Stine Jensen

‘Over het goed en het kwaad in de mens zijn talloze studies volgepend’

Er is een debatje ontstaan naar aanleiding van de goedgemutste titel van het pas verschenen boek De meeste mensen deugen van Rutger Bregman. Sommige mensen omarmen de positieve recensie van hun eigen soort (‘hoera! Ik deug!’), anderen schokschouderen dat de wereld in brand staat, dat de ijskap smelt en dat brulboeileiders die de wereld runnen dat ontkennen. Hoezo deugen?

Als voorbeeld van deugdelijkheid geeft Bregman het aansprekende voorbeeld van een groep kinderen – zes jongens – die in 1977 strandden op een onbewoond eiland. Ze hielpen elkaar en overleefden het. Dat is een heel ander verhaal dan dat van kinderen die elkaar de tent uitvechten zoals in de klassieker Lord of the Flies (1954) van William Golding, verfilmd in 1963 en 1990. Golding wilde laten zien dat er in elk van ons een nazi schuilt. Nu is Bregmans casus in kwantitatief opzicht niet zo heel overtuigend (n=1), dateert het bovendien van jaren terug, maar opbeurend is het waargebeurde voorval zeker.

Over het goed en het kwaad in de mens zijn talloze studies volgepend – voor filosofen is er inmiddels een verplichte leeslijst voor handen –, van Aristoteles’ deugdethiek tot Hannah Arendts studie naar het proces rondom Eichmann. Wat bij mij van al die boeken over het wel of niet deugen van de mens vooral is bijgebleven, is dat goed gedrag niet vanzelf komt, zeker niet als de omgeving bol staat van verleidingen en prikkels om meer te consumeren en geld te willen verdienen. Het werkt daarbij niet om slecht gedrag te bestraffen, je moet mensen actief aan het goede herinneren. In het boek Heerlijk oneerlijk van de Amerikaanse socioloog Dan Ariely staat daarvan een mooi voorbeeld: onderaan je belastingafgifte moet je – net als bij ons – steevast een zin ondertekenen dat je eerlijk was. 

Goed gedrag moet je van jongs af aan actief aanleren, in eerste instantie met opvoedslogans (‘samen spelen, samen delen!’) en op latere leeftijd via kennis. Deugdelijke vaardigheden zijn er niet vanzelf, maar kun je oefenen. Veel scholen doen dat nu volop met anti-pestlessen, empathie-trainingen, opruimdagen en geldlessen. En dat werkt. Voor mijn kinderboek Feestje in mijn hoofd vroeg ik aan kinderen of geld gelukkig maakte. ‘Als je veel geld hebt, ben je niet blijer. Je hebt gewoon genoeg nodig, maar je hoeft niet drie of vijf villa’s te kopen’, antwoordde de 7-jarige Mouna uit Amsterdam. Roué (13) zei: ‘Ik ben blij dat ik een bijbaantje heb. Maar ik zou niet alleen van geld kunnen leven. Als je wordt opgesloten met goud het je er niets aan. Dat las ik in een boek van Marco Polo.’

Ha! Hij las het in een boek van Marco Polo! Zie daar de waarde van verhalen. We halen er, behalve het plezier van een spannend verhaal ook een moraal uit. Voor een duurzame wereld hebben we dus, behalve vaardigheden, ook inspirerende verhalen nodig. De grote verdienste van Bregman is wat mij betreft dat hij zo’n verhaal heeft opgediept, over zes kinderen die elkaar helpen als ze op een onbewoond eiland stranden. Zo mooi, dat het bijna fictie lijkt. 


Stine Jensen (1972) is filosoof, schrijver en programmamaker bij omroep HUMAN