Week 9, De Theorie

Wat zeggen de wetenschappers?

"De economische wetenschap die wij vandaag de dag kennen, is een uiting van onze cultuur en een product van onze beschaving." [1]

“De coronacrisis met in het kielzog daarvan een recessie is een goed moment om na te denken over wat economie eigenlijk is”, vindt Christian Felber (2020). Het Griekse woord ‘oikonomia’ bestaat uit ‘oikos’: het huishouden, en ‘nomos’: de morele regels. Kortom de economie is de manier waarop we samen het huishouden van alle leven op aarde organiseren. Dat kunnen we op velerlei manieren en volgens verschillende normen aanpakken. In mijn zoektocht naar een rechtvaardige economie ga ik in deze aflevering kijken wat wetenschappers daarover te zeggen hebben. Ik ga daarbij vooral te rade bij de onderzoekers die vinden dat het anders moet en kan, te beginnen bij Christian Felber’s Ware Winst en eindigd bij Colin Tudge’s The Great Rethink

Het mooie van Felber vind ik dat hij begint bij de grondwet. In de meeste landen staat daarin dat de economie moet bijdragen aan het welzijn van dat land. En dat is volgens hem nu niet het geval: ‘De huidige, wettelijk vastgelegde, economische orde gaat diametraal in tegen de geest van vele politieke grondwetten.’[2] Felber wil deze mismatch tussen de waarden van de huidige economie en die van de samenleving opheffen. De huidige economie is gebaseerd  op zelfzucht, winstmaximalisatie, competitie, groei en efficiency. Felber wil naar een economie die gebaseerd is op intermenselijke relaties waarin vertrouwen, waardering, samenwerking, verbondenheid met de natuur, solidariteit en delen centraal staan.

"We hebben deze waarden niet zelf bedacht, we hebben ze gevonden in de democratische grondwetten van landen,’ benadrukt hij. ‘We willen mensen zich het belang van deze waarden laten herinneren en ze het hart van de economie laten vormen."
(Felber in Vrij Nederland april 2020)

Om daar te komen wil hij dat we de uitkomsten van ons economisch handelen anders gaan evalueren. Het succes van Felbers economie ligt in het verhogen van het ‘Gemene Goed’ en niet in winstmaximalisatie. Hij wil dat het ‘Gemene-Goed-Product’ het Bruto Binnenlands Product (BBP) vervangt. Daarmee begint hij aan de achterkant van de economie en veronderstelt dat, als we de uitkomst anders waarderen, de manier van werken in de economie mee-verandert. Felber heeft nauwkeurig in kaart gebracht wat we zouden moeten meten bij welke stakeholders. Daarvoor ontwikkelde hij deze matrix:

Common good matrix
https://www.ecogood.org/apply-ecg/common-good-matrix/
Kate Raworth begint net ergens anders. Zij vindt dat de economie moet bijdragen aan het welzijn van ons allemaal en tegelijkertijd geen schade mag doen aan onze natuurlijke omgeving. Dat uitgangspunt geeft ze weer in een donut:

Kateraworth doughnuthttps://www.kateraworth.com/doughnut/

 

Zij pleit voor een economie die grondstoffen regenereert en schaarse goederen en diensten re-distribueert. Met andere woorden een economie waarin we wat schaars is eerlijk delen en waarin we de hulpbronnen die we gebruiken herstellen. Ze nodigt ons daarom uit om een aantal uitgangspunten van de economie te veranderen. Net als Felber begint ze bij het BBP. Zij stelt voor om de donut als maat te nemen. Maar ook om de economie niet alleen te beschouwen vanuit rationaliteit maar juist ook vanuit waarden en menselijkheid. Om het niet te zien als een gefixeerd systeem maar als een dynamisch en levendig organisme waarin groei en krimp elkaar afwisselen en in evenwicht houden.

Marianna Mazzucato vraagt zich af van wie de economie nu eigenlijk is. Zij laat zien dat de overheid een enorme rol speelt in het mogelijk maken van de economie. Zonder infrastructuur, scholen, universiteiten, onderzoeksprogramma’s, schoon water en wet en regelgeving zouden bedrijven niet kunnen functioneren. De geschiedenis leert ons dat innovatie het resultaat is van een enorme collectieve inspanning en niet alleen van een kleine groep jonge blanke mannen in Californië.

Waarde wordt collectief gecreëerd, onder meer door directe investeringen van door de staat geleide instellingen. Als waarde collectief wordt gecreëerd, hoe kan die dan ook collectief worden gedeeld?

Met die vraag gaat Mazzucato nog een stap verder dan Felber en Raworth. Zij verandert niet alleen de regels van het ondernemen maar laat zien dat de overheid participeert en dus ook zou moeten profiteren van de economie.

