Week 8, Paradijs

In de eerste aflevering van deze serie begon met een foto van een lege vergaderzaal in de Rabobank. Leegstaande gebouwen fascineren me. Ze hebben iets desolaats, iets eenzaams en tegelijkertijd ook iets magisch. Ik vind het heerlijk om te bedenken wat zou kunnen gebeuren in al die grote stille ruimtes. Wat er kan ontstaan, wat kan ik er in doen en maken. In mijn fantasie maak ik een dansvoorstelling op de trappen bij de ingang.  Ik cureer een tentoonstelling waarin ‘tableaus vivants’, ‘walking dialogues’ en kunstwerken uit de collectie een verhaal vertellen over de bank van de toekomst. Ik zie voor me hoe mensen op allerlei plekken in het gebouw opstaan en vertellen wat deze tijd voor hen persoonlijk heeft betekend.

Een beetje zoals de portretten die Martin en Inge Riebeek maken. In korte films van een paar minuten vertellen mensen recht in de camera wat voor hen de essentie van hun leven is. Veel van die verhalen gaan over een verandering die zich voltrekt in henzelf of in hun omgeving en de betekenis daarvan in hun dagelijks leven.


Oostende, Businessman on the beach
Rabo Kunstcollectie, Martin en Inge Riebeek, Ostende, businessman on the beach


De coronacrisis drijft ons uit de gebouwen waarin we samen werken. We slaan ons dapper door deze barre tijden, we kunnen in een ommezwaai digitaal werken, gaan schakelen moeiteloos tussen geen, of juist heel veel werk. We overleggen, praten, drinken samen koffie, leren en experimenteren zonder elkaar aan te raken. We navigeren langs een breed scala aan platforms, digitale vergaderzalen en gebruiken steeds meer handige en minder handige tools om samen te mindmappen, stukken te schrijven en lezingen te geven. Ik vraag me af hoe dat mensen verandert en wat dat betekent als we langzaamaan weer teruggaan naar al die verlaten gebouwen.

Hebben we die gebouwen nog nodig of zijn we zo veranderd dat we zonder willen?

Online leven
Mij bevalt het thuiswerken eigenlijk prima. Ik heb inmiddels een goede relatie met mij laptop en kan redelijk uit de voeten met alle Zooms, Skypes, Google Meets, en Teams in deze wereld. Ik zie mijn collega’s, studenten en vakgenoten meer dan genoeg.

 Twee weken geleden had ik voor het eerst weer een life ontmoeting met twee collega’s. Aanvankelijk had ik nogal tegengestribbeld want een uur heen en een uur terug rijden leek me zonde van mijn tijd. Ik gaf uiteindelijk toe en stapte een paar dagen later in de auto. Dat voelde na twee maanden in huis, eerlijk gezegd onwennig en ook wel een beetje avontuurlijk. Het was ook raar om op ruim anderhalve meter afstand van elkaar te vergaderen en ondertussen onze zelf meegebrachte koffie, thee en lunch te nuttigen.

Het was een gewone vergadering, gezellig maar niet uitzonderlijk interessant. Op de terugweg zat ik vol energie en super vrolijk in de auto. Op dat moment legde ik nog geen verband tussen mijn goede humeur en de ontmoeting die we hadden.

Bij mensen zijn
Vorige week werd binnen Avans bekend dat we zeker tot februari 2021 voornamelijk digitaal blijven werken. Mij leek dat in eerste instantie prima, in tegenstelling tot veel van mijn collega’s die zeer teleurgesteld waren. Zij missen hun studenten en collega’s, de interactie, de en vooral de subtiliteit en adaptiviteit die life samenwerken mogelijk maakt. Ine Mols maakt daar een treffend en prachtig ‘Spoken Word Poem’ over. Ik luisterde ernaar en huilde om haar en ook om mezelf, al begreep ik niet helemaal waarom.


Afbeelding Inge Mols Mist
Mist, Spoken Word Poetry door Ine Mols


Dit weekend logeerde ik voor het eerst weer in een hotel, lekker wandelen en uit eten gaan. Toen ik zat te lezen op het terras met een kopje thee, hoorde ik de wind door de bladeren ruisen met daardoorheen het geroezemoes en flarden van gesprekken van andere de gasten op het terras. En toen voelde ik letterlijk vreugde mijn lijf instromen. Ik was zo onbeschrijflijk gelukkig. Toen pas realiseerde ik me dat mijn gemoed wel vaart bij alleen al in de buurt van mensen zijn. Door deel te zijn van gezamenlijke kleine gewoontes en ervaringen. Door het delen van het dagelijks leven: samen eten, samen de zon op je huid voelen, het licht door de bladeren zien schijnen. Ik kan mijn werk prima digitaal doen, efficiënter zelfs, maar het geeft me minder geluk en minder energie.

