheverenigingen en overheden hoor praten over de anderhalve-meter-economie dan lijkt het net alsof iedereen denkt dat het kan. Dat we gewoon door kunnen zoals het was maar dan op gepaste afstand. Het vraagt wat creativiteit, wat inschikkelijkheid en wat meer werken via computers. Of, efficiënter nog, wat meer werk door computers laten doen zodat helemaal geen mensen meer nodig zijn. Een soort van hyper kapitalisme waarin mensen overbodig zijn in productie en distributie. We hoeven alleen nog maar de deur open te doen als een drone een pakketje langs brengt.

Natuurlijk kunnen we ook dan nog steeds de deur uit. De Italiaanse designers van Nuova Neon Group 2, hebben al ontwerpen klaar hoe we samen uit eten en naar het stand kunnen zonder te dicht in elkaars buurt te komen.


godelieve-restaurant

Ik zie het voor me…. In de brandende zon tussen plexiglazen wandjes. Romantisch uit eten tussen zacht wiegende doorzichtige platen. Nooit meer zomaar een gesprekje afluisteren of zomaar een babbeltje of juist een diepgaand gesprekje met de ober. Allemaal niet meer mogelijk door die afstand. Voor mij verschillen deze beelden niet zoveel van die van Fiona Tan over Detroit. Natuurlijk het ziet er vriendelijker uit op het eerste gezicht. Maar de vraag is willen we zo leven?


collage-godelieve-strand

Hoe belangrijk is het om elkaar te ontmoeten? Echt te ontmoeten?
Ik moet denken aan de woorden van Sam in de monoloog van Isil Vos:
“Elkaar te zien.
Maar wel ECHT te zien.
Je angsten
je dromen
je zoeken
te delen.
Want dat geeft
energie
verbondenheid.
Minder alleen, minder bang.

Omdat in welke organisatie of vorm we straks ook verder gaan.
Wij nodig zijn. Wij allemaal.
Want zolang er mensen zijn, zijn er mensen nodig.”

Ik heb mensen nodig. Daar ben ik door deze tijd wel achter gekomen. Niet alleen op afstand maar juist ook dichtbij. Liefst in een vriendelijke en open omgeving. Daarom heb ik een tegenvoorstel. Laten we het niet langer over de anderhalve-meter-economie hebben. Voor je het weet hebben we elkaar wijsgemaakt dat het werkt en dat we daar ook best gelukkig van worden. Laten we beginnen bij wat we willen en niet bij wat kan. En ik wil een zorgzame economie. Een economie die het mogelijk maakt om voor elkaar te zorgen, een economie waar we allemaal deel van uit kunnen maken op veel meer manieren dan alleen als consument. Een economie die past bij de aard van ons menszijn en niet andersom. Dus niet een anderhalve-meter-hyper-kapitalistische-economie die ons menszijn definieert als opgehokte afgeschermde consumenten die gebruiken en eten wat robots voor hen maken. Door iets te willen verandert onze toon en veranderen onze oplossingsrichtingen. Een zorgzame economie nodigt uit tot oplossingen waarbij de techniek dienend is aan mensen en helpt ons om samen het goede leven te organiseren. Het daagt ons uit om niet door te gaan met wat we al deden, maar juist te zoeken naar alternatieven waar we ons als samenleving goed bij voelen.

Natuurlijk moeten we zorgen dat we niet allemaal ziek worden, ook dat hoort bij een zorgzame economie. Maar dat kan vast een stuk inclusiever en liefdevoller dan de route die nu met de mechanistische anderhalve-meter-economie wordt ingezet.