Op expeditie door onbekend terrein betekent ook dat je soms onverwachte ontmoetingen hebt. Zo ook nu; Willem Smit, huisdichter van de Rabobank loopt een eindje met ons mee op deze tocht, en schetst aan de hand van een klein sprookje een interessant vergezicht.

Ochtend aan ochtend trok, in processie, een nieuwe stoet warhoofden naar de rozentuin. Waar bezoekers normaal gesproken als bijen richting de bloemperken werden getrokken, hoopten zij zich nu op voor het poortje aan de zuidzijde. Hun blikken waren onafgebroken gericht op een punt in het midden: hier was de Eeuwige Fontein een maand geleden gestopt met klateren. De bodem van de granieten kuip vormde sindsdien een gapend gat van zeker drie meter doorsnede.
Een onheilspellend tafereel, dat vlug bezworen moest worden, zo moet ook de ontdekker van dit wonder gedacht hebben. Omwonenden kwamen uit hun stulpjes om mee te denken. Een praktisch plan zag het licht. ‘Neem een willekeurig attribuut, mik het in het gat en kijk wat er gebeurt’, sprak het opperwarhoofd. Niet veel later zeilde er van alles naar beneden: bladblazers, boeken, selfiesticks, kasten met proviand, grasmaaiers, schilderijen, laptops, complete garderobes en buitenkeukens, zelfs auto’s. De bezweringsrite hield enkele dagen aan. Er was dan ook veel te zien. Het ene attribuut werd meteen uitgespuwd, terwijl het andere gretig werd verzwolgen door het gapende gat.

Het liep tegen Pinksteren. De menigte had inmiddels zoveel voorwerpen in het gat geworpen, dat men een patroon ontwaarde: de diepte slokte het onnodige op en kaatste terug op aarde wat goed kon doen. 'Magnifiek', jubelden de warhoofden, ‘ons leven is nog nooit zo verlicht geweest!’ Tot op een dag de fontein weer begon te sputteren en de straal aanzwol tot zijn vertrouwde proporties. Ook de warhoofden waren terug bij af: wie of wat moest hun nu inzicht geven? Verslagen verlieten ze de rozentuin. Een twaalfjarige jongen keek nog even over zijn schouder en zag dat het zwarte gat, vlak nadat het weer een fontein was geworden, in zwierige stralen nog een figuur in de lucht tekende: een geest die uit een fles opkringelde. Een stem sprak tot hem. Het zwarte gat zat in de mens zelf. Hoe konden zij dit onderscheidingsvermogen in zichzelf opdiepen, voorbij de angst verzwolgen te worden?


---


Willem Smit (1991) laat zich in het leven graag leiden door verbeelding, bezieling en taalliefde. Dit brengt hij tot klinken in gesproken en geschreven woord, in zinnen die te denken geven. Bijvoorbeeld in teksten voor de interne rubriek ‘Dichter bij Dinsdag’, die hij als huisdichter van Rabobank wekelijks vult. Maar ook in gedachten zoals verdicht op deze pagina.

Op Expeditie door de bank en Rabo Kunstcollectie

Het valt me op dat woorden om deze onwerkelijke weken te beschrijven steeds ontoereikend blijken. In bijna ieder mail, app of telefoontje wat ik voer, benadrukken we tegen elkaar; het zijn bizarre tijden. Vreemde tijden, uitzonderlijke tijden. Het voelt onwerkelijk, onwezenlijk misschien zelfs. Wat zeggen we daar mee tegen elkaar? We zoeken naar woorden om dat wat ons overkomt te benoemen en het daarmee tegelijkertijd een beetje te bezweren. We bevinden ons duidelijk op onbekend terrein. Geen idee waar we in terecht zijn gekomen. We betreden onontgonnen gebied.


Tegelijkertijd zijn we op bekend terrein, want we zijn allemaal voornamelijk thuis; in onze eigen omgeving, met onze eigen gezinnen. Die ruimtes zijn ons vertrouwd, maar voelen toch anders, nu. We bedenken rituelen om de dagen structuur te geven en zijn daarnaast overgeleverd aan onze razende gedachten. Ondergedompeld in een vacuüm. Een tussentijd. En we proberen onze vinger in de lucht te steken om te voelen; is dit een stilte na de storm of juist vóór de storm?

Juist nu we grote behoefte hebben aan verhalen, mis ik de kunstwerken uit de Rabo Kunstcollectie het meest. Die hangen nu alleen en verlaten in de panden; wij hebben haar als het ware verlaten. Die fysieke afstand maakt ook dat ik nadenk over de rol en de waarde van de collectie. Ik denk dat ze me misschien zouden kunnen troosten, helpen de vragen te beantwoorden die de hele dag door mijn hoofd tuimelen. Of vergezichten zouden kunnen schetsen; inspireren nieuwe, of andere vragen te formuleren. Maar is dat zo?


fiona-tan-640


Hoe zouden we naar de collectie op zoek kunnen gaan en er onderweg achter komen wat ze voor ons en de tijd betekent. Een zoektocht, een expeditie door ‘het oerwoud van deze tussentijd’. We bevinden tenslotte op ongekend en onbekend terrein, we betreden een nieuwe ruimte. Misschien zijn we zelfs wel in de toekomst geworpen; en krijgen we een unieke kans om het rampzalige resultaat van eerdere keuzes onder ogen te zien.

Dit wordt niet zo maar een ontdekkingsreis, realiseer ik me. Hier heb ik een doorgewinterd team voor nodig. Divers, ieder met zijn eigen blik, een eigen lens, en eigen netwerk. Een team van ontdekkingsreizigers dat samen met elkaar op zoek kan gaan en een web weeft waarin we de tijd gaan vangen. Zogezegd is daar eigenlijk maar één antwoord op mogelijk; ik nodig kunstenaars uit die de collectie én de organisatie goed kennen: Onze oud Artist in Residence. Samen met Isil Vos (Stichting Nieuwe Helden), Arne Hendriks (AIR 2018) en kenniscurator Godelieve Spaas gaan we op weg. Ieder met hun eigen specifieke uitrusting. Op deze pagina gaan we regelmatig verslag doen van deze expeditie en nodigen we andere kunstenaars en jullie nadrukkelijk uit om hieraan deel te nemen.


Wordt vervolgd!

www.rabobank.com/kunst kunstzaken@rabobank.nl