Op afstand werken is letterlijk alsof ik van een afstand naar mijn werk kijk. Alsof ik door een verrekijker naar de wereld kijk. Naar mensen, gebeurtenissen en activiteiten die zich ver buiten mij afspelen, waar ik geen directe relatie mee heb, waar ik me als een toeschouwer mee verhoud. Ik ben een onderzoeker, dus de afstand is me niet vreemd. Wel comfortabel zelfs.

Maar ook zó niet kloppend. Ik wil deel uitmaken van wat ik onderzoek, ik wil bijdragen met wat ik vind en ik wil samen met anderen iets ontwikkelen en ervaren dat de wereld beter maakt.

Ik ben bijna gaan geloven dat afstand werkt. Maar dat doet het niet. Niet als je een verschil wilt maken. Niet als je weet dat je samen een grotere steen kunt verleggen dan alleen.

Op zoek naar het Paradijs

Thuiswerken heeft voordelen, zeker. En soms werkt het beter, maar soms ook niet. Moeten we die gebouwen dan toch maar laten staan?

Op het Rabogebouw aan de Croeselaan staat een Neon van Martin en Inge Riebeek dat de woorden Imagine en Being There afwisselt. Met dit kunstwerk werpt het kunstenaarsduo de vraag op hoe het Paradijs eruit zou kunnen zien.


Week 8 GS imagine
Rabo Kunstcollectie, Martin en Inge Riebeek, 2005


De tegenstelling tussen het Paradijs en de meeste kantoren kan haast niet groter. Een hof van Eden waar overvloed en schoonheid heersen of een gebouw waar saaiheid, uniformiteit en schaarste de maat slaan.

We werken bijna allemaal in enorme gebouwen, eindeloze kantoortuinen, onpersoonlijke vergaderzalen en eindeloze kantines. Plekken die de afstand tussen mensen niet kleiner, misschien zelfs eerder groter maken. Juist door Corona ontdek ik hoe belangrijk plaatsen zijn waar we elkaar kunnen tegenkomen, iets gezamenlijks kunnen ervaren en meemaken, toevallig in gesprek kunnen raken en waar eigen kleine rituelen en gewoontes ontstaan. Kortom gebouwen waar niet efficiëntie maar schoonheid centraal staat, die niet uniform zijn maar subtiel en adaptief en die aansluiten bij de menselijke maat en het menselijk verlangen naar gedeelde ervaringen en samenzijn.

Imagine being There
Kunnen we zo’n paradijselijke werkomgeving ooit vinden? Brendan was een Ierse monnik die in de zesde eeuw aan de westkust van Ierland woonde en op zoek ging naar een eiland waar het paradijs op aarde zou zijn. Een eiland dat op veel vroege kaarten staat maar waarvan de exacte locatie nooit is vastgesteld. Het schijnt dat ook Columbus er naar gezocht heeft.


brendans isle Fiona Tan
Rabo Kunstcollectie Brendan’s Isle van Fiona Tan 2010


Brendan ondernam een gevaarlijk zeereis en trotseerde bittere koude en verraderlijke omstandigheden maar vond dit mythische eiland, dat naar hem genoemd werd, uiteindelijk niet. Misschien gaat het ook niet om het vinden van het paradijs maar vooral om het zoeken ernaar.

Laten we nieuwe werkomgevingen maken. Laten we beginnen met zoeken, maken en experimenteren en ervaren wat wel werkt en wat niet. Less is more zou ik denken, dus kleiner, intiemer en midden in de wereld. Overvloed is ook belangrijk, veel verschillende plekken en plaatsen, veel soorten schoonheid en vooral ook samen delen. Misschien kunnen we alle kantoren op één hoop gooien en gezamenlijk maken. Zodat we op allerlei plekken kunnen zijn, uitwisselen, beleven en samenwerken. Laten we, net als Brendan, het avontuur aangaan om plekken te ontdekken en te maken waar we samen willen zijn om het goede leven te organiseren.

Zie ook het interview met Martin en Inge Riebeek over de impact van de Coronacrisis op de site van het stedelijke museum Breda.