Julie Graham en Katherine Gibson (J.K. Gibson-Graham)[3] gaan weer iets verder. Zij vragen zich af of wij, gewone mensen, ons onderdeel voelen van de economie. Ze noemen de economie een Ding dat groeit of stagneert, dat gevolgd wordt door financieel analisten (onze hedendaagse waarzeggers) die kijken naar schommelingen in rentetarieven, aandelenkoersen, handelsbalansen en investeringspatronen. Het Ding functioneert als een machine en dicteert ons leven en maakt van ons niets anders dan werknemers en werkgevers, consumenten, eigenaren en investeerders. Hoe meer we meegaan in het idee van de economie als een motor die moet worden gevoed door groei, hoe meer we onszelf gaan zien als radertjes die werken en consumeren om het Ding draaiend te houden. We lijken te vergeten dat er talloze manieren zijn waarop mensen en organisaties met elkaar omgaan en zo samen zorgen voor materieel, sociaal, psychologisch en cultureel welzijn en het milieu. Net zoals de top van de ijsberg slechts 10% van de werkelijke berg laat zien zo laat de ijsberg van de economie alleen de 10% zien die bestaat uit loonarbeid in een kapitalistisch bedrijf dat produceert voor de markt. 

Ijsberg van Graham-Gibson

IJsberg van J.K. Gibson-Graham

Zoals Mazzucato de overheid weer in het speelveld van de economie brengt zo brengen Graham en Gibson mensen weer in het speelveld. De economie is meer dan alleen de bedrijven, meer dan alleen het geld. We maken allemaal deel uit van het huishouden van de aarde en dragen er ook allemaal aan bij. Dat betekent dat we er ook allemaal de vruchten van mogen plukken.

Alle eerder genoemde wetenschappers geven aan dat een rechtvaardige economie vraagt om fundamentele veranderingen. Veranderingen die verder gaan dan het economisch domein alleen.
"Het is belangrijk om ons te verdiepen in de meta-economie: wij moeten over de grenzen van de economische wetenschap heen kijken, en onderzoeken op welke overtuigingen die wetenschap gebaseerd is." Sedláček 2012, p. 315
Als we een economie willen die zorgt voor en samenwerkt met alle leven op aarde moeten we bereid zijn alles te heroverwegen zegt Coling Tudge in‘The Great Rethink’. Hij gaat net weer een stapje verder dan Raworth. In plaats van te spreken over een minimum en een maximum, het sociale fundament en het ecologisch plafond, vindt hij dat de economie moet bijdragen aan een levendige samenleving en een florerende biosfeer. Volgens Tudge vragen deze doelen om een radicale shift in alle aspecten van ons denken en zijn.

Tudge zegt dat zijn economie vooral gestalte moet krijgen via de aarde, de bodem. Daar zit het begin van het leven. In één hand aarde zitten meer levende organismen dan er mensen op de aarde zijn. Zorgen voor de aarde kan alleen als we ook onze infrastructuur (de regering, de democratie en de wet en regelgeving) daarop inrichten. En daarvoor is het nodig dat we onze mindset niet alleen vanuit de ratio en de wetenschap vormgeven maar juist ook van de moraliteit, de metafysische (niet waarneembare) wereld en de kunst.

goal action infrastructuur mindset

Als we de economie rechtvaardig willen maken dan moeten we volgens Tudge alles wat we doen en als vanzelfsprekend beschouwen, durven veranderen. Of het nu gaat om wat we eten en hoe we koken of om onze manieren van weten en samenleven, alles wordt anders. Dat betekent niets minder dan een Renaissance, een wedergeboorte. En die Renaissance moet aangezwengeld en geleid worden door gewone mensen omdat de oligarchie van regeringen, bedrijven, financiers en de intellectuelen die nu de wereld domineren het contact met de morele en ecologische realiteit van het leven grotendeels verloren zijn. Dat klinkt groots, moeilijk en vooral heel veel werk. Maar volgens Tudge hoeven we de moed niet te verliezen want hij ziet dat er al miljoenen initiatieven van allerlei aard over de hele wereld gaande zijn die allemaal in de goede richting bewegen.

[1] Sedláček,Tomas (2012). De economie van goed en kwaad; de zoektocht naar economische zingeving van Gilgamesj tot Wall Street', pagina 12. Scriptum Books.
[2]Felber, Christian (2017). Ware winst, Gemene-goed-economie als wegwijzer. Uitgeverij Jan Van Arkel, Utrecht.
[3]Gibson-Graham, J.K. et al  (2013).Take Back the Economy An Ethical Guide for Transforming Our Communities. University Of Minnesota Press.